Geen macht op aarde is in staat om het gebeuren, dat de mensen ter wille van hun geestelijke ontwikkeling treffen moet, tegen te houden of af te wenden. Want tegenover de goddelijke wil staat de menselijke wil machteloos en zo komt het, zoals God het van eeuwigheid af bepaald heeft. En enkel degene, die zich buigt voor de wil van God, die alles kalm en berustend uit Zijn hand in ontvangst neemt, zal er voordeel mee doen voor zijn ziel.
De geestelijke ontwikkeling loopt steeds verder terug en de mensen gaan nog over de aarde als levende wezens, die hun taken verrichten, maar elke verbinding met hun Schepper losgelaten hebben. Ze zijn er alleen maar op bedacht om aardse successen te boeken en hun eigenlijke taak uit te voeren en ze slaan geen acht op de opwaartse ontwikkeling van de geest. Ze maken dus ten onrechte aanspraak op de levenskracht, omdat ze deze niet in overeenstemming met de goddelijke wil gebruiken, maar daarmee dingen nastreven en uitvoeren, die enkel een vermeerderen van de materie betekenen, terwijl ze die eigenlijk moet overwinnen. Bijgevolg moet de mensen de mogelijkheid om te leven ontnomen worden, want ze misbruiken de hun verleende genade van de belichaming op aarde.
Er valt een geestelijk lage stand op te tekenen, die nauwelijks een verheffing laat verwachten. En deze lage stand is de aanleiding voor een grote omwenteling op aarde, die zich over alle gebieden uitstrekt. De mensen worden uit hun gewone leven gerukt en zullen in volledig nieuwe omstandigheden gedrongen worden. Ze zullen met de grootste moeilijkheden te kampen krijgen en onnoemelijk moeten lijden.
En deze veranderde leefwijze kan een zegenrijk effect voor hen hebben, als ze er ernstig over nadenken en de oorzaak hiervan proberen te doorgronden. Maar evenzo kan al het leed en ellende vergeefs zijn, als de mens zich verzet en er alleen maar naar streeft om het oude aardse goede leven weer tot stand te brengen. Dan is deze zending van God voor hem vergeefs geweest en er bestaat geen verdere mogelijkheid op aarde om zijn geestelijke ontwikkeling te bevorderen.
Maar aardse macht kan niets tegen dit geweldige gebeuren doen. Ze staat machteloos tegenover de goddelijke ingreep en moet zich voor Gods wil buigen. Derhalve zal iedereen getroffen worden, groot en klein, arm en rijk. Iedereen zal de vergankelijkheid van het aardse moeten beseffen. Niemand zal zich daartegen kunnen beschermen en geen mens zal ergens anders hulp vinden dan bij God. En degene, die aards in hoog aanzien staat, zal net zo hard om hulp roepen als de armste en meest onopgemerkte persoon op aarde. Want voor God zijn alle mensen gelijk en Hij probeert iedereen door dit ingrijpen van Hem voor Zich te winnen.
Eenieder wil Hij de weg naar Hem wijzen en daarom laat Hij iedereen in nood geraken. Hij neemt de mens alles af, omdat Hij hem zwak en hulpeloos wil maken, want alleen maar in de zwakte vindt hij de weg naar God en alleen maar de hulpeloosheid laat hem bidden. En God kan alleen maar degene die bidt te hulp komen, omdat deze bewust Zijn hulp begeert.
God kent geen ander doel dan alles naar Zich toe te leiden en Hij gebruikt waarlijk de juiste middelen om dit doel te bereiken. Toch laat Hij de mensen de vrijheid en daarom zal het resultaat niet heel goed zijn, want de meerderheid van de mensen herkent de liefdevolle hand van God niet, maar ze ziet alleen maar het vernietigingswerk, waar de liefdeloos geworden mensheid zelf de schuld van heeft. Ze ziet alleen maar het verval van het aardse, maar niet zichzelf als de oorzaak hiervan.
En de aarde zal nog een klein poosje bestaan, opdat de mensheid zich weer terugvindt en tot God terugkeert (maar de aarde zal nooit vergaan, ze zal al wat leeft in zich opnemen). Ze zal omgevormd worden en weer nieuwe levende wezens bevatten. Ze zal die mensen dragen, die tijdens de laatste beproeving standgehouden hebben en als kinderen van God het recht verworven hebben om de nieuwe aarde te bewonen. De aarde zal een ontwikkelingsperiode beëindigen. Ze zal het ver van God verwijderd geestelijke weer in de nieuwe scheppingswerken opnemen en een nieuwe verlossingsperiode begint, zoals het sinds eeuwigheid bepaald is.
Amen
VertalerKeine Gewalt auf Erden vermag das Geschehen aufzuhalten oder abzuwenden, das die Menschen betreffen muß um ihrer geistigen Entwicklung willen. Denn dem göttlichen Willen steht jeglicher Menschenwille machtlos gegenüber, und also kommt es, wie es Gott seit Ewigkeit bestimmt hat. Und nur wer sich beuget unter den Willen Gottes, wer alles aus Seiner Hand gefaßt und ergeben entgegennimmt, der wird Nutzen daraus ziehen für seine Seele. Die geistige Entwicklung geht immer weiter zurück, und die Menschen wandeln nur noch auf der Erde als Lebewesen, die ihre Funktionen verrichten, aber jegliche Verbindung mit ihrem Schöpfer gelöst haben. Sie sind nur darauf bedacht, irdische Erfolge zu sammeln, und ihre eigentliche Aufgabe, die Höherentwicklung des Geistes, lassen sie außer acht. Sie nehmen somit die Lebenskraft unberechtigt in Anspruch, da sie diese nicht nützen dem göttlichen Willen entsprechend, sondern damit Dinge anstreben und ausführen, die nur ein Vermehren der Materie bedeutet, die sie eigentlich überwinden sollen. Folglich muß den Menschen die Lebensmöglichkeit genommen werden, denn sie mißbrauchen die ihnen gewährte Gnade der Verkörperung auf Erden. Es ist ein geistiger Tiefstand zu verzeichnen, der kaum eine Hebung erwarten läßt; und dieser Tiefstand ist Anlaß zu einer großen Umwälzung auf Erden, die sich auf alle Gebiete erstreckt. Es werden die Menschen aus ihrem gewohnten Leben gerissen und in völlig neue Verhältnisse gedrängt werden.... sie werden mit den größten Schwierigkeiten kämpfen und unsagbar leiden müssen. Und diese veränderte Lebensführung kann sich segensreich an ihnen auswirken, so sie ernsthaft darüber nachdenken und die Ursache dessen zu ergründen suchen. Doch ebenso kann alles Leid und Elend vergeblich sein, wenn der Mensch sich auflehnt und nur danach trachtet, das alte irdische Wohlleben wiederherzustellen. Dann ist diese Sendung Gottes für ihn vergeblich gewesen, und es gibt keine weitere Möglichkeit auf Erden, seine geistige Entwicklung zu fördern. Irdische Macht aber kann nichts gegen dieses gewaltige Geschehen tun, sie steht machtlos dem göttlichen Eingriff gegenüber und muß sich unter Gottes Willen beugen. Folglich werden alle betroffen werden, groß und klein, arm und reich.... alle werden die Vergänglichkeit des Irdischen erkennen müssen, keiner wird sich schützen können davor, und kein Mensch wird anderswo Hilfe finden als bei Gott.... Und wer irdisch in hohem Ansehen steht, der wird genau so um Hilfe rufen wie der Ärmste und Ungeachtetste auf Erden. Denn vor Gott sind alle Menschen gleich, und einen jeden sucht Er durch dieses Sein Eingreifen zu gewinnen für Sich. Einem jeden will Er den Weg weisen zu Sich, und darum lässet Er einen jeden in Not kommen. Er nimmt den Menschen alles, weil Er sie schwach und hilflos machen will, denn nur in der Schwäche findet er den Weg zu Gott, und nur die Hilflosigkeit läßt ihn beten. Und nur dem Betenden kann Gott zu Hilfe kommen, weil dieser bewußt Seine Hilfe begehrt. Gott kennt kein anderes Ziel, als alles Sich zuzuleiten, und Er wendet wahrlich die rechten Mittel an, dieses Ziel zu erreichen, dennoch läßt Er den Menschen die Freiheit, und darum wird der Erfolg nicht sehr groß sein, denn die Mehrzahl der Menschen erkennt nicht die liebende Hand Gottes, sondern sie sieht nur das Zerstörungswerk, das aber die lieblos gewordene Menschheit selbst verschuldet hat, sie sieht nur den Verfall des Irdischen, nicht aber sich selbst als Ursache dessen. Und es wird die Erde eine kleine Weile noch bestehen, auf daß die Menschheit sich wiederfinde und zu Gott zurückkehre. (Doch sie wird niemals vergehen, sie wird alles Lebende in sich aufnehmen,) Sie wird umgestaltet werden und wieder neue Lebewesen bergen, sie wird die Menschen tragen, die der letzten Prüfung standhalten und als Gotteskinder sich das Anrecht erworben haben, die neue Erde zu beleben.... Es wird die Erde eine Entwicklungsperiode beenden, sie wird das Gott-ferne Geistige wieder in den neuen Schöpfungswerken bergen, und eine neue Erlösungsperiode nimmt ihren Anfang, wie es bestimmt ist seit Ewigkeit....
Amen
Vertaler