De mensen hebben de religie tot een voortdurend geschilpunt laten worden. De verhouding van de mens tot God, zijn taak op aarde en de eeuwige Godheid Zelf worden heel verschillend geïnterpreteerd en elke geestelijke richting wil de ander afwijzen en als enig ware erkend worden. En steeds weer maakten de mensen het tot hun taak om via onderzoek dit gebied binnen te dringen en het resultaat was verschillende geestelijke richtingen, die elkaar weer onderling bestrijden.
De mens gelooft met zijn verstand vraagstukken op te kunnen lossen en hij slaat geen acht op het werkzaam zijn van de geest. Dat wil zeggen dat hij niet probeert zich in een toestand te brengen, die hem alleen de meest volledige opheldering geeft. En hij zal ook net zolang in de duisternis wandelen, omdat zonder de verlichting van de geest een waarheidsgetrouwe opheldering ondenkbaar is. En hoe meer de mensen tegen elkaar strijden, des te verwarder wordt hun denken en ze zijn niet in staat om de waarheid van de dwaling te onderscheiden.
En dat is de tijd, waar aards en geestelijk een chaos ontstaat, waaruit de mensen op eigen kracht geen uitweg meer vinden. De zuivere waarheid zal weliswaar nog in het verborgene te vinden zijn, maar als deze in de nabijheid van de mensheid gebracht wordt, herkent ze deze niet en daarom accepteert ze deze niet. Maar zodra een verkeerde mening onder de dekmantel van de waarheid zich een weg probeert te banen, zijn de mensen gewillig en accepteren ze deze mening.
En zo verspreidt de dwaling zich angstaanjagend, want aan de weinige zich in de waarheid bevindende mensen wordt geen aandacht geschonken en ze kunnen de dwaling daarom niet weerleggen, omdat hun daartoe de gelegenheid niet geboden wordt, omdat degenen die geloven de waarheid te bezitten, zich met een onverlichte geest aanmatigen te onderzoeken en hun resultaten als waarheid aan de medemensen aanbieden. En God laat dit toe, omdat de wil van de mens zwak geworden is. Die zodoende niet vurig genoeg naar de zuivere waarheid verlangt, zodat hij ook niet immuun geworden is voor dwaling.
Maar zolang de mens dwaalt, kan zijn ziel zich niet opwaarts ontwikkelen. En dit is zijn eigenlijke taak op aarde. Enkel een streven naar de waarheid, naar God, laat hem voor wat de ziel betreft rijp worden. En met het streven naar de waarheid moet ook de liefde verbonden zijn. Maar aan de liefde wordt eveneens nauwelijks aandacht geschonken en zonder de liefde is er geen verbinding mogelijk met Degene, Die de waarheid Zelf is en alleen Die kan de waarheid uitdelen.
Wat de mens daarom tegenwoordig onderwezen wordt, ontbeert de liefde en zodoende ook de waarheid en kan de menselijke ziel dus nooit tot heil strekken, omdat de geest uit God het denken van die mens niet ordenen kan, die gelooft geroepen te zijn om de medemensen opheldering te brengen en nog geen voorwaarde vervuld heeft, die het werkzaam zijn van de geest in de mens tot gevolg heeft.
Amen
VertalerGli uomini hanno fatto diventare le religioni una costante questione di litigio. Il rapporto dell’uomo verso Dio, il suo compito sulla Terra e l’eterna Divinità Stessa, vengono compresi in modo così differente ed ogni orientamento spirituale vuole rigettare l’altro ed essere riconosciuto come l’unico giusto. E gli uomini si sono sempre di nuovo posto questo compito di penetrare con la ricerca in quella regione ed il risultato erano differenti orientamenti spirituali che si combattono di nuovo reciprocamente. L’uomo crede di poter risolvere problemi con il suo intelletto e non considera l’agire dello Spirito, cioè non cerca di mettersi in una condizione che è l’unica a portargli la pienissima spiegazione. E fino ad allora camminerà nella tenebra, perché senza l’illuminazione dello spirito è impensabile un chiarimento secondo la Verità. E più gli uomini litigano, più si confonde il loro pensare e non distinguono la Verità e l’errore. E questo è il tempo dove sorge un caos terreno e spirituale, dal quale gli uomini non escono più con la propria forza. La pura Verità si troverà bensì ancora nel nascondimento, ma se viene portata vicino all’umanità, non la riconosce e perciò non l’accetta. Ma appena una opinione errata sotto il mantello di copertura della Verità cerca di fare breccia, gli uomini sono volenterosi e l’accettano. E così si diffonde l’errore in modo del tutto spaventoso perché non si bada ai pochi uomini che si trovano nella Verità e perciò non possono confutare l’errore, perché per questo non viene loro offerta l’opportunità, perché credono di possedere la Verità coloro che si arrogano di indagare senza l’illuminazione dello spirito ed offrono i loro risultati ai prossimi come Verità. E Dio permette questo, perché la volontà degli uomini è diventata debole, quindi non desidera abbastanza interiormente la Verità in modo che non è nemmeno protetta contro l’errore. Ma finché l’uomo erra, la sua anima non si può sviluppare verso l’Alto, questo però è il suo vero compito terreno. Solo un tendere alla Verità, a Dio, fa maturare l’uomo animicamente. E con il tendere alla Verità dev’essere unito anche l’amore. Ma pure questo non viene quasi considerato e senza l’amore non è possibile nessun collegamento con Colui il Quale E’ la Verità Stessa ed il Quale Solo può elargire la Verità. Quello che viene attualmente insegnato agli uomini, è privo d’amore e quindi anche della Verità e perciò non può mai aiutare alla salvezza l’anima umana, perché lo spirito da Dio non può ordinare il pensare degli uomini che si credono chiamati a portare il chiarimento ai prossimi e che non hanno però adempiuta nessuna precondizione che ha per conseguenza l’agire dello spirito nell’uomo.
Amen
Vertaler