De ontwikkelingsperiode voor het geestelijke was zo vastgesteld, dat dit voor het vrij komen uit de vorm volop voldoende was, want wat zich in die tijd niet voor God wilde buigen, dat negeert ook elke verdere mogelijkheid tot een opwaartse ontwikkeling en alleen nog maar de hardste vorm kan de drang naar vrijheid opwekken, maar op geen enkele manier de laatste belichaming op aarde, waar het geestelijke zijn boeien niet meer zo knellend voelt.
Weliswaar werd door de ondenkbaar lange tijd van het gebonden zijn, zijn verzet in zoverre gebroken, dat het tot dienen besloten had. Dat het dus nu de vele stadia van opwaartse ontwikkeling door kon maken, maar hij deze wil weer in het laatste stadium als mens opgaf en geen enkele mogelijkheid gebruikte om zich definitief vrij te maken. Het verzet zich opnieuw tegen God, wat nu in een toegenomen liefdeloosheid tot uitdrukking komt.
En daarom wordt deze verlossingsperiode beëindigd. Het geestelijke treedt nu een nieuwe periode van haar ontwikkeling binnen. Het wordt dus opnieuw gebonden en nu gedwongen tot passiviteit, wat het nu dubbel voelt na de staat van gedeeltelijke vrijheid, die het al bereikt had. Deze geestelijke omwenteling, de geestelijk achterwaartse ontwikkeling, vereist ook een opnieuw vormen van de schepping, die dit geestelijke weer tot verblijfplaats moet dienen. Ze vereist een volledig andere inrichting en samenstelling van dat, wat als uiterlijke vorm het geestelijke nu toebedacht is.
Want dit geestelijke legt niet dezelfde weg op aarde af, maar er zijn zowel sterkere boeien nodig alsook andere activiteiten, zodra het weer tot zoiets toegelaten wordt. En bijgevolg zal de aarde, die nu ontstaat, nieuwe scheppingen laten zien, die geheel van de oude aarde afwijken. De aarde zal anders gevormd worden en het geestelijke talloze nieuwe mogelijkheden bieden om zich opwaarts te ontwikkelen.
Zo’n hervorming van de aarde is sinds eeuwigheid voorzien, want God kent sinds eeuwigheid de weerspannige wil van de mensen, die in de eindtijd van deze verlossingsperiode de aarde bewonen. Maar eerst gebruikt Hij nog alle middelen om het geestelijke tot het opgeven van zijn verzet te bewegen en hem een tweede gebonden toestand gedurende eindeloze tijden te besparen. Want de laatste middelen zijn leed en aardse nood in zo’n omvang, dat de mensen de weg naar God moeten nemen, als ze niet geheel verstokt van geest zijn en volledig met Hem breken.
Maar dan is elke terugkeer naar God uitgesloten. Het geestelijke moet zich aan een hernieuwd veranderingsproces onderwerpen, want ook in het hiernamaals bestaat er voor dit geestelijke geen ontwikkelingsmogelijkheid, omdat het hem aan elke liefde ontbreekt, dus ook elke kennis en pas de kennis in het hiernamaals maakt een geestelijke vooruitgang mogelijk. Maar de zielen, die in uiterste liefdeloosheid het aardse leven beëindigen, bevinden zich in de diepste duisternis en kunnen niet meer tot het licht geraken en de tweede gang door de schepping is de enige weg, die weer na een eindeloos lange tijd tot de belichaming als mens leidt en zodoende toch een keer de definitieve bevrijding kan brengen.
Maar deze hernieuwde gang op aarde is zo kwellend, dat het zwaarste leed op deze aarde, dat de mensen door moeten staan, alleen maar als genade te beschouwen is. Het kan toch het geestelijke, de ziel van de mens, voor een tweede gang over de aarde behoeden, als het als dat herkend wordt, wat het is: als een middel dat God gebruikt om het van Hem afgevallen geestelijke weer naar Zichzelf terug te leiden.
Amen
VertalerIl tempo di sviluppo era misurato per lo spirituale in modo che bastava assolutamente per la liberazione dalla forma, perché ciò che non si vuole piegare dinanzi a Dio in quel tempo, lascia inosservato anche ogni ulteriore possibilità di sviluppo verso l’Alto e soltanto la forma più dura può ancora risvegliare la spinta per la libertà, ma per nulla l’ultima incorporazione sulla Terra dove lo spirituale non sente più così opprimente le sue catene. Attraverso il tempo inimmaginabilmente lungo del suo stato relegato, la sua resistenza è stata bensì spezzata in quanto si è deciso per il servizio, quindi ora poteva passare attraverso molti stadi dello sviluppo verso l’Alto, ma ha di nuovo rinunciato a questa sua volontà nell’ultimo stadio come uomo e non ha utilizzato delle possibilità di liberarsi definitivamente, si è di nuovo opposto a Dio, che si manifesta nell’aumentato disamore. E perciò questo tempo di Redenzione viene terminato. Lo spirituale entra in un nuovo periodo di sviluppo, viene quindi nuovamente relegato ed ora costretto all’inattività, cosa che ora percepisce doppiamente dopo lo stato della parziale libertà che aveva già raggiunto. Questa svolta spirituale, lo sviluppo spirituale retrogrado, richiede anche una nuova formazione della Creazione che deve di nuovo servire a questo spirituale come dimora. Richiede una formazione totalmente diversa ed un assemblaggio di ciò che è attribuito allo spirituale come forma esteriore. Perché questo spirituale non percorre lo stesso cammino sulla Terra, ma ha bisogno di catene più forti come anche un’altra attività, appena viene di nuovo ammesso ad una tale. E di conseguenza la Terra che ora sorge avrà da mostrare Creazioni nuove, che deviano del tutto da quelle della vecchia Terra. La Terra sarà formata diversamente ed offrirà allo spirituale innumerevoli nuove possibilità di svilupparsi verso l’Alto. Una tale trasformazione della Terra è prevista sin dall’Eternità, perché Dio sà sin dall’Eternità della volontà ribelle degli uomini che vivono sulla Terra nel tempo finale di questo periodo di Redenzione. Ma dapprima Egli impiega ancora tutti i mezzi per muovere lo spirituale alla rinuncia della sua resistenza, per risparmiargli un ripetuto stato legato attraverso tempi infiniti. Gli ultimi mezzi però sono sofferenza e miseria terrena in una tale misura, che gli uomini devono prendere la via verso Dio, se non sono del tutto di mentalità ostinata e si distaccano totalmente da Lui. Ma allora è escluso qualsiasi ritorno a Dio, lo spirituale deve sottoporsi ad un rinnovato processo di cambiamento, perché anche nell’aldilà per questo spirituale non esiste nessuna possibilità di sviluppo, dato che gli manca qualsiasi amore, quindi anche qualsiasi conoscenza e solo la conoscenza rende possibile un progresso spirituale nell’aldilà. Ma le anime che concludono la vita terrena nel disamore più estremo, sono nell’oscurità più profonda e non possono più giungere alla Luce ed il ripetuto percorso attraverso la Creazione è l’unica via che dopo un tempo infinitamente lungo conduce di nuovo all’incorporazione come uomo e con ciò può ancora una volta portare la definitiva liberazione. Ma questo rinnovato percorso sulla Terra è così tormentoso che la sofferenza più grave sulla Terra che gli uomini devono vivere fino in fondo, è da considerare solo come Grazia, dato che può preservare lo spirituale, l’anima dell’uomo, da un altro ripetuto percorso terreno, quando viene riconosciuto come ciò che è, come mezzo che Dio impiega per ricondurre di nuovo a Sé Stesso lo spirituale caduto da Lui.
Amen
Vertaler