De goddelijke liefde openbaart zich aan de mensen om hen te helpen, maar de mensen herkennen haar niet. De geestelijke duisternis is zo groot, dat zelfs het licht, dat de duisternis doorbreekt, niet meer herkend wordt. En zo kunnen de mensen de wonderbaarlijkste dingen beleven, zonder dat ze er aandacht aan schenken. En als God Zich aan hen openbaart in het woord, begrijpen ze het niet en keren ze zich van Hem af. Maar God brengt Zich in Zijn liefde steeds weer dicht bij hen, want Hij heeft medelijden met de mensheid, die in de vangnetten van satan geraakt is en zich niet op eigen kracht daaruit kan bevrijden.
En daarom zal Hij Zich nog duidelijker aan de mensheid bekendmaken. Hemel en aarde zullen beven en Zijn stem zal luid en hoorbaar klinken, zodat iedereen deze moet horen. En weer openbaart God Zich aan de mensen door natuurkrachten en Zijn stem kan niet meer genegeerd worden. En toch zal God ook dan niet erkend worden, omdat de mensen koppig zijn en zich niet willen buigen voor een hogere macht. Maar duidelijker kan God Zich niet uiten, als Hij de mensen geen schade aan hun geloofsvrijheid wil berokkenen. Zijn liefde is onwrikbaar en Hij laat Zijn schepselen, die uit Hem voortgekomen zijn, niet vallen. Maar zolang ze de liefde van God niet erkennen, kan deze ook niet als kracht tot uiting komen.
Maar opdat de mensen de liefde van God gewaarworden, toont Hij Zichzelf en Zijn werkzaam zijn duidelijk. Hij spreekt overal en op elk moment met de mensen, als ze Hem maar horen willen en Hij geeft ook diegenen Zijn woord, die zich niet zelf met Hem verbinden, maar wel Zijn woord in ontvangst willen nemen. En steeds zullen die mensen, die van goede wil zijn, daaruit opmaken dat God onophoudelijk zorg draagt, hen in kennis stelt van Zijn liefde, Zijn kracht en macht.
Hij wil Zich aan de mensen openbaren als een wezen vol liefde en goedheid en Hij wil dat de mensen dit wezen liefhebben en zich aan Hem onderwerpen. Hij wil dat ze Hem als hun Vader en Schepper erkennen en de verhouding van een kind tot zijn Vader tot stand brengen, opdat Hij hen altijd kan helpen, als ze Zijn hulp nodig hebben. En daarom maakt Hij Zich aan hen bekend, waar het maar mogelijk is en dat op de meeste verschillende manieren. Vanuit zichzelf vinden de mensen de weg naar Hem niet terug, omdat ze niet meer in Zijn bestaan geloven. Omdat ze ver van het juiste geloof af staan, omdat het begrip van God voor hen verloren gegaan is.
En bijgevolg moet Hij Zich weer aan hen tonen. Hij moet Zich weer aan hen openbaren, zodat ze daardoor weer gelovig worden en in Hem en Zijn macht en kracht geloven. Op Zijn heersen en werkzaam zijn wordt geen acht meer geslagen als het zich niet op een buitengewone manier openbaart. Maar om de geloofsvrijheid van de mens niet in gevaar te brengen, uit God Zich ook niet zo, dat de mens gedwongen zou zijn om in Hem te geloven, want alles gebeurt binnen het raamwerk van de natuur, behalve in de weinige gevallen, waar Hij de gelovigen duidelijker naderbij komt, die niet meer in gevaar komen, omdat ze in Hem en Zijn macht geloven. Nu kunnen de medemensen erop gewezen worden en ook zij kunnen tot het geloof komen, als ze bereidwillig zijn, dat wil zeggen als zij het goede nastreven en alleen maar een duw nodig hebben om God te zoeken, Die Zich dan ook laat vinden.
In de komende tijd zullen de tekenen, die God aan de mensen geeft, toenemen, opdat ze Hem zullen herkennen. Zijn heersen en werkzaam zijn zullen duidelijker aan het licht komen, omdat de geestelijke nood van deze tijd dit vereist en de mensen anderzijds minder dan ooit ontvankelijk zijn voor iets buitengewoons en al deze desbetreffende verschijnselen verstandsmatig proberen te verklaren.
Zodoende zullen zulke verschijnselen geen geloofsdwang betekenen voor de mensen, maar de gelovigen een toegenomen kracht en geloofssterkte opleveren. En daarom openbaart God Zich aan de Zijnen en ook aan degenen, die naar Hem terug willen keren, degenen die het alleen maar aan kracht en geloof ontbroken heeft. Hij helpt hen, opdat ze de weg naar Hem zullen vinden. Hij komt Zelf tot hen en Hij zal ook herkend worden, waar de wil van de mens zich niet geheel van Hem afgekeerd heeft.
Amen
VertalerDie göttliche Liebe offenbart sich den Menschen, um ihnen zu helfen, doch die Menschen erkennen sie nicht.... die geistige Finsternis ist zu groß, daß selbst das Licht nicht mehr erkannt wird, das die Finsternis durchbricht. Und so können die Menschen die wundersamsten Dinge erleben, sie achten ihrer nicht. Und so Gott Sich ihnen offenbart im Wort, fassen sie es nicht und wenden sich von Ihm ab. Gott aber in Seiner Liebe bringt Sich ihnen immer wieder nahe, denn Ihn erbarmt die Menschheit, die in die Fangnetze des Satans geraten ist und sich nicht aus eigener Kraft daraus befreien kann. Und darum wird Er Sich den Menschen noch deutlicher kundtun. Es wird Himmel und Erde erbeben, und Seine Stimme wird ertönen laut und vernehmlich, so daß ein jeder sie hören muß.... Und wieder offenbart Sich Gott den Menschen durch die Naturgewalten, und Seine Stimme kann nicht mehr überhört werden. Und doch wird auch dann Gott noch nicht erkannt werden, weil die Menschen verstockten Sinnes sind und sich nicht beugen wollen unter eine höhere Gewalt. Doch deutlicher kann Gott Sich nicht mehr äußern, will Er die Menschen nicht in ihrer Glaubensfreiheit beeinträchtigen. Seine Liebe ist unwandelbar, und Er lässet Seine Geschöpfe nicht fallen, die aus ihr hervorgegangen sind, aber bevor sie nicht die Liebe Gottes erkennen, kann diese auch nicht als Kraft sich äußern. Auf daß aber die Menschen der Liebe Gottes innewerden, zeigt Er Sich und Sein Wirken offensichtlich. Er spricht mit den Menschen überall und zu jeder Zeit, so sie Ihn nur hören wollen, und Er vermittelt auch denen Sein Wort, die sich nicht Ihm Selbst verbinden, aber Sein Wort entgegennehmen wollen. Immer aber werden die Menschen, die eines guten Willens sind, daraus erkennen, daß Gott unentwegt Sorge trägt, sie in Kenntnis zu setzen von Seiner Liebe, Seiner Kraft und Macht.... Er will Sich den Menschen offenbaren als ein Wesen voller Liebe und Güte, und Er will, daß die Menschen dieses Wesen lieben und sich Ihm unterwerfen. Er will, daß sie Ihn als ihren Vater und Schöpfer anerkennen und das Verhältnis eines Kindes zu seinem Vater herstellen, auf daß Er ihnen allezeit helfen kann, so sie Seine Hilfe benötigen. Und darum gibt Er Sich ihnen kund, wo es nur angängig ist und in der verschiedensten Weise. Von selbst finden die Menschen nicht mehr zu Ihm zurück, weil sie an Seine Existenz nicht mehr glauben, weil sie so fernab sind vom rechten Glauben, daß ihnen der Gottbegriff verlorengegangen ist. Und folglich muß Er Sich ihnen wieder zeigen, Er muß Sich ihnen wieder offenbaren, damit sie wieder gläubig werden und an Ihn und Seine Macht und Stärke glauben.... Sein Walten und Wirken wird nicht mehr beachtet, so es nicht außergewöhnlich in Erscheinung tritt, und auch dann sind es nur wenige, die Ihn erkennen. Um aber die Glaubensfreiheit der Menschen nicht zu gefährden, äußert Sich Gott auch nicht so, daß der Mensch gezwungen wäre, an Ihn zu glauben, sondern es geschieht alles im Rahmen der Naturmäßigkeit, bis auf einige wenige Fälle, wo Er den Gläubigen offensichtlicher nahetritt, die dadurch nicht mehr gefährdet sind, weil sie an Ihn und Seine Macht glauben. Es können nun die Mitmenschen hingewiesen werden, und auch sie können zum Glauben kommen, wenn sie willig sind, d.h., wenn sie das Gute anstreben und nur eines Anstoßes benötigen, um Gott zu suchen, Der Sich auch dann finden lassen wird. In kommender Zeit werden sich die Zeichen mehren, die Gott den Menschen gibt, auf daß sie Ihn erkennen sollen.... es wird Sein Walten und Wirken offensichtlicher zutage treten, weil die geistige Not der Zeit dies bedingt und andererseits die Menschen weniger denn je aufnahmefähig sind für etwas Außergewöhnliches und alle diesbezüglichen Erscheinungen verstandesmäßig zu erklären versuchen. Also werden solche Erscheinungen keinen Glaubenszwang bedeuten für die Menschen, jedoch den Gläubigen vermehrte Kraft und Glaubensstärke eintragen. Und darum offenbart Sich Gott den Seinen und auch denen, die zu Ihm zurückkehren wollen, denen es nur an Kraft und Glaube gemangelt hat. Er hilft ihnen, daß sie zu Ihm finden, Er kommt Selbst zu ihnen, und Er wird auch erkannt werden, wo der Wille des Menschen Ihm nicht gänzlich abgewandt ist....
Amen
Vertaler