De scheppingswonderen zouden het denken van de mens voortdurend aan moeten sporen en zijn denken naar God toe moeten leiden, want het is God Zelf, Die door de schepping tot hem spreekt, als hij Zijn stem wil horen. Waarheen het menselijke oog ook kijkt, is het werkzaam zijn van God te herkennen, want geen mens is in staat om vanuit zichzelf hetzelfde te scheppen, als wat de schepping hem voortdurend voor ogen houdt. En als de mens daarover nadenkt, luistert hij aandachtig naar de taal van God, want de resultaten van zijn denken zijn Zijn antwoorden.
God Zelf openbaart Zich door de schepping aan de mensen. Dat wil zeggen dat in alle scheppingswerken duidelijk het werkzaam zijn van een macht te herkennen is, die buitengewoon wijs is en daarom als het hoogst volmaakte wezen in te denken is. Zodra de schepping dus het geloof in de eeuwige Godheid opwekt of bevestigt, heeft de mens gehoor geschonken aan de openbaringen van God. Hij heeft de vaste overtuiging verkregen, dat de Schepper een wezen van de hoogste volmaaktheid is, Die in het nauwste verband met de schepping staat. En deze overtuiging is geloof.
De schepping is er dus geschikt voor om de mensen diep gelovig te maken, maar hij moet deze tot zich laten spreken. Hij moet elk scheppingswerk bekijken met de wil om zich positief op te stellen tegenover Degene, Die zoiets liet ontstaan. En deze wil helpt hem tot inzicht. Er zal hem opheldering gegeven worden en zodoende uit de eeuwige Godheid Zichzelf en geeft hem kennis van Zijn heersen en werkzaam zijn.
Dit kan in gedachten geschieden, zodra de mens zijn gedachten vragend op de schepping richt. Hij kan echter ook onderwezen worden door een medemens, aan wie God Zich in de rechtstreekse vorm openbaart met het verspreiden van de waarheid onder de medemensen als doel. Maar door de schepping spreekt God tot alle mensen en alle mensen kunnen deze taal verstaan, als ze serieus van zins zijn naar de Schepper te luisteren.
Zodoende is het van de wil van de mens afhankelijk of hij God herkent of niet. Die mogelijkheid wordt hem voortdurend gegeven, want Gods liefde, wijsheid en almacht openbaren zich in alle dingen. Maar er hoeft geen aandacht geschonken te worden aan Zijn openbaringen, omdat God de wil van de mens niet dwingt om zich ernstig met iets bezig te houden, waar hij niet naar verlangt. Maar dan zal ook zijn kennis van God gebrekkig zijn. Hij zal niet met overtuiging positief tegenover God kunnen staan, omdat hij hier nooit stelling over genomen heeft.
Het is dus nooit een benadelen van de kant van God, als het een mens zwaar valt om te geloven, maar steeds alleen maar de schuld van de mens, want hij veronachtzaamt de hem ter beschikking staande gelegenheden om gelovig te kunnen worden, omdat hij God niet wil zien, waar Hij Zich openbaart: in de schepping, die een duidelijke getuigenis is van een scheppende macht, die vol liefde en wijsheid is.
Amen
VertalerI Miracoli della Creazione devono costantemente stimolare il pensare dell’uomo e guidare il suo senso a Dio, perché E’ Dio Stesso il Quale parla a lui attraverso la Creazione se vuole sentire la Sua Voce. Ovunque l’occhio umano guarda è riconoscibile l’Agire di Dio, perché nessun uomo da sé può creare lo stesso che il Creatore gli guida sempre continuamente davanti agli occhi. E se l’uomo vi riflette, ascolta la Voce di Dio, perché i risultati del suo pensare sono la Sua Risposta. Dio Stesso Si rivela all’uomo attraverso la Creazione, cioè in tutte le Opere di Creazione è chiaramente riconoscibile l’Agire di una Potenza la Quale E’ oltremodo saggia e perciò immaginabile come l’Essere più altamente perfetto. Appena quindi la Creazione risveglia o rinsalda la fede nell’eterna Divinità, l’uomo ha dato ascolto alle Rivelazioni di Dio; ha conquistato la ferma convinzione che il Creatore E’ un Essere della più alta Perfezione la Quale sta in strettissimo collegamento con la Creazione. E questa convinzione è fede. Quindi la Creazione è adeguata a rendere l’uomo profondamente credente, ma deve lasciarla parlare a sé stesso. Deve osservare ogni Opera di Creazione con la volontà di predisporsi affermativamente verso Colui il Quale l’ha fatta sorgere. E questa volontà lo aiuta alla conoscenza, gli viene dato il chiarimento e quindi l’eterna Divinità Stessa Si manifesta e gli dà conoscenza del Suo Operare ed Agire. Questo può avvenire mentalmente, appena l’uomo rivolge i suoi pensieri interroganti alla Creazione. Ma può anche essere istruito attraverso un prossimo al quale Dio Si rivela in forma diretta allo scopo della diffusione della Verità fra i prossimi. Ma attraverso la Creazione, Dio parla a tutti gli uomini e tutti possono comprendere questa Lingua, se hanno la seria volontà di ascoltare il Creatore. Quindi dipende sempre dalla volontà dell’uomo se riconosce Dio oppure no. Gli è sempre data la possibilità, perché in tutte le cose si rivela l’Amore, la Sapienza e l’Onnipotenza di Dio. Ma non necessariamente si deve badare alle Sue Rivelazioni, perché Dio non costringe la volontà dell’uomo di occuparsi seriamente con qualcosa che non desidera. Ma allora sarà anche imperfetta la sua conoscenza di Dio, non potrà affermare Dio con convinzione, perché non ne ha mai preso posizione. Ma non è una retrocessione da parte di Dio quando ad un uomo è difficile credere, ma sempre soltanto colpa umana, perché disprezza le opportunità a sua disposizione di poter diventare credente, perché non vuole vedere Dio dove Egli Si rivela, nella Creazione, che è una evidente testimonianza della Sua Potenza creativa, amorevole e saggia.
Amen
Vertaler