B.D.-Nr. 2546

Omwenteling op aarde – Roep om hulp – Nieuwe aarde

Geen macht op aarde is in staat om het gebeuren, dat de mensen ter wille van hun geestelijke ontwikkeling treffen moet, tegen te houden of af te wenden. Want tegenover de goddelijke wil staat de menselijke wil machteloos en zo komt het, zoals God het van eeuwigheid af bepaald heeft. En enkel degene, die zich buigt voor de wil van God, die alles kalm en berustend uit Zijn hand in ontvangst neemt, zal er voordeel mee doen voor zijn ziel.

De geestelijke ontwikkeling loopt steeds verder terug en de mensen gaan nog over de aarde als levende wezens, die hun taken verrichten, maar elke verbinding met hun Schepper losgelaten hebben. Ze zijn er alleen maar op bedacht om aardse successen te boeken en hun eigenlijke taak uit te voeren en ze slaan geen acht op de opwaartse ontwikkeling van de geest. Ze maken dus ten onrechte aanspraak op de levenskracht, omdat ze deze niet in overeenstemming met de goddelijke wil gebruiken, maar daarmee dingen nastreven en uitvoeren, die enkel een vermeerderen van de materie betekenen, terwijl ze die eigenlijk moet overwinnen. Bijgevolg moet de mensen de mogelijkheid om te leven ontnomen worden, want ze misbruiken de hun verleende genade van de belichaming op aarde.

Er valt een geestelijk lage stand op te tekenen, die nauwelijks een verheffing laat verwachten. En deze lage stand is de aanleiding voor een grote omwenteling op aarde, die zich over alle gebieden uitstrekt. De mensen worden uit hun gewone leven gerukt en zullen in volledig nieuwe omstandigheden gedrongen worden. Ze zullen met de grootste moeilijkheden te kampen krijgen en onnoemelijk moeten lijden.

En deze veranderde leefwijze kan een zegenrijk effect voor hen hebben, als ze er ernstig over nadenken en de oorzaak hiervan proberen te doorgronden. Maar evenzo kan al het leed en ellende vergeefs zijn, als de mens zich verzet en er alleen maar naar streeft om het oude aardse goede leven weer tot stand te brengen. Dan is deze zending van God voor hem vergeefs geweest en er bestaat geen verdere mogelijkheid op aarde om zijn geestelijke ontwikkeling te bevorderen.

Maar aardse macht kan niets tegen dit geweldige gebeuren doen. Ze staat machteloos tegenover de goddelijke ingreep en moet zich voor Gods wil buigen. Derhalve zal iedereen getroffen worden, groot en klein, arm en rijk. Iedereen zal de vergankelijkheid van het aardse moeten beseffen. Niemand zal zich daartegen kunnen beschermen en geen mens zal ergens anders hulp vinden dan bij God. En degene, die aards in hoog aanzien staat, zal net zo hard om hulp roepen als de armste en meest onopgemerkte persoon op aarde. Want voor God zijn alle mensen gelijk en Hij probeert iedereen door dit ingrijpen van Hem voor Zich te winnen.

Eenieder wil Hij de weg naar Hem wijzen en daarom laat Hij iedereen in nood geraken. Hij neemt de mens alles af, omdat Hij hem zwak en hulpeloos wil maken, want alleen maar in de zwakte vindt hij de weg naar God en alleen maar de hulpeloosheid laat hem bidden. En God kan alleen maar degene die bidt te hulp komen, omdat deze bewust Zijn hulp begeert.

God kent geen ander doel dan alles naar Zich toe te leiden en Hij gebruikt waarlijk de juiste middelen om dit doel te bereiken. Toch laat Hij de mensen de vrijheid en daarom zal het resultaat niet heel goed zijn, want de meerderheid van de mensen herkent de liefdevolle hand van God niet, maar ze ziet alleen maar het vernietigingswerk, waar de liefdeloos geworden mensheid zelf de schuld van heeft. Ze ziet alleen maar het verval van het aardse, maar niet zichzelf als de oorzaak hiervan.

En de aarde zal nog een klein poosje bestaan, opdat de mensheid zich weer terugvindt en tot God terugkeert (maar de aarde zal nooit vergaan, ze zal al wat leeft in zich opnemen). Ze zal omgevormd worden en weer nieuwe levende wezens bevatten. Ze zal die mensen dragen, die tijdens de laatste beproeving standgehouden hebben en als kinderen van God het recht verworven hebben om de nieuwe aarde te bewonen. De aarde zal een ontwikkelingsperiode beëindigen. Ze zal het ver van God verwijderd geestelijke weer in de nieuwe scheppingswerken opnemen en een nieuwe verlossingsperiode begint, zoals het sinds eeuwigheid bepaald is.

Amen

Vertaald door: Peter Schelling

Deze openbaring is niet opgenomen in de themaboekjes.