B.D.-Nr. 2557
Het wereldgebeuren gaat wel zijn gang, maar zal een volledig andere loop krijgen. De goddelijke wil keert het om, omdat de menselijke wil dit niet doet en de strijd, die in de grootste mate door liefdeloosheid teweeggebracht werd, zou nooit tot een einde komen.
Er rest nog maar een korte tijd en in deze tijd zal de liefdeloosheid veelvoudig toenemen. Dat wil zeggen dat zich de grootste wreedheden af zullen spelen en de mensen zullen er weinig aanstoot aan nemen, omdat ze steeds alleen maar naar het aardse effect zullen kijken en hier positief tegenover zullen staan. Talloze mensen zullen in nood en ellende geraken en God nodig hebben en de weg naar God niet vinden, maar daarentegen de haat in zich voeden en kwaad met kwaad vergelden.
En daarom is er een gebeurtenis voorzien, waar God Zich uit en die aan geen mens onopgemerkt voorbij zal gaan. Iedereen zal getroffen worden, eenieder op een andere manier. Iedereen zal uit het gewone leven gerukt worden en zich met uiterste kracht in moeten zetten om de grote ellende tegen te gaan om het leven draaglijk te maken. Maar het leven zal verdergaan voor degenen, die God het leven laat. Maar het zal veel mensen, die geen contact hebben met God, tot last zijn, want alleen dit maakt het leven op aarde draaglijk.
Wat de mensen mee zullen maken, is onvoorstelbaar, want de natuurcatastrofe, waardoor God Zich uit, is zo geweldig, dat deze een uniek vernietigingswerk betekent en voor veel mensen het tijdelijke einde is. En de overlevenden zullen in het begin niet in staat zijn om behulpzaam te zijn en zich daar toch toe gedwongen zien, omdat het ongeluk zo groot is, dat degene, die niet geheel liefdeloos is, medelijden in zich voelt. Want het gaat erom hulp te brengen aan alle ongelukkigen.
Het is deels de drang tot zelfbehoud, welke de mens ertoe aanspoort om in beweging te komen en werkzaam te zijn en de kracht van het geloof zal de mensen ook in staat stellen om het moeilijkste werk te verrichten. Maar de ongelovigen zullen zich onnoemelijk afbeulen, want hun ontbreekt het aan kracht en het enorme werk vereist dit.
De nood zal groot zijn en is toch draaglijk met Gods hulp. En daarom moet de mensen van tevoren al de weg gewezen worden, opdat ze deze betreden, als ze in nood verkeren. Het wereldgebeuren gaat nog zijn gang. De mensen maken nog plannen en denken nog aan een betere toekomst. En alles zal anders gaan, dan ze verwachten. Wat nu nog staat, kan vallen of de grootste veranderingen ondergaan.
En de menselijke wil is tot niets anders in staat, dan zich in gelovig vertrouwen naar de Vader en de Schepper toe te keren en zich aan Zijn genade toe te vertrouwen. Want God is bereid om te helpen, als Hij maar aangeroepen wordt. En alleen met goddelijke hulp kan het leven na het zware leed op een draaglijke manier verdergaan, als de mens niet in uiterste liefdeloosheid ten onder wil gaan en zich onrechtmatige verlichting wil verschaffen door het uitbuiten van zijn medemensen.
Gods liefde waarschuwt hen van tevoren en Hij wijst hun de juiste weg om Zijn kinderen door de komende zware tijd te leiden. En niemand hoeft te vrezen of met schrik aan deze tijd te denken, als hij diep gelovig is en in de liefde staat. En streef daarom naar een sterk geloof en blijf actief in de liefde en u zult het aardse leven tot een einde brengen, want het zal u nooit aan kracht ontbreken als u God vurig om deze kracht vraagt.
Amen