De mensen kunnen Gods grote liefde niet in zijn volle omvang beseffen. Alles wat er gebeurt, heeft zijn grondslag in Zijn liefde, want alles heeft de verlossing van het geestelijke tot doel. En deze verlossing betekent licht en heerlijkheid voor elk individueel wezen.
Gods liefde en goedheid betreffen elk schepsel en daarom wil Hij ook elk schepsel eens zalig weten. Hij wil het aan de eeuwige gelukzaligheid deel laten nemen en dit doel is de basis van elke gebeurtenis in het heelal. En als de mensen zich Gods grote liefde en goedheid als motief in zouden willen denken, zouden ze ook het leed berustender dragen. Ze zouden begrijpen dat niet God, maar zijzelf de veroorzaker van het leed zijn, dat hen bedrukt, zolang ze op aarde wandelen, want de levenswandel van de mens bepaalt ook de mate van leed en nood. Alleen wie van de liefde van God overtuigd is, neemt alle leed en beproevingen geduldig en berustend uit Zijn handen in ontvangst. En zodra de mens in de liefde leeft, is ook de liefde van God begrijpelijk voor hem.
Gods goedheid duurt eeuwig. En nooit laat Hij een wezen vallen, dat tegen Hem gezondigd heeft, maar Hij heeft medelijden met hen, als Hij ziet dat de mensheid zichzelf van het geluk en de vrede berooft. En daarom probeert Hij hen te veranderen, opdat ze de zegen van dat bereiken, wat Zijn liefde en goedheid geschapen heeft tot verlossing van het geestelijke.
En daarom is God onophoudelijk bereid om hulp te bieden. Hij wil het door eigen schuld zwak geworden geestelijke helpen, opdat het zich vrij maakt uit de banden, uit de gevangenschap van de geest, en Hij komt hem met Zijn genade tegemoet. En nooit zal deze genade opdrogen, omdat Zijn goedheid en liefde nooit een einde zullen hebben en ofschoon er ook eeuwigheden voorbijgaan, Hij zal geen van Zijn schepselen aan zichzelf overlaten, maar altijd en eeuwig ervoor zorgen dat het de weg naar het vaderhuis vindt en terugkeert tot de eeuwige liefde, waarvan het uitgegaan is.
Amen
VertalerGli uomini non possono misurare il grande Amore di Dio. Tutto ciò che avviene, è fondato nel Suo Amore, perché tutto ha per meta la Redenzione dello spirituale. Ma questa Redenzione significa Luce e Magnificenza per ogni singolo essere. L’Amore e la Benignità di Dio è per ogni creatura e perciò Egli vuole anche sapere una volta beata ogni creatura, Egli vuole farle prendere parte in ogni Beatitudine e questa meta è il motivo per ogni avvenimento nel Cosmo. E se gli uomini volessero immaginarsi il grande Amore e la Benignità di Dio come motivo, sopporterebbero anche la sofferenza, comprenderebbero che non Dio, ma loro stessi sono gli autori della sofferenza che li opprime finché camminano sulla Terra, perché il percorso di vita dell’uomo determina anche il grado di sofferenza e miseria. Solo chi è convinto dell’Amore di Dio, coglie tutte le sofferenze e prove dalle Sue Mani con pazienza e rassegnazione. Ed appena l’uomo vive nell’amore gli è anche comprensibile l’Amore di Dio. La Sua Benignità dura in eterno. Ed Egli non lascia mai cadere un essere che ha mancato contro di Lui, ma Si impietosisce di vedere che l’umanità stessa si deruba della felicità e della pace; e perciò cerca di cambiarla affinché possa giungere nella Benedizione di tutto ciò che il Suo Amore e Benignità ha creato per la Redenzione dello spirituale. E perciò Dio E’ sempre pronto ad aiutare, Egli vuole assistere lo spirituale diventato debole per propria colpa affinché si liberi dai suoi legacci, dalla prigionia dello spirito e gli viene incontro con la Sua Grazia. E questa Grazia non si esaurirà mai, perché la Sua Benignità ed Amore non avrà mai fine anche se passano delle Eternità, Egli non lascerà mai nessuna creatura a sé stessa, ma provvederà sempre ed eternamente che trovi la via nella Casa del Padre e che ritorni all’eterno Amore, dal Quale è proceduto.
Amen
Vertaler