Vergelijk Kundgabe met vertaling

Meer vertalingen:

Geloofsvrijheid – Wat is geloof?

De mens mag niet tot geloof gedwongen worden, omdat anders een volmaakt worden uitgesloten zou zijn, want iets wat gedwongen is, is iets onvolmaakts. Zodoende moet de mensen de geloofsvrijheid gelaten blijven en daarom kan God hen noch door bewijzen tot geloof leiden, noch hen door wonderen daar aanleiding toe geven. Hij kan hun alleen maar bepaalde leringen geven en hen proberen te beïnvloeden om de gave van het verstand te gebruiken, zodat ze zelf voor of tegen de hun gegeven leringen kunnen kiezen, voor wat betreft of ze deze in hun gedachtengoed op willen nemen en hier in hun hart positief tegenover willen staan. Dan is hun geloof vrij en kan het dus ook zegen brengend genoemd worden.

Zodra de mensen nu in een bepaalde geestelijke richting gedrongen worden, zodra ze planmatig tot een geloof opgevoed worden, is dit geloof net zo lang waardeloos, totdat de mens er zelf in gedachten stelling over genomen heeft. Een aangeleerd geloof is nog geen geloof te noemen. De instelling van het hart is ervoor bepalend, of de mens zich gelovig mag noemen. Hem moet ook de volledige vrijheid gelaten blijven voor wat betreft wat hij kiest, want hij is ook alleen verantwoordelijk voor deze beslissing. Hij mag noch van de kant van de mensen gedwongen worden, noch worden hem vanuit God dwingende bewijzen gegeven, die hem reden geven om iets te moeten geloven.

De enige wegwijzer is de innerlijke stem, de goddelijke hulp, die de mens kleine aanwijzingen geeft, opdat hij makkelijk de weg naar het juiste geloof vindt. Zodra de liefde van God zich nu door een mens op een buitengewone manier uit, zal dit steeds op zo’n manier gebeuren, dat de mens toch niet gedwongen wordt. Hij zal ook altijd een natuurlijke verklaring kunnen vinden, als de wil hem ontbreekt. Hij zal dus nooit door de uitwerking van zo’n buitengewoon werkzaam zijn iets tegen zijn wil hoeven te accepteren, waar hij innerlijk niet positief tegenover kan staan.

En daarom is het van geen belang in welke geestelijke richting een mens opgevoed wordt, maar pas zijn eigen denken maakt hem verantwoordelijk, want dit denken vormt in hem het geloof volgens zijn wil. De naar waarheid verlangende mens zal uit eigen beweging dat verwerpen, wat niet met de waarheid overeenkomt en dus in alle vrijheid van de wil tot het juiste geloof komen. Maar opdat hij door nadenken tot de juiste beslissing kan komen, moet hem de waarheid ook voorgelegd worden door mensen, die zelf in de waarheid staan.

Hij heeft de plicht om alles te onderzoeken, voordat hij het aanneemt en door dit onderzoeken en nadenken daarover neemt hij daar stelling over en hij kan nu ook een beslissing nemen. Hij kan kiezen welk van de hem aangeboden leringen hem de waarheid lijkt. Het is pas geloof, wanneer hij zich ervoor in kan zetten, omdat hij er in zichzelf vast van overtuigd is. En zo’n overtuiging kan de mens niet dwangmatig bijgebracht worden, maar ze wordt door eigen nadenken verworven en pas zo’n geloof komt met de wil van God overeen.

Amen

Vertaler
Vertaald door: Peter Schelling

Glaubensfreiheit.... Was ist Glaube....

Der Mensch darf nicht zum Glauben gezwungen werden, weil sonst ein Vollkommenwerden ausgeschlossen wäre, denn etwas Gezwungenes ist etwas Unvollkommenes.... Also muß die Glaubensfreiheit den Menschen belassen werden, und darum kann Gott sie weder durch Beweise zum Glauben führen noch sie durch Wunder dazu veranlassen. Er kann ihnen nur bestimmte Lehren vermitteln und sie zu beeinflussen suchen, die Gaben des Verstandes zu gebrauchen, so daß sie selbst sich entscheiden können für oder gegen die ihnen vermittelten Lehren, ob sie diese in ihr Gedankengut aufnehmen wollen und sie mit dem Herzen bejahen.... Dann ist ihr Glaube ein freier und somit auch segenbringend zu nennen. Sowie nun die Menschen in eine bestimmte Geistesrichtung gedrängt werden, sowie sie planmäßig zu einem Glauben erzogen werden, ist dieser Glaube so lange wertlos, wie der Mensch nicht selbst gedanklich dazu Stellung genommen hat. Ein angelernter Glaube ist noch nicht Glaube zu nennen; die Einstellung des Herzens dazu ist bestimmend, ob sich der Mensch gläubig nennen darf. Es muß ihm auch volle Freiheit gelassen werden, wie er sich entscheidet, denn er ist für diesen Entscheid auch allein verantwortlich, er darf weder von seiten der Menschen gedrängt werden, noch werden ihm von Gott aus zwingende Beweise gegeben, die ihn veranlassen, etwas glauben zu müssen. Der einzige Wegweiser ist die innere Stimme, die göttliche Hilfe, die dem Menschen kleine Hinweise gibt, auf daß er leicht zum rechten Glauben findet. Sowie nun die Liebe Gottes sich durch einen Menschen außergewöhnlich äußert, wird dies immer in einer Weise geschehen, daß dennoch der Mensch nicht gezwungen wird. Er wird immer auch eine natürliche Erklärung finden können, so ihm der Wille fehlt, also niemals wird er unter dem Eindruck solchen außergewöhnlichen Wirkens stehend wider seinen Willen etwas anzunehmen brauchen, was er innerlich nicht bejahen kann. Und daher ist es belanglos, in welcher Geistesrichtung ein Mensch erzogen wird, denn erst sein eigenes Denken macht ihn verantwortlich, denn dieses Denken formt in ihm den Glauben nach seinem Willen. Der wahrheitsverlangende Mensch wird aus eigenem Antrieb das verwerfen, was nicht der Wahrheit entspricht, und somit zum rechten Glauben gelangen in aller Willensfreiheit. Auf daß er aber durch Nachdenken zum rechten Entscheid kommen kann, muß ihm auch die Wahrheit unterbreitet werden von Menschen, die selbst in der Wahrheit stehen. Er hat die Pflicht, alles zu prüfen, bevor er es annimmt, und durch dieses Prüfen und Nachdenken darüber nimmt er Stellung dazu, und er kann nun auch einen Entscheid treffen, er kann wählen, welche der ihm dargebotenen Lehren ihm als Wahrheit erscheint. Dies erst ist Glaube, wenn er sich dann dafür einsetzen kann, weil er in sich fest davon überzeugt ist.... Und eine solche Überzeugung kann dem Menschen nicht zwangsmäßig beigebracht werden, sondern sie wird durch eigenes Nachdenken gewonnen, und ein solcher Glaube erst entspricht dem Willen Gottes....

Amen

Vertaler
This is an original publication by Bertha Dudde