Het juiste geloof is tot veel in staat. Alle gedachten moeten erop gericht zijn, dat de goddelijke liefde niets onvervuld laat, waar een gelovig mens om vraagt, omdat God almachtig is. En als een mens zich dit sterke geloof eigen gemaakt heeft, geeft hij zich geheel aan de goddelijke wil over en nu wijkt zijn wil niet meer van de wil van God af. En God kan nu alles door deze mens volbrengen. De mens zal nu ook niets anders willen, dan wat God wil en zodoende is nu ook zijn kracht goddelijk. Dat wil zeggen dat hij door de wil van God is doordrongen en dus ook tegelijkertijd door Zijn kracht. En alles is mogelijk voor hem.
Het ware geloof kent geen twijfels. Hij handelt, zoals zijn hart hem ingeeft. En bijgevolg kan hij niet iets willen en uitvoeren, wat tegen de wil van God in gaat, omdat zijn geest in hem, hem nooit en te nimmer dat zou gebieden te doen, wat tegen de goddelijke wil indruist. De mens wordt op geen enkele manier gedwongen om te handelen en te denken, want als hij ongelovig is, dan bewegen zijn gedachten zich binnen volledig andere gebieden en zal hij nooit aan God denken en zodoende ook geen dingen verrichten, die boven de natuurlijke kracht uitgaan. Maar als hij gelovig is, dan worden de gedachten hem ingegeven en dan komen ze ook overeen met de wil van God. En zo zet de goddelijke wil zelf de mens ertoe aan om dat in uitvoering te brengen, wat in zijn gedachten opkomt.
Maar God heeft mensen nodig met zo’n sterk geloof, opdat Hij door hen werkzaam kan zijn. Ze zullen zich zonder bedenkingen aan de krachtuitstraling van God overgeven en zich nu bereidwillig als Zijn werktuigen laten gebruiken. Ze zullen hun denken en hun opvattingen aan Hem opofferen en zich nu aan hun meeste innerlijke gedachten ter beschikking stellen, voor wat betreft deze van hen eisen. Want dit is de stem van God, die een mens, die zo bereidwillig is om te geloven en bereid is om te dienen, gebiedt te doen, wat de medemensen tot geestelijk heil zal strekken. En de gelovige mens zal zonder twijfels de wil van God vervullen, omdat hij deze als goddelijk ervaart. En zo zal hij dingen kunnen volbrengen, die buiten het bereik van de mogelijkheden liggen, want niet hij is de uitvoerende, maar God Zelf door hem.
Amen
VertalerLa vraie foi peut tout. Toutes les pensées doivent être orientées pour que l'Amour divin ne laisse pas non atteint ce que demande un homme croyant, parce que Dieu est tout-puissant et lorsqu’un homme s'est approprié cette forte foi, il se donne totalement à la Volonté divine et maintenant sa volonté ne s'éloigne plus de la Volonté de Dieu. Et maintenant Dieu peut tout accomplir à travers cette personne. Il ne pourra maintenant plus vouloir autre chose que ce que Dieu veut et donc aussi sa Force divine, il a été compénétré de la Volonté de Dieu et donc aussi en même temps de Sa Force et pour lui tout est possible. La vraie foi ne connaît pas de doutes, elle agit comme lui inspire son cœur. Et il ne peut par conséquent pas vouloir ou exécuter quelque chose qui serait contraire à la Volonté de Dieu, parce que son esprit en lui ne l'obligera jamais et encore jamais à faire quelque chose qu'il va contre la Volonté divine. L'homme n'est forcé d’aucune manière d'agir et de penser, parce que s'il est mécréant, alors ses pensées évoluent dans des régions totalement différentes et il ne pensera jamais à Dieu et donc il ne voudra pas accomplir des choses qui vont au-delà de la force naturelle. Mais s'il est croyant, il sera inspiré par des pensées qui correspondent aussi à la Volonté de Dieu. Et donc la Volonté divine Elle-Même pousse l'homme de porter à exécution ce qui entre dans ses pensées. Mais Dieu a besoin d'hommes avec une foi aussi forte pour pouvoir agir au travers d’eux. Ils doivent se donner sans hésitations au Rayonnement de la Force de Dieu et se faire maintenant employer comme Ses moyens, ils doivent Lui sacrifier leurs pensées et maintenant se confier à leurs pensées intimes pour savoir ce qu'elles exigent de lui. Parce que celles-ci sont la Voix de Dieu qui appelle un homme de bonne volonté à croire et à servir, à faire ce qui doit être fait pour le bien spirituel du monde environnant. Et l'homme croyant s'acquittera de cela sans douter de la Volonté de Dieu, parce qu'il la perçoit comme divine. Donc il pourra accomplir des choses qui sont en dehors du domaine de la possibilité, parce que ce n'est plus lui l'exécuteur, mais Dieu Lui-Même à travers lui.
Amen
Vertaler