De mens zal steeds moeten worstelen, zolang hij op aarde verblijft. De weg omhoog kan nooit zonder moeite plaatsvinden, want het is het doel van het geestelijke in de laatste belichaming als mens dat hij zich tegenover weerstanden staande moet houden, dus strijdend zijn doel moet bereiken. Een leven zonder strijd zal geen geestelijke vooruitgang brengen. Daarom moet de mens in een bestaan, dat rijk is aan strijd en tegenstand, ook de mogelijkheid tot een geestelijke opwaartse ontwikkeling herkennen. Hij mag niet moe worden, maar moet zich handhaven, dus elke tegenstand overwinnen. Pas dan kan er van een succesvolle aardse levenswandel gesproken worden.
Aards succes is waardeloos, maar als de ziel door deze nood en strijd succes boekt, dan heeft ze veel gewonnen voor de eeuwigheid. Dan is ze voor de levensproef op aarde geslaagd, wat het enige doel van het bestaan op aarde is. Maar altijd staat de mens de genade van God ter beschikking, die hem helpt om elke strijd zegenrijk te doorstaan. En bijgevolg hoeft het leven ondanks strijd en tegenstand geen moeilijk leven te zijn, als de mens om de genade van God vraagt, want dan wordt hem de kracht toegestuurd om alle tegenstanden te overwinnen.
Zodra hij zijn aardse weg met God gaat, is geen strijd voor hem te zwaar. Hij wordt elke hindernis de baas en hij gaat in de ontwikkeling van zijn ziel voortdurend opwaarts. Want God legt de mens niets op, wat onoverwinnelijke voor hem zou zijn. Hij laat hem in dezelfde hoeveelheid hulp toekomen, zoals de mens deze begeert. Hij draagt de last voor hem, als Hem daarom gevraagd wordt. Hij is steeds tot hulp bereid, als de mens Hem roept. Zodoende moet de mens in het geloof staan, want alleen het geloof brengt hem ertoe om God aan te roepen.
Maar als het geloof zwak is, dan zal ook het gebed niet in vol vertrouwen naar Hem gestuurd worden en God kan de mens enkel overeenkomstig de diepte van zijn geloof bedenken. Er moet ook om een rotsvast geloof gevraagd worden als de mens zich niet sterk genoeg voelt. Er moet een voortdurend worstelen om een sterk geloof beginnen en het gebed om de genade van God moet dit worstelen ondersteunen.
En God laat geen vragend mensenkind tevergeefs roepen. Hij leidt de mens zo, dat zijn geloof verstevigd wordt, ofschoon hij niet zonder strijd zal blijven, want zijn wil om tegenstand te bieden, moet gestaald worden, omdat hij alleen dan maar voor wat de ziel betreft rijp kan worden, als de wil alle tegenstand overwint, die hem ten deel valt.
Amen
VertalerL'homme devra toujours lutter tant qu’il demeure sur la Terre. Aucune remontée vers Haut ne peut avoir lieu sans fatigue, parce que c’est la tâche du spirituel dans sa dernière incorporation comme homme que de devoir s’affirmer face aux adversités, donc d’atteindre son but en luttant. Une vie sans lutte n’apportera aucun progrès spirituel, donc elle doit reconnaître dans une existence riche en luttes et en adversités la possibilité d’un développement spirituel vers le Haut, elle ne doit pas s'arrêter, mais s'affirmer, donc vaincre toutes les adversités, seulement alors on peut parler d'un chemin de vie terrestre parcouru avec succès. Le succès terrestre est inutile, mais si l'âme conquiert le succès à travers des misères et des luttes, alors elle aura conquis beaucoup pour l'Éternité, alors elle aura dépassé l'épreuve de la vie terrestre, qui est l'unique but de l'existence terrestre. Mais l'homme a toujours à sa disposition la Grâce de Dieu qui l'aide à soutenir victorieusement chaque lutte. Et par conséquent la vie ne doit pas nécessairement être très difficile, malgré les luttes et les adversités, lorsque l'homme demande la Grâce de Dieu, parce qu'alors la Force lui arrive pour dépasser toutes les adversités. Dès qu'il parcourt avec Dieu son chemin terrestre, aucune lutte ne lui est trop difficile; il affronte tous les obstacles et procède constamment vers le Haut dans son développement spirituel, parce que Dieu ne fait pas reposer sur l'homme des charges qui pour lui seraient insurmontables. Dans la même mesure il fait arriver Son Aide, si l'homme la désire; Il porte le poids pour lui, si celui-ci le demande; Il est toujours prêt à aider, si l'homme L'invoque. Donc l'homme doit être dans la foi, parce que seulement celle-ci Le pousse à invoquer Dieu. Mais si la foi est faible, alors la prière ne Lui est pas envoyée en toute confiance et Dieu peut pourvoir l'homme seulement selon la profondeur de sa foi. Même la foi sans doute doit être demandée, si l'homme ne se sent pas assez fort; il doit commencer une lutte constante pour une foi forte et prier pour que la Grâce de Dieu lui permette de soutenir cette lutte. Et Dieu ne laisse pas appeler en vain un fils terrestre qui demande. Il guide l'homme de sorte que sa foi soit renforcée, bien que celui-ci ne restera pas sans lutte, parce que sa volonté doit être une abdication de fer pour prêter résistance, parce que seulement alors il peut mûrir animiquement, lorsque la volonté dépasse toutes les adversités qui lui sont destinées.
Amen
Vertaler