B.D.-Nr. 2429
Het geloof in het verlossingswerk is pas dan een levend geloof, wanneer elke twijfel in de mens verdwijnt, dat Jezus Christus in liefde voor de mensheid voor deze mensheid aan het kruis gestorven is. Zodra de kruisdood van Christus alleen maar als uitvoering van een vonnis aan een mens gezien wordt, dus enkel puur geschiedkundig daarvan kennisgenomen wordt, erkent de mens enkel een feit, zonder voor zichzelf de betekenis van het woord “verlossing” duidelijk te maken.
Om de betekenis van het woord te begrijpen, moet hij er eerst van overtuigd zijn, dat in de mens Jezus grote kracht aanwezig was, die Hem ertoe in staat stelde om de smartelijke dood aan het kruis ook van Zich af te wenden. Hij moet er bovendien geen twijfel over hebben, dat Jezus vol liefde was en dat Hij Zijn medemensen in liefde een offer wilde brengen. Dat Hij zodoende Zijn kracht, waarover Hij altijd kon beschikken, niet gebruikte om de mensheid een offer van liefde te brengen. Dat Hij voor de mensheid wilde lijden om haar een onnoemelijk leed te besparen. Dat Hij haar dus door Zijn dood aan het kruis wilde “verlossen” van haar lijden en dat Hij daarom Zijn goddelijke kracht en macht uitschakelde en in een menselijke zwakte geleden heeft en gestorven is.
Als de mens zich hier duidelijk van bewust wordt, wordt het geloof in het verlossingswerk levend en in hem ontwaakt het verlangen om bij diegenen te horen, voor wie Jezus Christus Zijn leven opgaf aan het kruis. En hij wendt zich in het hart tot de goddelijke Verlosser, opdat Hij Zich over hem ontfermt en Hij hem in zijn zwakheid aanvaart.
De mens Jezus was door Zijn diepe liefde wetend geworden, terwijl de mensheid zich door haar grote liefdeloosheid in de geestelijke nacht bevond en Jezus kende de geestelijk lage stand van de mensen en de gevolgen hiervan en Hij had medelijden. Hij probeerde de mensheid te helpen. Hij probeerde hun licht te brengen en onderwees hun daarom de liefde, omdat alleen deze de mensen naar het licht kon leiden. Maar Hij vond weinig weerklank bij hen en ze volhardden daarom in hun duisternis.
Want Jezus voorzag hun verschrikkelijke lijden en Hij kende hun willoosheid, die een verandering van hun levenswandel onmogelijk maakte. Hij wilde hen helpen. Hij wilde hun wil sterker maken en hun kracht geven. En Hij schonk Zichzelf aan God als zoenoffer om de kracht, die Hem geheel en al ter beschikking stond, over te dragen op die mensen, die nu deze kracht uit Zijn handen willen ontvangen.
Hij verwierf zodoende voor de mensheid de genade van het verlossingswerk, die nu weer iedereen in ontvangst kan nemen, die in Jezus Christus en Zijn verlossingswerk gelooft. Die zich dus van de grote betekenis van de kruisdood van Jezus bewust is en deel wil hebben aan de genade, die Jezus Christus voor de mensen verworven heeft. Want dezen hebben een levend geloof in de goddelijke Verlosser en hij vertrouwt zichzelf en zijn ziel toe aan Zijn goddelijke liefde.
Amen