Vergelijk Kundgabe met vertaling

Meer vertalingen:

De grootheid en het wezen van de eeuwige Godheid

Gods grootheid zal voor de mens pas duidelijk worden, wanneer zijn geest ontwaakt is. Maar ook dan is het onbegrijpelijk voor hem, omdat niets hem ter vergelijking aangeboden kan worden en de mens als zodanig niet in staat is om dit mysterie te ontsluieren. Want Gods grootheid is niet te toetsen aan aardse maatstaven. Het is ook geen veranderlijk idee. God zal tot in alle eeuwigheid het meest volmaakte, heiligste wezen blijven, zoals Hij sinds eeuwigheid was. En toch zal dit volmaakte Wezen Zich om het nietigste schepsel bekommeren, omdat het uit Zijn hand, door Zijn wil om lief te hebben, geschapen werd.

Maar het genadegeschenk van God stelt de mens in staat tot het uitvoeren van dat, wat God van de mens eist. En wat Hij van de mens eist, heeft zijn grondslag in Zijn eeuwige wijsheid en liefde en de mens kan gedurende zijn gang over de aarde niet begrijpen in hoeverre deze eisen met de wijsheid van God overeenkomen. Dit kan hem alleen maar in gelijkenissen en beelden begrijpelijk gemaakt worden, zodra de mens hier ontvankelijk voor is. En dit opnemingsvermogen is er weer afhankelijk van, of en hoe de mens de verbinding met God tot stand brengt. Dienovereenkomstig zal ook de mens in staat zijn om in het wezen van de Godheid binnen te dringen.

God kan niet verstandsmatig duidelijk gemaakt worden en net zomin kan Hij verstandsmatig begrepen worden. Maar hoe meer het verstand daarbij actief is, des te onduidelijker wordt het idee over de eeuwige Godheid voor de mens en hij kan geheel in verwarring raken, omdat het herkennen van de eeuwige Godheid niet van de scherpte van het verstand, maar van het gevoel van het hart afhankelijk is. Zodoende zal de mens, die in staat is om lief te hebben, zich gevoelsmatig een voorstelling kunnen maken van God, die eerder met de waarheid overeenkomt dan het beeld, dat de mens op grond van zijn verstand van Hem ontwerpt.

Maar de mens, die tot liefde in staat is, zal genoegen nemen met de door hem gevoelde voorstelling in het juiste besef, dat voor de mens, zolang hij nog over de aarde gaat, de grootheid van God nooit begrijpelijk zal worden. Toch zal hij ook Zijn besturen en werkzaam zijn niet onbegrijpelijk vinden. Hij zal de maatstaf niet langs aardse verhoudingen aanleggen, niet aan aardse effecten en aardse gebeurtenissen. Hij zal niet verstandsmatig piekeren en onderzoeken, maar slechts blindelings geloven dat alles wat God doet en laat gebeuren, goed en wijs is. En hij zal door dit geloof dieper in het wezen van de eeuwige Godheid binnendringen dan dit door nadenken daarover kan gebeuren, als de mens minder diep in de liefde staat.

God is liefde en kan alleen maar door liefde begrepen worden. God is geest en daarom kan er ook alleen maar een geestelijke opheldering gegeven worden. Dus moet ook dat als waarheid erkend worden, wat door Gods liefde aan de geest van degene, die zich tot liefde probeert te vormen, bekendgemaakt wordt. De ernstige wil tot dat laatste is absoluut noodzakelijk, want geestelijk streven is niet het verstandsmatig willen doorgronden van het bovenaardse, maar het werken aan zichzelf. Zich op te voeden tot liefdadigheid, zachtmoedigheid, verdraagzaamheid, geduld en barmhartigheid. Deze wordt naar de waarheid en tot het besef hiervan geleid, terwijl de ander steeds alleen maar piekert en onderzoekt, zonder tot een voor hem volkomen bevredigend resultaat te komen.

Amen

Vertaler
Vertaald door: Peter Schelling

La Grandeur et l'Être de l'éternelle Divinité

La Grandeur de Dieu deviendra évidente à l'homme seulement lorsque son esprit sera réveillé, mais elle sera encore insaisissable pour lui étant donné qu’il ne peut rien lui être offert en comparaison et l'homme comme tel est incapable de déchiffrer ce Mystère. Parce que la Grandeur de Dieu n'est pas mesurable avec des mesures terrestres, elle n'est même pas un Concept imaginable ; Dieu restera dans toute l'Éternité l'Être le plus parfait, le plus saint, comme Il est depuis l'Éternité. Et malgré cela cet Être parfait prend soin de la créature la plus minuscule, vu qu’elle a été créée de Sa Main, à travers Sa Volonté d'Amour. Et malgré cela l'éternelle Divinité apparaît à l'homme comme un Être qui agit d’une façon étroitement limitée, parce qu'il rend chaque homme responsable de ce qu’il fait. (29.08.1942) Cependant le Don de la Grâce rend l'homme capable d'exécuter ce que Dieu exige de l'homme et cela est fondé dans Son éternelle Sagesse et Amour et l'homme pendant son chemin terrestre ne peut pas comprendre combien ces exigences correspondent à la Sagesse de Dieu. Cela ne peut lui être rendu compréhensible que seulement par des paraboles et des images, dès que l'homme y est réceptif. Et cette réceptivité dépend de nouveau si l'homme établit le lien avec Dieu et comment il le fait. Alors l'homme sera en mesure de pénétrer dans l'Être de la Divinité. Dieu ne peut pas Être compris intellectuellement. Mais plus l'entendement est actif en lui, plus clair devient pour l'homme le Concept de l'éternelle Divinité, mais il peut aussi s'égarer entièrement, parce que reconnaître l'éternelle Divinité ne dépend pas de l'acuité de l'entendement, mais du sentiment du cœur. Donc l'homme capable d'aimer se fera une image de Dieu selon son sentiment, ce qui correspond plus à la Vérité que l'image que l'homme se fait de Lui grâce à son entendement. L'homme capable d'aimer se contentera aussi de l'image conquise par lui tout en reconnaissant justement que l'homme, tant qu’il marche encore sur la Terre, ne pourra jamais comprendre la Grandeur de Dieu, et il trouvera même incompréhensible Son Action et Son Règne, il ne les mettra pas à l’échelle terrestre, il ne se creusera pas la cervelle pour rechercher intellectuellement à expliquer les effets terrestres et les événements terrestres, mais il croira seulement aveuglement que tout ce que Dieu fait et laisse arriver, est bon et sage. Et à travers cette foi il pénétrera plus profondément dans l'Être de l'éternelle Divinité qu’il ne pourrait le faire à travers la réflexion si le cœur de l'homme est moins profondément enclin à l’amour. Dieu est Esprit et donc il peut être donné la Réponse seulement spirituellement. De ce fait ce qui est annoncé à travers l'Amour à l'esprit qui cherche à se former dans l'amour doit être reconnu comme Vérité. La sérieuse volonté pour se former à l’amour est absolument nécessaire, parce que tendre spirituellement ne signifie pas vouloir sonder intellectuellement le surnaturel, mais travailler sur soi-même, s'éduquer aux activités d'amour, à la douceur de caractère, au pacifisme, à la patience et à la miséricorde. Celui-ci est alors guidé dans la connaissance et dans la Vérité, tandis que l'autre se creuse la cervelle et recherche toujours sans y arriver à un résultat définitivement satisfaisant.

Amen

Vertaler
Vertaald door: Jean-Marc Grillet