B.D.-Nr. 2469
Een geschenk, dat goddelijke liefde naar de aarde laat stromen, kan niet effectief worden voor een mens, die zich voor de liefde van God afsluit door een liefdeloze levenswandel. Het genadegeschenk wordt hem ook wel aangeboden, wat hieruit blijkt, dat eenieder het woord van God kan horen. Zelfs wanneer hij er noch naar verlangt, noch er begrip voor opbrengt.
Of het echter tot het hart doordringt, dus tegelijk met het verstand ook met het hart aangenomen wordt, hangt weer af van hoe de wil van de mens zich daar tegenover opstelt. Zodoende bepaalt de wil ook de omvang van de genadeschenking. Verder bepaalt deze of het woord van God alleen maar in het oor klinkt of tot het hart van de mens spreekt. Want pas het tot het hart sprekende woord wekt tot leven op. Dat wil zeggen dat het tot activiteit aan zichzelf, aan zijn ziel, aanspoort.
Bijgevolg is het goddelijke woord een hulpmiddel, waardoor de mens zijn ziel zo kan vormen, zoals het noodzakelijk is om zich met God te kunnen verenigen. Elk hulpmiddel tot een opwaartse ontwikkeling is dus een genade. Maar of deze genade gebruikt wordt, staat de mens vrij en zolang het woord van God deze omvorming van de ziel niet bewerkstelligt, zolang is ook de wil van de mens inactief en zo lang ontbreekt het hem ook aan de goddelijke genade, ofschoon deze hem volop ter beschikking staat.
Er bestaat ook geen ander middel, dat de mens de toevoer van genade op kan leveren, dan het vurige gebed tot God om genade. Dit gebed wordt verhoord, want nu betuigt de mens al zijn wil om de genade in zich werkzaam te laten worden. En God is steeds bereid om de mensen genade te schenken, omdat Hij wil, dat Zijn schepselen weer naar Hem terug zullen keren en zonder Zijn hulp, Zijn genade, kan de terugkeer tot God niet bewerkstelligd worden.
Maar God dwingt de wil niet. Hij laat de mensen er volledig vrij in om zich van Zijn genade te bedienen. Maar slechts weinigen benutten het genadegeschenk van God. Slechts weinig mensen laten het woord van God tot zich spreken en slechts weinig mensen begrijpen het, dat dit goddelijke woord de overvloed aan goddelijke genade in zich bevat. Dat God in Zijn eindeloze liefde de mens enkel het woord overdraagt, omdat Hij hen wil helpen, opdat ze de weg omhoog gemakkelijk af kunnen leggen. En daarom doen slechts weinig mensen een beroep op het genadegeschenk, dat hen onbeperkt toegestuurd wordt, en laten Zijn goddelijke woord tot het hart spreken.
Amen