Elk mens kan inzage krijgen in de diepte van de goddelijke wijsheid, als zijn geest zich verbindt met het geestelijke in de lichtgebieden. De wijsheid uit God te ontvangen wordt geen mens onthouden, omdat het met de goddelijke wil overeenkomt, dat de mensen wetend worden. De geestelijke nood van de mensheid is het gevolg van haar onwetendheid, want de toestand van de ziel is zonder licht en duisternis betekent een kwelling voor het geestelijke. De mens voelt dit in het aardse leven weliswaar niet, omdat hij meer aandacht aan zijn lichaam schenkt en nu zijn best doet om het lichaam alles te schenken, waar het naar verlangt.
Maar de ziel voelt zich niet gelukkig, zolang ze niet in het licht staat. Dat wil zeggen wetend is. En deze duistere toestand kan de mens opheffen, als hij probeert tot kennis te komen. Maar wereldse kennis vervangt op geen enkele manier de geestelijke kennis. Wereldse kennis komt alleen maar weer het lichaam ten goede. Het levert dit lichaam aardse vervulling op, want het doet de aardse goederen, het aanzien en de roem toenemen en levert aards succes op.
Maar geestelijke kennis is de rijkdom van de ziel. Geestelijke kennis komt van God en leidt naar God. Geestelijke kennis is deel van de eeuwigheid en is onvergankelijk. Het is Gods wil om al het van Hem afgevallen geestelijke naar Zich terug te leiden. Bijgevolg wil Hij ook dat het geestelijke naar het licht geleid wordt. Dat het uit de duistere, onwetende toestand verlost wordt en naar de diepste kennis geleid wordt.
Maar wijsheid zit alleen maar bij God en zodoende moet de mens deze van God in ontvangst nemen. Hij moet bereidwillig zijn om in de diepste diepten van de goddelijke wijsheid binnen te dringen en hij moet zich er ook waardig voor maken om de wijsheid van God in ontvangst te mogen nemen. Hij moet naar de hoogte, naar het licht streven. In het lichtrijk is elk verlangen naar waarheid voelbaar en de lichtwezens zijn direct bereid om deze waarheid uit te delen, omdat ze deze taak in het hiernamaals gekregen hebben en ze vol vreugde en overgave deze taak vervullen.
De mens stuurt zijn geest naar de hoogte. De lichtwezens onderwijzen hem overeenkomstig zijn verlangen en de geest in de mens keert weer naar de aarde terug met het rijkste geschenk en hij is nu bereid om dit geschenk aan de ziel mede te delen. Dat wil zeggen dat hij nu van zijn kant de ontvangen kennis aan de ziel moet proberen te geven en deze nu moet proberen te bewegen naar het innerlijk te luisteren en aandacht te schenken aan de gedachten, die haar nu toegestuurd worden, alsof het uit haarzelf komt.
En dit kan ieder mens doen. Hij hoeft alleen maar te willen, dat hij wetend wordt en naar de zuivere waarheid te verlangen, dan wordt de wil van God hem geopenbaard en als hij zich overeenkomstig deze goddelijke wil probeert te vormen, is ook zijn denken overeenkomstig de waarheid, want God ziet de wil van de mens en naar gelang deze wil acht Hij hen waardig om de wijsheid binnengeleid te worden.
En de geestelijke toestand van de mensen zou een lichtvolle kunnen zijn, als deze mensen het verlangen naar de waarheid in zich zouden hebben. Maar de onwetendheid, de duisternis van de geest, bevalt hun veel meer. En slechts weinigen verlangen ernaar om in het licht en de waarheid te staan. Kennis is licht, maar het licht schijnt alleen maar daar, waar het in vrije wil ontstoken wordt, want ook de lichtwezens zijn aan de goddelijke wil onderworpen en ze delen enkel daar de waarheid uit, waar er aandacht geschonken wordt aan de wil van God. En dus kan ook alleen daar maar de waarheid zijn.
Amen
VertalerOgni uomo può dare uno sguardo nelle profondità della Sapienza divina se il suo spirito si collega con lo spirituale dalle regioni di Luce. Ricevere la Sapienza da Dio non è preservato a nessun uomo, dato che corrisponde alla Volontà divina che gli uomini diventino sapienti. La miseria spirituale dell’umanità è la conseguenza della sua ignoranza, perché lo stato dell’anima è senza Luce e tenebra significa pena per lo spirituale. L’uomo comunque non la sente nella vita terrena, perché bada di più al suo corpo e si sforza di rivolgergli tutto ciò che desidera. Ma l’anima è infelice finché non sta nella Luce, cioè finché non è sapiente. E l’uomo può sospendere questo stato buio se cerca di giungere al sapere. Ma il sapere mondano non gli sostituisce in nessun modo il sapere spirituale. Il sapere mondano è di nuovo solo utile al corpo, gli procura l’esaudimento terreno, perché aumenta beni terreni, reputazione e gloria e gli procura il successo terreno. Ma il sapere spirituale è una ricchezza per l’anima, il sapere spirituale proviene da Dio e conduce a Dio. Il sapere spirituale è parte dell’Eternità ed è imperituro. La Volontà di Dio è la riconduzione a Sé di tutto lo spirituale caduto da Lui. Di conseguenza, Egli vuole anche che lo spirituale venga guidato alla Luce, che venga liberato dallo stato senza Luce, ignaro e condotto nel sapere più profondo. Ma la Sapienza è soltanto presso Dio e quindi l’uomo la deve ricevere da Dio, dev’essere volenteroso di penetrare nelle profondità più profonde della Sapienza divina e deve anche rendersi degno di accogliere da Dio la Sapienza, deve tendere verso l’Altura, incontro alla Luce. Nel Regno di Luce è percepibile ogni desiderio per la Verità e gli esseri di Luce sono subito pronti a diffonderla, perché a loro è posto questo compito nell’aldilà e l’adempiono pieni di gioia e dedizione. L’uomo manda il suo spirito in Alto, gli esseri di Luce lo istruiscono secondo il suo desiderio e lo spirito nell’uomo ritorna alla Terra con il Dono più ricco ed ora è pronto a comunicare questo Dono anche all’anima, cioè ora da parte sua deve cercare di trasmettere all’anima il sapere ricevuto e muoverla ad ascoltare nell’interiore e badare ai pensieri che ora le giungono come da sé. E questo lo può fare ogni uomo, deve soltanto volere diventare sapiente e desiderare la pura Verità, allora gli viene rivelata la Volontà di Dio e se cerca di formarsi secondo questa Volontà divina, anche il suo pensare corrisponde alla Verità, perché Dio vede la volontà dell’uomo e secondo questa, Egli la ritiene degna di essere guidata nella Sapienza. E lo stato degli uomini potrebbe essere luminoso se portassero in sè il desiderio per la Verità. Ma a loro aggrada molto di più l’ignoranza, l’oscurità dello spirito. E solo pochi desiderano stare nella Luce e nella Verità. Sapere è Luce, ma questa splende solo là dove viene accesa nella libera volontà, perché anche gli esseri di Luce sottostanno alla Volontà divina e distribuiscono la Verità soltanto là dove vene badato alla Volontà di Dio. E quindi soltanto là può essere la Verità.
Amen
Vertaler