The greatest worldly knowledge must pale in comparison to the knowledge the human being has received through the working of the spirit; and again, the worldly knowledge must also correspond to this knowledge if it is born from a believing, God-affirming and God-aspiring heart whose life is an activity of unselfish neighbourly love. Consequently, these people will also always move in truth when they think about spiritual problems, for they do not answer their questions by virtue of their intellect but their thoughts arise from the heart and will therefore always be truth because the spirit of God instructs them. If the knowledge is gained in a different way, i.e., if it has also been gained through thinking but with a worldly sense, without recognizing a divine being Which is closely related to the human being and consequently also without requesting the strength of a divine being, then it will hardly correspond to the truth, for a person with such an attitude is rarely capable of love and active in love. As soon as he is lovingly active, however, he is already close to recognizing the eternal deity, and then a small impulse, a right instruction, is enough to move this person to right thinking. The rejection of an essential deity need not always be a denial of the deity, for by recognizing the deity as a force of nature this deity is also affirmed; however, it is difficult to bring the force of nature into closer connection with the human being's work of creation, Which guides and directs each individual's destiny.... And therefore it is not possible as a human being to establish contact with a deity for Whom the concept of an entity is ruled out. Without establishing this contact, however, the flow of power from God cannot be channelled to the human being, which determines his spiritual development.... It cannot become light in him.... Only the life force necessary for the preservation of life comes to him, which also includes the function of the brain, the purely intellectual thinking. But this alone will never be able to produce truthful results in purely spiritual problems. The eternal deity reserves the solution to these problems for Itself and offers it to those who establish contact with It in all faith, who therefore entrust themselves to this deity as feeling inseparably connected, because they recognize themselves as being in constant dependence despite their free will and now, as a result of their realization, call upon God as an entity and desire the truth. Thought activity without a heartfelt appeal for God's help can never result in pure truth. But where there is love, this realization is no longer far.... however, anyone who lacks love is far removed from the truth. For the working of the divine spirit is switched off there, and without God no truth can be brought about....
amen
TranslatorDe grootste wereldse kennis moet verbleken bij de kennis, die de mens door het werkzaam zijn van de geest ontvangen heeft. En deze wereldse kennis moet ook weer met deze kennis overeenstemmen, als het uit een gelovig, positief tegenover God staand en een God nastrevend hart geboren is, wiens leven een werkzaam zijn in onbaatzuchtige naastenliefde is. Bijgevolg zullen deze mensen zich ook steeds in de waarheid bevinden als ze over geestelijke vraagstukken nadenken, want ze geven geen antwoord op hun vragen op grond van hun verstand, maar de gedachten stijgen vanuit het hart op en zullen dus steeds waarheid zijn, omdat de geest van God hen onderwijst.
Als de kennis anders verworven wordt, dat wil zeggen dat als het wel door nadenken verworven wordt, zij het met wereldse bedoelingen, zonder het erkennen van een goddelijk wezen dat met de mens in het nauwste verband staat en bijgevolg ook zonder een verzoeken om de kracht van een goddelijk wezen, dan zal het nauwelijks met de waarheid overeenkomen, want zelden is een mens, die zo’n instelling heeft, tot liefde in staat en in de liefde actief. Maar zodra hij in liefde actief is, staat hij al dicht bij het herkennen van de eeuwige Godheid en dan is een kleine impuls, een goed onderricht, voldoende om deze mens tot het juiste denken te bewegen.
Het afwijzen van een wezenlijke Godheid hoeft niet altijd een ontkennen van de Godheid te zijn, want met het erkennen van de Godheid als natuurkracht wordt deze Godheid ook bevestigd. Maar het is moeilijk om die natuurkracht in een nauwer verband met het scheppingswerk mens te brengen, die het lot van elk individu leidt en bestuurt. En zodoende is het niet mogelijk om als mens, voor wie het idee dat de Godheid een wezen is, niet in aanmerking komt, het contact met een Godheid tot stand te brengen. Maar zonder dit contact tot stand te brengen, kan de krachtstroom uit God, die zijn geestelijke ontwikkeling vereist, niet naar de mens geleid worden. Het kan niet licht in hem worden.
Alleen de voor het behoud van het leven benodigde levenskracht wordt hem toegestuurd, waaronder ook het functioneren van de hersenen, het puur verstandsmatige denken, verstaan moet worden. Maar dit alleen zal nooit de resultaten opleveren, die overeenkomstig de waarheid zijn, als het gaat om zuiver geestelijke vraagstukken.
De eeuwige Godheid behoudt Zich het recht van de oplossing van deze vraagstukken voor en biedt deze aan degenen aan, die in alle geloof het contact met Haar tot stand brengen. Die zich dus als onscheidbaar verbonden voelend aan deze Godheid toevertrouwen, omdat ze ondanks hun vrije wil, beseffen dat ze voortdurend afhankelijk van Haar zijn en ze nu als gevolg van deze kennis God aanroepen en naar de waarheid verlangen.
De activiteit van de gedachten zonder de innige roep om hulp van God kan nooit de zuivere waarheid opleveren. Maar waar de liefde is, daar is dit besef niet ver meer weg. Echter is de verstandelijke kennis van degene, die het aan liefde ontbreekt, ver van de waarheid verwijderd. Want daar is het werkzaam zijn van de goddelijke geest uitgeschakeld en zonder God kan er geen waarheid tot stand gebracht worden.
Amen
Translator