B.D.-Nr. 2459

Korte richtlijn voor het leven

Uw leven moet een werkzaam zijn in liefde zijn en wat u ook onderneemt, steeds moet de liefde de drijfveer zijn en altijd moet u in innerlijke verbinding staan met God. En u bent met God verbonden, als u in de liefde werkzaam bent. En daartoe hebt u voortdurend gelegenheid. Steeds zal u hulpbehoeftige medemensen uw hulp kunnen geven, hetzij lichamelijk of ook geestelijk. Elk goed woord, elke tot hulp bereidwillige daad is een werk van liefde, als het uit het hart komt. Dat wil zeggen gedaan wordt uit de drang om te helpen. En God ziet de wil van uw hart. Hij kent uw karakter en beoordeelt daaraan uw daad van liefde.

En hiermee vervult u het grootste gebod om God boven alles lief te hebben en de naasten als uzelf. Want zodra u de medemensen goed doet, zodra u elkaar als broeders bijstaat en elkaar dient, bewijst u ook God uw liefde voor Hem, want u hebt in uw liefde voor uw naaste ook Degene lief, Die hem geschapen heeft. U hebt de Vader lief, uit Wie u allen als Zijn schepselen voortgekomen zijn.

En u nadert steeds meer uw oorsprong van eeuwigheid af. U komt God nabij, van Wie u zich ooit gescheiden hebt. U keert door de liefde weer naar Degene terug, Die de liefde in Zichzelf is. En zodoende vervult u nu ook uw aardse opdracht, doordat u zich zo vormt, zoals het Gods wil is, doordat u uw hart door uw werkzaam zijn in liefde ontwikkelt tot een waardig opnemen van de goddelijke liefdesgeest.

Om dat te begrijpen, moet u weten dat uw ziel zich moet verenigen met de geest in u, die, die als goddelijke geestvonk in u gelegd is, wacht op zijn opwekking door een werkzaam zijn in liefde. Pas wanneer deze geestvonk in u tot ontwaken gebracht is, kan deze werkzaam worden. Dat wil zeggen dat hij u van binnenuit kan onderwijzen en als u zich in de liefde ophoudt, trekt u de goddelijke geest, die zich met de geestvonk in u verbindt, naar u toe. En zo kan uw ziel de eeuwige Godheid, de goddelijke geest, in alle overvloed in zich bevatten, als u uw best doet om deze ziel overeenkomstig de wil van God te vormen, doordat u dus werkt aan uw ziel. Dat wil zeggen strijdt tegen slechte gedachten en begeerten en een rechtvaardige, zuivere, liefdevolle levenswandel nastreeft. Dat is alles, wat God van u verlangt gedurende uw aardse leven.

En opdat u daartoe in staat bent, stelt Hij u Zijn genade, Zijn hulp en Zijn kracht onbeperkt ter beschikking. Waar u echter in het gebed om moet vragen. Waar u om moet vragen, zodat het u toegestuurd kan worden, want alleen maar door het bewuste verlangen hiernaar stroomt deze naar u toe, omdat u daardoor God uw wil, dat u naar Hem verlangt, bekendmaakt. Dan grijpt Zijn liefde u en Hij laat u nooit vallen. Hij onderwijst u door Zijn geest in u en leidt u de waarheid binnen.

Amen

Vertaald door: Peter Schelling

Deze openbaring is niet opgenomen in de themaboekjes.