Vergelijk Kundgabe met vertaling

Meer vertalingen:

Het formuleren van de gedachten

Elke gedachte wordt geformuleerd door de wil van de mens. Zodoende is de mens er in een bepaald opzicht wel verantwoordelijk voor van welke aard zijn gedachten zijn, maar hij is niet te beschouwen als de schepper van de gedachte. De gedachte wordt hem eerst gegeven. Het is niet dat deze gedachte door hemzelf ontstaat. Maar de mens geeft pas dan een uitdrukking aan de hem toegestuurde gedachten, als die met zijn aard overeenkomen. En daarom gelooft hij de schepper van zijn gedachten te zijn.

Weliswaar is hij ook bepalend voor welk gedachtengoed hem gegeven kan worden, omdat zijn wil deze kiest, want zijn wil kan net zo goed weigeren om het hem toegestuurde gedachtengoed naar zijn hersenen te leiden en zodoende het de mens tot bewustzijn te laten komen. Maar als de wil ervoor gekozen heeft om het gedachtengoed ook verstandsmatig te accepteren, geeft hij hem nu ook vorm. Dat wil zeggen dat de krachtstroom uit het geestelijke rijk nu dat wordt, wat de mens onder gedachte verstaat.

Want de gedachte is geestelijke kracht, die in samenhangende zinnen tot uitdrukking komt. Daarom wordt ook van eigen denken gesproken, omdat de mens zelf de zinsopbouw doet, omdat hij dat, wat hem geestelijk gegeven wordt, eerst zo formuleert, zodat het voor de medemensen begrijpelijk wordt. En dit formuleren van de gedachten komt met zijn aard overeen. Het zal steeds zo zijn, zoals de mens zelf het voor allen begrijpelijk houdt, omdat hij hetgeen hij ontvangen heeft graag door zou willen geven en daarvoor de meest geëigende vorm zoekt. Zodoende kan wel in het algemeen gezegd worden, dat de mens zelf denkt, omdat hij enkel dat uit zal spreken, wat voor zijn wezen begrijpelijk is. Maar hij beseft niet dat elke gedachte als kracht uit een schepper gestroomd is. Dat hij deze gedachte alleen maar zo vormt, zoals het hem zelf bevalt.

Dit formuleren is weer een activiteit van de hersenen. Dat wil zeggen het benutten van de levenskracht, die elk mens toegestuurd wordt. Want deze bekwaamheid werd hem door God gegeven. Geheel onafhankelijk van de kracht van de schepper, dus eigenmachtig zich een geestelijke schat toe-eigenen, doordat deze van het hart naar de hersenen geleid wordt om deze verstandmatig te analyseren, dus het hem toegestuurde gedachtengoed door zijn wil zo vorm te geven, dat het als het ware een persoonlijk karakter aanneemt en het nu voor een eigen voortbrengsel aangezien wordt.

Amen

Vertaler
Vertaald door: Peter Schelling

Formulierung des Gedankens....

Jeder Gedanke wird formuliert durch den Willen des Menschen, also ist in gewisser Hinsicht der Mensch wohl dafür verantwortlich, welcher Art seine Gedanken sind, aber er ist nicht als Urheber des Gedankens anzusehen. Der Gedanke wird ihm erst übermittelt, nicht daß er durch ihn selbst entsteht. Nur gibt der Mensch den ihm zugehenden Gedanken erst den Ausdruck, der seiner Wesensart zumeist entspricht. Und darum glaubt er sich als Urheber des Gedankens. Zwar ist er auch bestimmend, welches Gedankengut ihm vermittelt werden kann, weil dies sein Wille entscheidet, denn der Wille kann sich ebensogut weigern, das ihm zugehende Gedankengut zum Gehirn zu leiten und also dem Menschen zum Bewußtsein kommen zu lassen. Doch so sich der Wille dafür entschieden hat, das Gedankengut auch verstandesmäßig anzunehmen, gibt er ihm nun auch die Form, d.h., der Kraftzustrom aus dem geistigen Reich wird zu dem, was der Mensch unter Gedanke versteht. Denn der Gedanke ist geistige Kraft, die in zusammenhängenden Sätzen zum Ausdruck kommt. Darum wird auch von eigenem Denken gesprochen, weil der Mensch selbst die Satzbildung vornimmt, weil er das, was ihm geistig vermittelt wird, erst so formuliert, daß es dem Mitmenschen verständlich wird. Und dieses Formulieren des Gedankens entspricht seiner Wesensart; es wird stets so sein, wie der Mensch selbst es für allgemein verständlich hält, weil er das Empfangene gern weiterleiten möchte und dafür die geeignetste Form sucht. Also kann wohl allgemein gesagt werden, daß der Mensch selbst denkt, weil er nur das aussprechen wird, was seinem Wesen verständlich ist, er macht sich aber nicht klar, daß jeder Gedanke einem Urheber entströmt ist als Kraft, daß er selbst nur diese Gedanken so formt, wie es ihm selbst zusagt.... Dieses Formulieren ist wieder Tätigkeit des Gehirns, d.h. Ausnützen der Lebenskraft, die jedem Menschen zugeht. Denn diese Fähigkeit ist ihm gegeben von Gott, ganz unabhängig von der Schöpferkraft, also eigenmächtig, sich einen geistigen Schatz anzueignen, indem er vom Herzen zum Gehirn geleitet wird, und ihn verstandesmäßig auszuwerten, also das ihm zugehende Gedankengut durch seinen Willen so zu formen, daß es gewissermaßen ein persönliches Gepräge annimmt.... und es nun als eigenes Erzeugnis angesehen wird....

Amen

Vertaler
This is an original publication by Bertha Dudde