Om wijs te worden, moet de mens absoluut in de liefde staan. Er moet absoluut een werkzaam zijn in liefde aan voorafgaan, als de mens de goddelijke wijsheid wil ontvangen. De wijsheid zonder liefde is ondenkbaar, om welke reden de mens, die meent wijs te zijn, zich vergist, als het hem aan liefde ontbreekt. Dit is het eerste waar aandacht aan geschonken moet worden, als de medemens een juist oordeel wil vellen over de waarde of waardeloosheid van wat de mens aan kennis gelooft te bezitten.
De wijsheid zal enkel daar te verwachten zijn, waar de schepper, de gever hiervan, zelf wijs is. Waar wijsheid overgedragen kan worden, omdat de Gever de wijsheid Zelf is. Alle wijze gedachten zijn dus uitstralingen van Degene, Die in Zichzelf liefde is, om welke reden deze gedachten ook weer door een liefhebbend hart in ontvangst genomen moeten worden, omdat ze anders niet als wijsheden ervaren worden. Want de wijsheid is iets geestelijks, die weer alleen maar door de geest in de mens in ontvangst genomen kan worden. Maar de geest in de mens treedt alleen maar dan in werking, als het door een werkzaam zijn in liefde daartoe aangespoord wordt.
Zonder de liefde is alles dood, ook de zogenaamde kennis, die alleen maar aardse zaken aanroert, die zonder geestelijke waarde zijn of een onjuiste kennis is, die nooit als wijsheid bestempeld kan worden. De mensen kunnen wel een wereldse kennis de hunne noemen, hetgeen ook met de waarheid overeenkomt, maar die juist alleen maar zaken aanroert, die volledig onbelangrijk zijn voor de ziel. Dat wil zeggen voor de opwaartse ontwikkeling, maar deze kennis houdt met de dood op te bestaan. Het is dus vergankelijk en zonder waarde voor de eeuwigheid. Maar enkel dit zal voor de wereld als kennis gelden, omdat het met bewijzen gestaafd kan worden, dus in zekere zin onaantastbaar is. En geestelijke kennis wordt om deze reden niet erkend, omdat daarvoor geen bewijzen geleverd kunnen worden.
Maar enkel die mens is wijs, die geestelijke kennis de zijne noemt, want hij neemt het mee naar de eeuwigheid. Een onbaatzuchtig werkzaam zijn levert hem wijsheid op, omdat beiden goddelijk zijn en wat uit God komt, kan ook nooit vergaan. Hoe inniger de mens zich door een werkzaam zijn in liefde met God verbindt, des te meer kennis hij moet krijgen, omdat goddelijke geschenken hem nu toestromen, die onbeperkt aangeboden en ontvangen kunnen worden. En zodoende wordt de mens nu wijs, omdat hij in de liefde staat.
VertalerIn order to become wise it is imperative for a person to live a life of love, actions of love must absolutely come first if he wants to receive divine wisdom. Wisdom without love is unthinkable, this is why people deeming themselves wise will be mistaken if they lack love. This must be taken into account first if a fellow human being wants to correctly judge the value or irrelevance regarding a person’s supposed knowledge. Wisdom can only be found where the source, the provider of it, is wise himself .... where wisdom can be conveyed because the Provider Himself is Wisdom. All thoughts of wisdom are therefore emanations of the One Who is Love in Himself, on account of which these thoughts must also be accepted by a loving heart, otherwise they would not be recognised as wise thoughts. For wisdom is something spiritual which can only be received by the person’s indwelling spirit, but the person’s spirit only begins to function if it is stimulated through actions of love. Without love everything is dead, even the supposed knowledge which only touches upon earthly things is without spiritual value or is misguided knowledge that can never be called wisdom. People can certainly possess worldly knowledge, which also corresponds to truth, but it will only concern things which are irrelevant for the soul, that is, for its higher development, yet this knowledge will be extinguished at the moment of death, thus it is transient and without value for eternity. Nevertheless, the world will only accept this as knowledge because it can be proven, thus it is effectively irrefutable. Spiritual knowledge, however, will not be acknowledged because no evidence can be presented for it. Yet only a person in possession of spiritual knowledge is wise, since he will take it along into eternity. He will gain this wisdom through selfless actions of love because both are divine and that which comes forth from God will never vanish. The more closely a person unites with God through kind-hearted activity, the wiser he must become, because the divine gifts flowing to him are not offered to a limited extent, instead, the person can receive them without restriction and thus he will become wise because he lives a life of love.
Amen
Vertaler