B.D.-Nr. 2421
Een innige vereniging van zielen moet de mensen met elkaar verbinden, opdat ze gezamenlijk opwaarts streven en elkaar aansporen tot een leven in liefde en een diep geloof. Een ware vereniging is bevorderlijk voor het uitrijpen van de zielen, maar de mensen moeten zulks uit eigen beweging nastreven. Ze moeten zich in het hart gedrongen voelen om hun liefde aan de medemensen te geven en wederzijds proberen om een geestelijke gedachtewisseling te bevorderen om te geven en te ontvangen, wat ze aan geestelijke goederen bezitten of begeren.
Zodra er dwang uitgeoefend wordt, dus een vereniging weloverwogen opgericht wordt, waarbij de mensen zich aan moeten sluiten, wordt haar waarde minder, want er ontbreekt dan de innigheid, die pas de waarde van een vereniging vormt. En daarom zal zulk streven, dat een werkzaam zijn in liefde moet zijn, ook zelden nuttig zijn voor de ziel. Die in het beste geval alleen maar voorgeschreven handelingen zijn, die moeten getuigen van de gemeenschapszin. Die werken van naastenliefde moeten zijn, maar zonder aandrang van hart gedaan worden. Die alleen maar gedaan worden om naar buiten toe een vereniging voor te wenden, waaraan echter de innerlijke geest van de liefde ontbreekt. Het is veeleer een mechanische uitoefening van bepaalde plichten, die niets met actieve naastenliefde gemeen hebben, want niet de daad op zich bepaalt de waarde van een handeling, maar de liefdesgraad van het hart van de mens, die deze daad verricht. Maar de mens loopt het gevaar om zelfs het werkzaam zijn in liefde te staken, als hij daar in een vereniging volgens plan toe aangezet wordt.
Een innige gemeenschap van zielen daarentegen bevordert het werkzaam zijn in liefde uit eigen beweging. En de mensen voelen zich tot goede handelingen gedrongen, omdat deze niet van hen geëist, maar in volledig vrije wil uitgeoefend worden en daarom ook voor God pas echte waarde hebben.
Amen