Vergelijk Kundgabe met vertaling

Meer vertalingen:

De verlossingsperiode loopt ten einde

De mensheid zal in steeds grotere nood geraken, omdat de tijd, die het geestelijke tot verlossing gegeven is, dringt. Er moet een versneld ontwikkelingsproces mogelijk zijn, dat door een enorm lijden en ellende bevorderd wordt.

De tijd loopt ten einde en er zijn nog talloze mensen die geen enkel geestelijk streven hebben en daarom volledig nutteloos door het aardse leven gaan. Ze moeten in zekere zin door uiterlijke omstandigheden aangespoord worden om ernstig over het aardse leven na te denken, wat ze nooit zouden doen als het leven in eentonigheid en zonder lijden en nood aan hen voorbijgaat. Zolang ze niet door vurig gebed in contact komen met de geestelijke wereld, door het vragen om geestelijke kracht, valt het succes van hun belichaming op aarde te betwijfelen of het aardse leven zou alleen maar een voortdurend werkzaam zijn in liefde moeten zijn, want dan staat de mens onbewust ook in verbinding met de geestelijke wereld.

De tijd van de verlossing van het geestelijke loopt ten einde. Wat dat betekent, kan de mens niet begrijpen en toch moet hij ervan in kennis gesteld worden, opdat hij de oorzaak en het doel van de grote nood begrijpt, wat God over de aarde laat komen. Een eindeloos lange tijd heeft deze verlossingsperiode omvat en steeds weer werd het geestelijke de mogelijkheid gegeven om zich opwaarts te ontwikkelen. Maar Gods wijsheid heeft aan deze verlossingsperiode ook een grens gesteld, maar deed ook het aantal en de soort van de ontwikkelingsmogelijkheden toenemen, opdat het nog onrijpe geestelijke ten laatste nog rijp kan worden, voordat de verlossingsperiode beëindigd wordt.

En zodra het geestelijke zich niet verzet, kan het de laatste trede van ontwikkeling bereiken. Maar de wil van dit geestelijke is zwak en het faalt, als het niet op zo’n manier beïnvloed wordt, die hem tot een beslissing dwingt. Zo’n invloed moet het aardse leed op het geestelijke uitoefenen en daarom laat God deze laatste mogelijkheid niet onbeproefd om het geestelijke te helpen, dat zonder dit de belichaming als mens niet benut.

Het aardse leven gaat voorbij en daarmee ook de mogelijkheid, dat het geestelijke in de mens vrij komt. Op aarde kan het dit nog op eigen kracht. Maar zodra het aardse leven beëindigd is, ontbreekt het het geestelijke, de ziel, aan kracht en het grootste gevaar is, dat de ziel zich negatief ontwikkelt, hetgeen een voor eeuwigheden gebonden zijn tot gevolg heeft. Het grootste leed op aarde is ten opzichte daarvan gering te noemen en daarom moeten de mensen het op zich nemen, omdat het de enige mogelijkheid is om de ziel de kwellingen van het hiernamaals te besparen, die veel groter zijn en eeuwigheden duren, omdat het in het hiernamaals moeilijker is om tot geestelijke vrijheid te komen.

Want dit is zeker: er komt niets over de mensheid, want niet zijn grondslag heeft in Gods liefde en Gods wijsheid als voorwaarde heeft. En daarom moet ook het komende, enorme lijden beschouwd worden als een liefdesbewijs van God. Als een laatste middel tot verlossing van het geestelijke, dat in het gevaar verkeert, geheel verloren te gaan.

Amen

Vertaler
Vertaald door: Peter Schelling

Erlösungsperiode geht dem Ende entgegen....

In immer größere Not wird die Menschheit geraten, weil die Zeit drängt, die dem Geistigen zur Erlösung gegeben ist. Es muß ein beschleunigter Entwicklungsprozeß möglich sein, der durch übergroßes Leid und Elend gefördert wird. Die Zeit geht ihrem Ende entgegen, und es sind noch unzählige Menschen, die keinerlei geistiges Streben haben und daher völlig nutzlos durch das Erdenleben gehen. Sie müssen gewissermaßen gedrängt werden durch die äußeren Verhältnisse, ernsthaft über das Erdenleben nachzudenken, was sie niemals tun würden, wenn das Leben in Einförmigkeit und ohne Leid und Not an ihnen vorübergeht. Solange sie nicht Fühlung nehmen mit der geistigen Welt durch inniges Gebet, durch Anfordern geistiger Kraft, ist der geistige Erfolg ihrer Verkörperung auf Erden anzuzweifeln, oder es müßte das Erdenleben nur ein fortgesetztes Liebeswirken sein, dann aber steht der Mensch auch unbewußt in Verbindung mit der geistigen Welt. Die Zeit der Erlösung des Geistigen geht ihrem Ende entgegen.... Was das bedeutet, kann der Mensch nicht fassen, und dennoch soll er davon in Kenntnis gesetzt werden, auf daß er die Ursache und den Zweck der großen Not begreife, die Gott über die Erde kommen läßt. Unendlich lange Zeit hat diese Erlösungsperiode umfaßt, und immer wieder wurde dem Geistigen Möglichkeit geboten, sich zur Höhe zu entwickeln. Doch Gottes Weisheit setzte dieser Erlösungsperiode auch eine Grenze, erhöht aber auch die Zahl und Art der Entwicklungsmöglichkeiten, auf daß das noch unreife Geistige zur letzten Reife kommen kann, bevor die Erlösungsperiode beendet ist. Und sowie sich das Geistige nicht sträubt, kann es die letzte Stufe der Entwicklung erreichen. Doch der Wille dieses Geistigen ist schwach, und er versagt, so er nicht beeinflußt wird in einer Weise, die ihn zum eigenen Entscheid drängt. Einen solchen Einfluß soll das Erdenleid auf das Geistige ausüben, und darum läßt Gott diese letzte Möglichkeit nicht unversucht, um dem Geistigen zu helfen, das ohne solches die Verkörperung als Mensch nicht nützet. Das Erdenleben geht vorüber, mit ihr aber auch die Möglichkeit, daß sich das Geistige im Menschen befreit. Auf Erden kann es dies noch aus eigener Kraft; sowie das Erdenleben aber beendet ist, mangelt es dem Geistigen, der Seele, an Kraft, und es ist diese in größter Gefahr, sich rückschrittlich zu entwickeln, was Ewigkeiten erneuten Gebundenseins zur Folge hat. Das größte Leid auf Erden ist dagegen gering zu nennen, und deshalb sollen es die Menschen auf sich nehmen, weil es die einzige Möglichkeit ist, der Seele die Qualen des Jenseits zu ersparen, die weit größer sind und Ewigkeiten andauern, weil es im Jenseits schwerer ist, die geistige Freiheit zu erlangen. Denn dies ist gewiß.... es kommt nichts über die Menschheit, was nicht in Gottes Liebe begründet ist und Gottes Weisheit zur Voraussetzung hat.... Und darum muß auch das kommende übergroße Leid betrachtet werden als ein Liebesbeweis Gottes.... als ein letztes Mittel zur Erlösung des Geistigen, das in Gefahr ist, sich gänzlich zu verlieren....

Amen

Vertaler
This is an original publication by Bertha Dudde