Vergelijk Kundgabe met vertaling

Meer vertalingen:

De toevoer van kracht en wilskracht

De gang door het aardse leven vergt veel wilskracht, maar deze zal de mens nooit ontbreken, zolang hij zich met God in verbinding stelt, dat wil zeggen Hem om genade en kracht vraagt. Elk mens wordt de levenskracht toegestuurd, wat tegelijkertijd betekent dat hij nu dat uit kan voeren, waartoe zijn wil hem aanzet.

Geen mens wordt de levenskracht ontnomen, zolang hij nog op aarde verblijft. Deze is in staat om veel uit te voeren van wat de mens wil en dat laat hem vaak geneigd zijn om te geloven, dat hij alles bedwingen kan, dat alles, wat hij zich voorneemt, hem moet lukken. Maar hij moet God om deze toegenomen wilskracht vragen en hij zal nooit een vergeefs verzoek doen, want aan de vaardigheden van de mens zijn van God uit geen grenzen gesteld, zodra de mens zich met God verbindt en zodoende een beroep doet op de kracht van God.

Zonder de hulp van God is de kracht begrensd en deze zal alleen maar voldoende zijn een voor een gang over de aarde zonder bijzondere eisen. Een aards leven met God stemt met de goddelijke wil overeen, want nu kan de kracht van God zichtbaar worden bij een mens, die om deze kracht vraagt en dus God Zelf door hem werkzaam laat zijn. Deze mens kan zijn wil werkzaam laten worden en voor hem zal er niets onuitvoerbaar zijn.

Maar zodra de mens nog niet met God verbonden is, is zijn aardse leven veel zwaarder, want dan kan hij alleen maar die dingen tot stand brengen, die God in Zijn wijsheid hem tot stand laat brengen. Dat wil zeggen dat de de mens toestromende levenskracht door God wijs is toebedeeld, al naar gelang zijn rijpheidsgraad en zijn taak op aarde. Deze kan hij zelf door een innig gebed vergroten, maar hij moet er zich mee kunnen redden, als hij niet zijn toevlucht neemt tot het gebed, want hij moet er door een gebrek aan kracht toe komen om de verbinding met God tot stand te brengen en om kracht vragen.

Anderzijds kunnen ook ver van God verwijderde mensen over een buitengewone kracht beschikken. Ook dit is op Gods wijsheid gebaseerd, hoe Hij het lot van elk mens bepaalt, zoals deze het snelst tot de rijpheid van de ziel kan leiden. Buitengewone levenskracht geeft de mensen rijkelijk gelegenheid om in liefde werkzaam te zijn, waardoor de kracht nog toeneemt.

Maar zodra de mens buiten de liefde staat en toch over grote kracht beschikt, wordt deze kracht hem van de kant van de aan God vijandelijke macht toegestuurd, want hij wordt door slechte krachten, die hem daardoor proberen voor zich te winnen, ondersteund. En omdat de wil van deze mens zelf voor het boze kiest, hindert God de krachttoevoer van beneden niet.

Steeds is de wil van de mens er zelf bepalend voor, hoe hij met kracht bedacht wordt, want hij kan deze altijd door zijn gebed vergroten. God stuurt Zijn krachtstroom onophoudelijk naar de aarde, die nu door iedereen ontvangen kan worden, die zich hiervoor opent. Dat wil zeggen in contact treedt met de schenker van de kracht. Deze elk mens ter beschikking staande toevoer van kracht hoeft alleen maar gebruikt te worden om het aardse leven gemakkelijk en moeiteloos af te kunnen leggen, want hij zal nu uit kunnen voeren, waar zijn wil voor kiest, omdat de kracht uit God alles tot stand brengt.

Amen

Vertaler
Vertaald door: Peter Schelling

Kraftzufuhr und Willenskraft....

Der Gang durch das Erdenleben benötigt viel Willenskraft, doch diese wird niemals den Menschen mangeln, solange sie sich mit Gott in Verbindung setzen, d.h. Ihn um Gnade und Kraft bitten. Jedem Menschen geht die Lebenskraft zu, die gleichzeitig bedeutet, daß er nun ausführen kann, wozu ihn sein Wille treibt. Die Lebenskraft wird keinem Menschen entzogen, solange er noch auf Erden weilt. Sie vermag vieles auszuführen, was der Mensch will, und das macht ihn oft geneigt, zu glauben, daß er alles meistern kann, daß ihm alles gelingen muß, was er sich vornimmt. Doch diese erhöhte Willenskraft muß er sich erbitten von Gott, und er wird niemals eine Fehlbitte tun, denn den Fähigkeiten des Menschen sind von Gott aus keine Grenzen gesetzt, sowie sich der Mensch mit Gott verbindet und also die Kraft Gottes in Anspruch nimmt. Ohne die Unterstützung Gottes ist die Kraft begrenzt, und sie wird nur genügen für einen Erdenlebenswandel ohne besondere Anforderungen. Ein Erdenleben mit Gott entspricht dem göttlichen Willen, denn nun kann die Kraft Gottes offenbar werden an einem Menschen, der diese Kraft anfordert und sonach Gott Selbst durch sich wirken läßt. Es kann dieser Mensch seinen Willen tätig werden lassen, und es wird für ihn nichts unausführbar sein. Sowie aber der Mensch noch nicht mit Gott verbunden ist, ist sein Erdenleben weit schwerer, denn dann kann er nur die Dinge vollbringen, die Gott in Seiner Weisheit ihn vollbringen läßt, d.h., die dem Menschen zuströmende Lebenskraft ist von Gott wohlweislich zugeteilt je nach seinem Reifegrad und seiner Erdenaufgabe.... Er kann sie selbst durch inniges Gebet vermehren, er muß aber damit auskommen, so er nicht zum Gebet seine Zuflucht nimmt, denn er soll durch Mangel an Kraft dazu gelangen, die Verbindung mit Gott herzustellen und sich Kraft zu erbitten. Wiederum können auch Gott-ferne Menschen über außergewöhnliche Kraft verfügen. Auch dies ist in Gottes Weisheit begründet, wie Er eines jeden Menschen Schicksal bestimmt, wie es am ehesten zur Seelenreife führen kann. Außergewöhnliche Lebenskraft gibt dem Menschen reichlich Gelegenheit, sich liebend zu betätigen, wodurch die Kraft noch vermehrt wird; sowie aber der Mensch außerhalb der Liebe steht und dennoch über große Kraft verfügt, geht ihm diese zu von seiten Gott-gegnerischer Macht, denn er wird unterstützt von schlechten Kräften, die ihn dadurch zu gewinnen suchen für sich. Und da der Wille dieser Menschen selbst sich für das Böse entscheidet, hindert Gott die Kraftzufuhr von unten nicht. Immer ist der Wille des Menschen selbst bestimmend, wie er mit Kraft bedacht wird, denn er kann sie jederzeit erhöhen durch sein Gebet. Unentwegt sendet Gott Seinen Kraftstrom zur Erde, der nun empfangen werden kann von jedem, der sich öffnet, d.h. mit dem Kraftspender in Fühlungnahme tritt.... Diese jedem Menschen zur Verfügung stehende Kraftzufuhr braucht nur genützt zu werden, um das Erdenleben leicht und mühelos zurücklegen zu können, denn er wird nun ausführen können, wofür sich sein Wille entscheidet, weil die Kraft aus Gott alles zuwege bringt....

Amen

Vertaler
This is an original publication by Bertha Dudde