De liefde van God voor de mensheid zal niet afnemen, zolang de aarde bestaat en steeds weer wordt de mensheid gelegenheid geboden om zich op deze aarde te verlossen. Welke tijdsduur voor deze verlossing nodig is, wordt geheel en al aan de menselijke wil overgelaten, dus door hoe hij zich instelt ten opzichte van de liefde van God. Als hij deze erkent, dan zal hij deze ook proberen te verkrijgen en dus alles doen, wat God de mensen voorschrijft te doen. En door het vervullen van de goddelijke wil rijpen de zielen en verkleinen ze de grote afstand tussen hen en God.
God heeft Zijn schepselen, de mensen, lief en Hij wil dat ook Hij erkend wordt als een liefdevol wezen, Dat niets laat vallen, wat in Hem zijn oorsprong heeft. Zodra de mens dit inzicht heeft, leeft hij zijn leven bewust en probeert hij ook zijn medemensen de stroomkring van de goddelijke liefde binnen te duwen en zelf probeert hij een leven in liefde te leiden, omdat hij weet, dat alleen maar door de liefde een gelijk zijn aan God mogelijk is en dit gelijk zijn is absoluut noodzakelijk om de liefde van God te verkrijgen. In de liefde van God te leven, betekent een toegenomen krachtontvangst en een onophoudelijke opwaartse gang, want de liefde van God trekt alles tot zich, wat zich niet verzet, dat wil zeggen tegenstand biedt.
De liefde van God voor de mensheid is zo groot, dat werkelijk alles door haar gegrepen zou worden als het hier geen weerstand aan zou bieden. Maar de liefde van God is alleen maar werkzaam, als haar geen weerstand geboden wordt. Zodoende is het Gods streven om elke weerstand af te zwakken om deze dan geheel op te heffen.
Maar de mens verzet zich, zolang hij nog een verlangen naar de wereld heeft, zich dus niet onverdeeld aan zijn geestelijke taak wijdt. Zo lang kan hem alleen maar die levenskracht toestromen, die elk wezen toestroomt, zolang het op aarde verblijft. Maar nooit kan hem de kracht van de liefde gegeven worden, omdat deze niet goed gebruikt, dus misbruikt, zou worden, zolang het streven van de mens niet alleen God betreft. Elk zich toekeren naar de wereld betekent verzet tegen de eeuwige Godheid, dus een onderbreken van deze hem ter beschikking staande kracht van de liefde.
De liefde van God is dus het enig nastrevenswaardige in het aardse leven, want met het ontvangen van de kracht van de liefde van God neemt zijn kracht tot in het onmetelijke toe en zal de mens alles kunnen verrichten, omdat God Zelf werkzaam kan zijn, zodra de mens zich onvoorwaardelijk aan Hem overgeeft, dus zelf zijn liefde aan God schenkt en nu door de liefde van God gegrepen wordt, die hem nooit laat vallen.
Telkens weer wendt God Zich tot de mensen om hun zijn liefde aan te bieden en steeds weer probeert Hij in hen het bewustzijn op te wekken dat ze onscheidbaar met deze liefde verbonden zijn. Als dit bewustzijn in de mens ontwaakt is, dan doet hij er zelf alles aan om te laten zien dat hij deze verbinding waardig is. Hij verlangt naar de liefdesstroom van God en dringt hiernaartoe. En God vermeerdert alles wat naar Hem verlangt door Zichzelf. Hij geeft kracht, waar kracht gevraagd wordt en zodoende komt Zijn liefde steeds als kracht tot uiting, die alles beheerst. Die de weerstand van de ziel breekt als de wil van de mens naar God toegekeerd is, maar die ook een overwinnen van de aardse nood voor de mens betekent. Want waar Gods liefde een mensenkind gegrepen heeft, gaat deze de levensweg op aarde met Zijn hulp. Het overwint de materie, het veracht de wereld en het streeft alleen maar naar de totale vereniging met God. Met de eeuwige liefde, die zijn oorsprong was.
Amen
VertalerGod's love for humanity will not diminish as long as the earth exists, and time and again humanity will be offered the opportunity to redeem itself on this earth. The length of time this redemption requires is entirely up to the human will, how it attunes itself to God's love. If he recognizes it, he will also strive to attain it and thus do everything that God tells people to do. And by fulfilling the divine will, souls mature and reduce the great distance between themselves and God. God loves His living creations, the human beings, and wants Him to be recognized as a loving being Who does not abandon anything that originates in Him. As soon as a person realizes this, he lives his life consciously and also tries to push his fellow human beings into the circuit of divine love, and he himself tries to live a life of love because he knows that only through love is it possible to conform to God and that this conformity is absolutely necessary in order to acquire God's love. To live in the love of God means an increased reception of strength and an unceasing ascent upwards, for the love of God draws to itself everything that does not defend itself, i.e. resists. God's love for humanity is so great that truly everything would be seized by it if it did not offer this resistance. Yet God's love is only effective if it is not resisted. It is therefore God's endeavour to weaken all resistance in order to then completely remove it. But the human being offers resistance as long as he still has a desire for the world, i.e. as long as he does not give himself undividedly to his spiritual task. For so long he can only receive the life force that flows to every being as long as it remains on earth. But the power of love can never be imparted to him, because it would not be utilized properly, therefore misused, as long as the striving of man is not directed towards God alone. Every turning towards the world means resistance against the eternal divinity, i.e. exposing this power of love at his disposal. God's love is therefore the only thing worth striving for in earthly life, for with the reception of God's strength of love his strength increases immeasurably and the human being will be able to accomplish everything because God Himself can work as soon as the human being unconditionally hands himself over to Him, thus he himself offers his love to God and is then seized by God's love, which will never let him fall. Time and again God approaches people, offering them His love, and time and again He tries to awaken in them the awareness of being inseparably united with this love. Once this awareness has awakened in man, he himself does everything to show himself worthy of this eternal bond. He desires God's flow of love and pushes towards it; and God increases everything longing for Him through Himself, He gives strength where strength is required, and thus His love always expresses itself as strength which masters everything.... which breaks the soul's resistance if the human being's will is turned towards God, but which also signifies an overcoming of earthly hardship for the human being. For where God's love has taken hold of a human child, it walks the path of earthly life with His support. It overcomes matter, it despises the world and only strives for complete union with God.... with the eternal love that was its origin....
Amen
Vertaler