B.D.-Nr. 2491
Elk geestelijk vraagstuk wordt voor de mens, die zich tot de eeuwige Godheid Zelf wendt en Hem om beantwoording vraagt, opgelost. Maar de mens moet ook aandacht schenken aan zijn gedachten. Hij moet langere tijd bij de vraag blijven en naar zijn innerlijk luisteren. Hij moet aandacht schenken aan welke gedachten hem toegestuurd worden en in hoeverre deze hem aanvaardbaar lijken. Want het gevraagde antwoord zal zich in zijn geheugen dringen, zodat hij deze als juist ervaart. Het stellen van vragen is noodzakelijk, want het brengt de mens ertoe om er zich in gedachten mee bezig te houden en pas dan kan hem antwoord gegeven worden, omdat deze eveneens via de gedachten gegeven wordt.
God onthoudt geen mens kennis, maar zolang er niet naar kennis verlangd wordt, kan het hem niet toegestuurd worden. Maar geestelijke kennis kan alleen maar geestelijk aangeboden worden. Het kan ook niet bewezen worden en daarom niet als een vaststaande leer uitgedeeld worden. Geestelijke kennis moet verworven worden door een God welgevallige levenswandel. Door de juiste instelling ten opzichte van God en een geestelijk streven. Maar dan zijn de goddelijke geschenken, die kennis in zich bevatten, onbeperkt.
Waar de wil van de mens bereid is om dit goddelijke geschenk in ontvangst te nemen, daar wordt de mens alle kennis aangeboden. Elke vraag, die geestelijke vraagstukken aanroert, wordt beantwoord. En daarom moet de mens niet verzwakken in het vragen om het goddelijke geschenk. Het moet vragen en smeken. Het moet luisteren en dankbaar zijn voor elk antwoord, dat hem door Gods grote liefde nu toegestuurd wordt. Goddelijke wijsheid te ontvangen is een bewijs van liefde van God, want daardoor heeft de ziel de mogelijkheid om te rijpen, zolang deze op aarde is.
En God biedt Zijn geschenken zo, dat ze aansporen tot een verder streven. En Hij wil de dorst naar kennis in de mens opwekken. Hij wil hem ertoe brengen om steeds nieuwe vragen te stellen en zodoende is de kennis onuitputtelijk, die de mens door geestelijke wezens, die de wil van God uitvoeren doordat ze onderwijzend werkzaam zijn, aangeboden wordt. Zich met God in verbinding te stellen moet onvermijdelijk een toegenomen kennis opleveren, want Hijzelf deelt de waarheid uit en Hij geeft aan die mensen, die ernaar verlangen om wetend te zijn, zolang ze een verlangen naar de waarheid, naar Zijn woord dat die mensen wetend maakt, hebben.
Elke gedachtewisseling met geestelijke wezens, dat wil zeggen elke in gedachten gestelde vraag, alsook het hem in gedachten gestuurde antwoord is overeenkomstig de wil van God en daarom kan de mens zijn kennis ononderbroken vergroten, want steeds zullen deze wezens in het hiernamaals bereid zijn om de vragen van de mensen te beantwoorden en hun geestelijke goederen te geven, zoals het de wil van God is.
Amen