Elk geestelijk vraagstuk wordt voor de mens, die zich tot de eeuwige Godheid Zelf wendt en Hem om beantwoording vraagt, opgelost. Maar de mens moet ook aandacht schenken aan zijn gedachten. Hij moet langere tijd bij de vraag blijven en naar zijn innerlijk luisteren. Hij moet aandacht schenken aan welke gedachten hem toegestuurd worden en in hoeverre deze hem aanvaardbaar lijken. Want het gevraagde antwoord zal zich in zijn geheugen dringen, zodat hij deze als juist ervaart. Het stellen van vragen is noodzakelijk, want het brengt de mens ertoe om er zich in gedachten mee bezig te houden en pas dan kan hem antwoord gegeven worden, omdat deze eveneens via de gedachten gegeven wordt.
God onthoudt geen mens kennis, maar zolang er niet naar kennis verlangd wordt, kan het hem niet toegestuurd worden. Maar geestelijke kennis kan alleen maar geestelijk aangeboden worden. Het kan ook niet bewezen worden en daarom niet als een vaststaande leer uitgedeeld worden. Geestelijke kennis moet verworven worden door een God welgevallige levenswandel. Door de juiste instelling ten opzichte van God en een geestelijk streven. Maar dan zijn de goddelijke geschenken, die kennis in zich bevatten, onbeperkt.
Waar de wil van de mens bereid is om dit goddelijke geschenk in ontvangst te nemen, daar wordt de mens alle kennis aangeboden. Elke vraag, die geestelijke vraagstukken aanroert, wordt beantwoord. En daarom moet de mens niet verzwakken in het vragen om het goddelijke geschenk. Het moet vragen en smeken. Het moet luisteren en dankbaar zijn voor elk antwoord, dat hem door Gods grote liefde nu toegestuurd wordt. Goddelijke wijsheid te ontvangen is een bewijs van liefde van God, want daardoor heeft de ziel de mogelijkheid om te rijpen, zolang deze op aarde is.
En God biedt Zijn geschenken zo, dat ze aansporen tot een verder streven. En Hij wil de dorst naar kennis in de mens opwekken. Hij wil hem ertoe brengen om steeds nieuwe vragen te stellen en zodoende is de kennis onuitputtelijk, die de mens door geestelijke wezens, die de wil van God uitvoeren doordat ze onderwijzend werkzaam zijn, aangeboden wordt. Zich met God in verbinding te stellen moet onvermijdelijk een toegenomen kennis opleveren, want Hijzelf deelt de waarheid uit en Hij geeft aan die mensen, die ernaar verlangen om wetend te zijn, zolang ze een verlangen naar de waarheid, naar Zijn woord dat die mensen wetend maakt, hebben.
Elke gedachtewisseling met geestelijke wezens, dat wil zeggen elke in gedachten gestelde vraag, alsook het hem in gedachten gestuurde antwoord is overeenkomstig de wil van God en daarom kan de mens zijn kennis ononderbroken vergroten, want steeds zullen deze wezens in het hiernamaals bereid zijn om de vragen van de mensen te beantwoorden en hun geestelijke goederen te geven, zoals het de wil van God is.
Amen
VertalerOgni questione spirituale viene risolta all’uomo che si rivolge all’eterna Divinità Stessa e Le chiede la Risposta. Ma l’uomo deve anche badare ai suoi pensieri, deve soffermarsi più a lungo con la domanda ed ascoltare nell’interiore, deve badare quali pensieri gli giungono e fin dove gli sembrano accettabili, perché la Risposta richiesta si spingerà nella sua memoria, affinché la percepisca come giusta. E’ necessario porre delle domande, perché induce l’uomo di occuparsene mentalmente e solo allora può ricevere la risposta, perché anche questa gli viene trasmessa mentalmente.
Dio non nasconde a nessun uomo il sapere, ma finché questo non viene desiderato, non gli può giungere. Il sapere spirituale però può essere offerto solo spiritualmente; non può nemmeno essere dimostrato e non venir elargito come insegnamento stabile. Il sapere spirituale dev’essere conquistato attraverso un cammino di vita compiacente a Dio, attraverso la giusta predisposizione verso Dio ed un tendere spirituale. Ma allora i Doni divini che celano in sé il sapere, sono illimitati. Dove la volontà dell’uomo è disposta ad accogliere questo Dono divino, là viene offerto all’uomo ogni sapere, ad ogni domanda che tocca problemi spirituali e trova la risposta, perciò l’uomo non deve cedere di richiedere il Dono divino; deve domandare e pregare, deve ascoltare e ringraziare per ogni Risposta che gli giunge ora attraverso il grande Amore di Dio. Ricevere la Sapienza divina è una dimostrazione dell’Amore di Dio, perché con ciò l’anima ha la possibilità di maturare finché è sulla Terra.
E Dio offre i Suoi Doni in modo che stimolano all’ulteriore tendere. Egli vuole stimolare nell’uomo la sete del sapere, lo vuole indurre a sempre nuove domande e quindi il sapere è inesauribile che viene offerto agli uomini da esseri spirituali che eseguono la Volontà di Dio, mentre sono attivi insegnando. Mettersi in contatto con Dio deve anche procurare inevitabilmente un aumentato sapere, perché Egli Stesso elargisce il sapere ed Egli dà finché l’uomo ha il desiderio per la Verità, per la Sua Parola che rende sapiente l’uomo che desidera essere sapiente. Ogni scambio di pensieri con esseri spirituali, cioè ogni domanda posta mentalmente, come la risposta che gli giunge mentalmente, corrisponde alla Volontà di Dio e perciò l’uomo può ininterrottamente ampliare il suo sapere, perché quegli esseri nell’aldilà saranno sempre pronti a rispondere alle domande degli uomini e trasmettere loro il patrimonio spirituale, com’è la Volontà di Dio.
Amen
Vertaler