Aan elke aanwijzing van boven moet aandacht geschonken worden, want God leidt Zijn woord niet zonder doel naar de aarde. Zodra de mens een verbinding tussen hemel en aarde herkent, zodra hij alle gebeurtenissen in verband kan brengen met een geestelijke leiding, zal zowel zijn aardse leven makkelijker te dragen zijn, alsook zal de toestand van zijn ziel zich verheffen. Want dan beschouwt hij ook zijn eigen aardse leven niet meer als zin- en doelloos, maar dan is hij zich meer van zijn taak bewust.
De zekerheid dat de wil van God bepalend is voor elke gebeurtenis weet hem ertoe te bewegen om zichzelf ook aan deze wil te onderwerpen. Zich door hem te laten leiden en hij doet zijn best om overeenkomstig de wil van God te leven. En dan schenkt hij ook de volste aandacht aan de goddelijke stem, Zijn woord. En zodoende leeft hij zijn leven bewust.
De mens heeft in zijn onwetendheid het woord van God nodig. Zodra hij het aardse leven begint als mens, ontbreekt het hem aan elk begrip, elke kennis van goddelijke zaken. Hij moet eerst langzaam de kennis daarvan binnengeleid worden en hij krijgt daarover van menselijke zijde opheldering, vooropgesteld dat de medemensen zelf in verbinding staan met God. Dat ze zelf God nastreven en zelf kennis hebben van Zijn besturen en werkzaam zijn. Dat ze geloven. Dan wordt ook het kind dit geloof binnengeleid.
Als echter de medemensen zelf ongelovig zijn en ze hun ongeloof ook op dat kind overdragen, dan wordt deze daarentegen toch niet aan de tegenstander overgelaten, maar God Zelf ontfermt Zich over hem en helpt hem bij het verkrijgen van de kennis, doordat Hij zijn levensweg zo vormt, dat het denken aangespoord wordt. Dat hij dus via de weg van de gedachten onderwezen wordt en hem hetzelfde resultaat gegeven kan worden. Dat hij leert te geloven in een God, Die zijn levenslot in de hand houdt. Dat hij leert te geloven in een doel, in een taak, die de mens gedurende zijn aardse leven moet vervullen.
God laat geen mens zonder hulp. Hij laat niemand aan zichzelf of aan de ongelovige medemensen over. Hij heeft de mens verstand gegeven en een denkvermogen, dat hem ook via de directe weg tot het inzicht kan brengen, als de opvoeding door de medemensen mislukt. De mens moet alleen de wil om in de waarheid te staan maar opbrengen. Hij mag het niet op zijn beloop laten, maar hij moet zelf actief zijn. Hij moet ernaar verlangen om het ware te weten en het juiste te doen. Dan geeft God Zich aan hem te kennen geven en Hij leidt hem, opdat hij zijn doel kan bereiken.
Amen
VertalerEinem jeden Hinweis von oben soll Beachtung geschenkt werden, denn Gott leitet Sein Wort nicht zwecklos zur Erde. Sowie der Mensch eine Verbindung erkennt zwischen Himmel und Erde, sowie er alles Geschehen in Zusammenhang bringen kann mit einer geistigen Führung, wird ihm sowohl das irdische Leben leichter tragbar sein als auch sein Seelenzustand sich heben, denn dann sieht er auch sein eigenes Erdenleben nicht sinn- und zwecklos an, sondern er ist sich seiner Aufgabe bewußt. Die Gewißheit, daß der Wille Gottes entscheidend ist für jegliches Geschehen, bestimmt ihn, auch sich selbst diesem Willen zu unterstellen, sich von ihm lenken zu lassen, und er bemüht sich, dem Willen Gottes entsprechend zu leben. Und dann schenkt er auch der göttlichen Stimme, Seinem Wort, vollste Beachtung.... Und also lebt er sein Leben bewußt.... Der Mensch in seiner Unkenntnis benötigt das Wort Gottes. Sowie er das Erdenleben beginnt als Mensch, mangelt ihm jedes Verständnis, jedes Wissen um göttliche Dinge. Er muß erst langsam eingeführt werden in das Wissen darum, und er wird von menschlicher Seite darüber aufgeklärt, vorausgesetzt, daß die Mitmenschen selbst in Verbindung stehen mit Gott, daß sie selbst Gott anstreben und selbst Kenntnis haben von Seinem Walten und Wirken.... daß sie glauben.... Dann wird auch das Kind in diesen Glauben geleitet. Sind jedoch die Mitmenschen selbst glaubenslos und sie übertragen ihren Unglauben auch auf das Kind, so ist dieses aber dennoch nicht der Gegenmacht überlassen, sondern Gott Selbst nimmt Sich seiner an und hilft ihm zur Gewinnung der Erkenntnis, indem Er seinen Lebensweg so gestaltet, daß das Denken angeregt wird, er also auf gedanklichem Wege unterwiesen wird und dem gleichen Ergebnis zugeführt werden kann.... daß er glauben lernt an einen Gott, Der sein Lebensschicksal in der Hand hält.... daß er glauben lernt an eine Bestimmung, an eine Aufgabe, die der Mensch während seines Erdenlebens erfüllen soll. Gott läßt keinen Menschen ohne Hilfe, Er überläßt keinen sich selbst oder den ungläubigen Mitmenschen.... Er hat dem Menschen Verstand gegeben und eine Denkfähigkeit, die ihn auch auf direktem Wege zum Erkennen führen kann, wenn die Erziehung durch Mitmenschen versagt. Nur den Willen muß der Mensch aufbringen, in der Wahrheit zu stehen.... Er darf sich nicht treiben lassen, sondern er muß selbst tätig sein, er muß danach verlangen, das Wahre zu wissen und das Rechte zu tun.... Dann gibt Gott Sich ihm zu erkennen, und Er leitet ihn, daß er sein Ziel erreichen kann....
Amen
Vertaler