Vergelijk Kundgabe met vertaling

Meer vertalingen:

Strijd tussen de verschillende geestelijke richtingen door God toegelaten

Wie God belijden wil voor de wereld, moet overtuigd zijn van zijn geloof, omdat hij anders niet stand zou houden tegen de vervolgingen en bedreigingen van de wereld. Want het overtuigde geloof laat hem niet moedeloos worden, omdat hij niet twijfelt aan de hulp van God, als deze nodig is. Maar het overtuigde geloof kan niet aangeleerd of schools overgedragen worden. Dit moet verworven worden door ernstig nadenken en een goed gebed. En daarom laat God de strijd tussen de verschillende geestelijke richtingen toe om de mensen daardoor een reden te geven om over de voor en tegens van de verschillende geloofsleren na te denken.

De mens werd meestal in een bepaalde geestelijke richting gedrongen. Aanvankelijk tegen zijn wil, dat wil zeggen dat hij bij een geestelijke richting behoort, die hem door medemensen als juist voorgesteld werd of door leringen, die hij door de opvoeding in zich opgenomen heeft. En er staan dus veel van zulke geestelijke richtingen tegenover elkaar en elk daarvan maakt er aanspraak op juist te zijn. Zodra de mens ernstig nadenkt, moet hij de zwakte van menige geloofsleer herkennen en deze als onacceptabel verwerpen en hij doet dit ook, zodra hij God en de waarheid nastreeft.

Als nu een geestelijke richting door menselijke maatregelen of door verboden in gevaar gebracht wordt, dan neemt de mens er heel bijzonder stelling over in. En dit is het doel of de reden, dat God het handelen van de wereld toelaat. Want nu is er de gelegenheid gegeven om de meest verschillende meningen uit te wisselen en over elk daarvan na te denken.

Niets in de wereld gebeurt zonder doel en zelfs waar de menselijke wil het tegendeel nastreeft, leidt God het effect van de verkeerde wil zo, dat er voor de mens geestelijk voordeel uit voortvloeit, als hij zich daar niet tegen verzet. De komende geloofsstrijd zal zo heftig gevoerd worden, dat de mens de beslissing moet nemen, omdat het om zijn aards welzijn en om zijn leven gaat. En dan zal iedereen zich afvragen wat hij wint en wat hij opgeeft, als hij voor God of voor de wereld kiest.

En dan zal alleen maar diegene, die een sterk overtuigd geloof heeft, standhouden. Maar deze zal voor zijn mening opkomen. Hij zal opkomen voor God en hem luid voor de hele wereld belijden. Want hij is door ernstig nadenken de geestelijke kennis binnengedrongen en zodoende schrikt niets van wat de mensen tegen hem ondernemen hem af, omdat hij zich beschermd weet door God, Die hij erkend heeft. God Zelf heeft hem de geestelijke kennis binnengeleid en zijn geloof daardoor gesterkt, zodat hij tegen elke verzoeking standhoudt. Want zodra de mens ernstig nadenkt en zich geestelijk verdiept, is God Zelf hem nabij en Hij onderwijst hem via de gedachten en het resultaat is een sterker overtuigd geloof, waar de mensen hem niet meer van kunnen beroven.

De strijd tegen de verschillende geestelijke richtingen leidt ertoe, dat de mensen meer dan ooit stelling nemen, deels gedwongen door de wereldse maatregelen of uit eigen beweging om tot het licht te komen. En een ernstig nadenken is altijd zegenrijk, want nu pas komen de geloofsleren tot leven. Pas nu zal de mens zelf tot het leven ontwaken en actief zijn. Hij zal accepteren, wat hem acceptabel lijkt en afwijzen, waar hij niet overtuigd positief tegenover kan staan. En daarom wordt van God uit de geloofsstrijd toegelaten, omdat de mens hiermee de beslissing moet nemen, voordat deze beslissing van hem verlangd wordt.

In alle kringen zal de geloofsstrijd binnenkomen, hoog en laag, arm en rijk, oud en jong zullen erdoor aangeroerd worden en in allen zal deze vraag opkomen: waar kan ik met overtuiging voor opkomen? En om deze vraag te kunnen beantwoorden, moet hij in gedachten stelling nemen over dat, wat hem tot nog toe als traditie aangeboden werd, wat hij weer van de mensen overgenomen heeft. En pas dan kan hij de beslissing nemen of er met overtuiging voor op te komen of zich net zo overtuigd daartegen te uiten, al naar de wil van de mens naar de waarheid en zijn streven naar God.

Amen

Vertaler
Vertaald door: Peter Schelling

Kampf gegen verschiedene Geistesrichtungen von Gott zugelassen....

Wer sich zu Gott bekennen will vor der Welt, der muß überzeugten Glaubens sein, ansonsten er nicht standhält wider die Verfolgungen und Drohungen der Welt. Der überzeugte Glaube aber läßt ihn nicht mutlos werden, weil er nicht zweifelt an der Hilfe Gottes, so diese nötig ist. Der überzeugte Glaube aber kann nicht angelernt oder schulmäßig übertragen werden, er muß selbst gewonnen sein durch ernstes Nachdenken und rechtes Gebet. Und darum läßt Gott den Kampf zu wider die verschiedenen Geistesrichtungen, um die Menschen dadurch zu veranlassen, über das Für und Wider der verschiedenen Glaubenslehren nachzudenken. Es ist der Mensch zumeist in eine Geistesrichtung gedrängt worden, zuerst wider seinen eigenen Willen, d.h., er gehört der Geistesrichtung an, die ihm von Mitmenschen als richtig hingestellt wurde oder deren Lehre er durch die Erziehung in sich aufgenommen hat.... Und es stehen sich also viele solche Richtungen gegenüber, und eine jede macht den Anspruch darauf, richtig zu sein. Sowie der Mensch ernstlich nachdenkt, muß er die Fadenscheinigkeit mancher Glaubenslehre erkennen und sie als unannehmbar verwerfen, und er tut dies auch, sowie er ernstlich Gott und die Wahrheit anstrebt. Ist nun eine Geistesrichtung gefährdet durch menschliche Maßnahmen oder Verbote, so nimmt der Mensch ganz besonders dazu Stellung, und dies ist der Zweck oder der Anlaß, daß Gott das Vorgehen der Welt zuläßt; denn nun ist Gelegenheit gegeben, die verschiedensten Meinungen auszutauschen und über eine jede nachzudenken. Nichts geschieht in der Welt ohne Zweck, und selbst wo der menschliche Wille das Gegenteil anstrebt, lenkt Gott die Auswirkung des verkehrten Willens so, daß dem Menschen geistiger Vorteil daraus erwachsen kann, wenn er sich nicht dagegen sträubt. Der kommende Glaubenskampf wird so scharf geführt werden, daß sich der Mensch entscheiden muß, weil es um sein irdisches Wohlbehagen und um sein Leben geht. Und dann wird sich ein jeder fragen, was er gewinnt und was er aufgibt, so er sich für Gott oder die Welt entscheidet. Und dann wird nur der standhalten, der (festen) überzeugten Glaubens ist. Dieser aber wird seine Meinung vertreten, er wird für Gott einstehen und Ihn laut bekennen vor aller Welt. Denn er ist durch ernstes Nachdenken eingedrungen in das geistige Wissen, und also schrecket ihn nichts, was auch die Menschen gegen ihn unternehmen, weil er sich behütet weiß von Gott, Den er erkannt hat. Gott Selbst hat ihn in geistiges Wissen eingeführt und seinen Glauben dadurch gestärkt, daß er jeder Versuchung standhält. Denn sowie der Mensch ernstlich nachdenkt und sich geistig vertieft, ist Gott Selbst ihm nahe, und Er unterweiset ihn gedanklich, und das Ergebnis ist ein fester überzeugter Glaube, den die Menschen ihm nicht mehr rauben können. Der Kampf gegen die verschiedenen Geistesrichtungen bewirkt, daß die Menschen mehr denn je Stellung nehmen, zum Teil gezwungen durch die weltlichen Maßnahmen oder aus eigenem Antrieb, um zum Licht zu gelangen. Und immer ist ein ernstes Nachdenken segensreich, denn nun erst gewinnen die Glaubenslehren Leben, nun erst wird der Mensch selbst zum Leben erwachen und tätig sein; er wird annehmen, was ihm annehmbar erscheint, und ablehnen, was er nicht überzeugt bejahen kann. Und darum werden von Gott aus die Glaubenskämpfe zugelassen, damit sich die Menschen entscheiden, bevor der Entscheid von ihnen verlangt wird. In alle Kreise wird der Glaubenskampf hineingetragen werden, hoch und niedrig, arm und reich, alt und jung werden davon berührt werden, und in allen wird die Frage auftauchen: Was kann ich mit Überzeugung vertreten? Und um diese Frage beantworten zu können, muß er gedanklich Stellung nehmen zu dem, was ihm bisher als Tradition geboten wurde, was er von Menschen wieder übernommen hat. Und dann erst kann er sich entscheiden, entweder mit Überzeugung zu vertreten oder ebenso überzeugt sich dagegen zu äußern, je nach dem Willen des Menschen zur Wahrheit und seinem Streben zu Gott....

Amen

Vertaler
This is an original publication by Bertha Dudde