Vergelijk Kundgabe met vertaling

Meer vertalingen:

De aankondiging van het goddelijk strafgericht

Alles op aarde wijst op het verval, op de geestelijke ondergang. En daarom is het noodzakelijk geworden, dat de mensheid opmerkzaam wordt gemaakt op het einde, dat nog verrassend zal komen voor allen, die gelovig zijn. Maar de mensen moeten van tevoren gewaarschuwd en tot een ommekeer gemaand worden. Het einde zal niet onaangekondigd over hen komen en daarom maakt God, door mensen die daartoe geroepen zijn, al lang van tevoren de komende tijd met haar verschrikkingen en nood bekend.

Deze mensen zullen bij de medemensen niet veel geloof vinden. Ze zullen veeleer uitgelachen worden en aan hun woorden zal niet veel aandacht geschonken worden, maar God laat geen gericht over de mensheid komen, zonder deze van tevoren in kennis te stellen. Hij laat hun echter de vrijheid om deze aankondigingen te aanvaarden, dus voor waarheid te houden, of deze af te wijzen.

Het is geen lange tijd, die na de aankondigingen nog voorbij zullen gaan, totdat deze zich vervullen en toch zou deze genoeg zijn voor de terugkeer naar God. Ze zou genoeg zijn voor de verandering van het denken, zodra de mens maar bereidwillig zou zijn en aandacht zou willen schenken aan de vermaningen van God. Maar slechts weinigen herkennen de noodtoestand en houden hier rekening mee. Slechts weinigen keren in zichzelf en pakken het werk aan hun ziel aan. En deze weinigen zullen kalm en overtuigd het goddelijke ingrijpen tegemoet zien en deze, gesterkt in het geloof, verwachten. Want ze beseffen dat de schrift vervuld wordt. Dat alles zo komen moet, zoals het geschreven staat.

Want het geestelijke verval is niet meer tegen te houden. Enkel degenen, van wie de wil nog niet geheel afhankelijk is van de tegenstander van God en die daarom nog nut kunnen hebben voor hun zielen door het komende ingrijpen, zullen nog gered worden. De barmhartigheid van God betreft deze zwakke aardse mensen. Deze probeert hun hulp te brengen en komt hen daarom in het woord tegemoet, hen onderwijzend en opmerkzaam makend op wat komen gaat. Maar slechts weinigen aanvaarden het goddelijke woord. Slechts weinigen zijn gelovig en nemen dit woord ter harte. En daarom zullen er ook maar weinigen geholpen kunnen worden, als de tijd komt, die voor die mensen het einde betekent, die zich niet van tevoren met God verbonden hebben.

Amen

Vertaler
Vertaald door: Peter Schelling

Ankündigung des göttlichen Strafgerichtes....

Alles auf Erden deutet hin auf den Verfall, auf den geistigen Untergang. Und es ist darum nötig geworden, daß die Menschheit aufmerksam gemacht wird auf das Ende, das noch überraschend kommen wird für alle, die im Glauben stehen. Es sollen aber die Menschen vorher gewarnt und ermahnt werden zur Umkehr, es soll das Ende nicht unangekündigt über sie kommen, und deshalb gibt Gott schon lange zuvor Kunde durch Menschen, die dazu berufen sind, die kommende Zeit mit ihren Schrecken und Nöten vorauszusagen. Es werden diese nicht viel Glauben finden bei den Mitmenschen, sie werden vielmehr verlacht werden, und ihrer Worte wird nicht sehr geachtet werden; doch Gott läßt kein Gericht über die Menschheit kommen, ohne sie vorher in Kenntnis zu setzen, ihnen jedoch die Freiheit lassend, diese Ankündigung anzunehmen, also für Wahrheit zu halten oder sie abzulehnen. Es ist keine lange Zeit, die nach den Ankündigungen noch vergehen wird, bis diese sich erfüllen, und doch würde sie genügen zur Rückkehr zu Gott, sie würde genügen zur Umgestaltung des Denkens, sowie der Mensch nur willig wäre und die ernstlichen Mahnungen Gottes beachten möchte. Doch nur wenige erkennen die Notlage und tragen dieser Rechnung.... Nur wenige gehen in sich und nehmen die Arbeit an ihrer Seele in Angriff.... Und diese wenigen werden gefaßt und überzeugt dem göttlichen Eingriff entgegensehen und im Glauben gestärkt ihn erwarten.... Denn sie erkennen, daß sich die Schrift erfüllet, daß alles so kommen muß, wie es geschrieben steht. Denn es ist der geistige Verfall nicht mehr aufzuhalten, nur sollen noch gerettet werden, deren Wille nicht gänzlich dem Gegner Gottes hörig ist und die darum von den kommenden Eingriffen noch Nutzen ziehen können für ihre Seelen. Die Barmherzigkeit Gottes gilt diesen schwachen Erdenmenschen, sie sucht ihnen Hilfe zu bringen und kommt ihnen deshalb im Wort entgegen, sie belehrend und auf das Kommende aufmerksam machend. Nur wenige aber nehmen das göttliche Wort an, nur wenige sind gläubig und nehmen sich jenes zu Herzen.... Und darum wird auch nur wenigen geholfen werden können, so die Zeit kommt, die für die Menschen ein Ende bedeutet, die sich nicht zuvor mit Gott verbunden haben....

Amen

Vertaler
This is an original publication by Bertha Dudde