B.D.-Nr. 2512
De geestelijke honger zal altijd gestild worden en nooit zal de ziel gebrek hoeven te lijden, want God opent voor elk mens de bron van het leven, waaruit het levende water ontspringt. Deze belofte heeft Jezus de mensen op aarde gegeven, maar de betekenis van Zijn belofte werd door de mensen niet juist begrepen, omdat het anders niet onmogelijk voor hen zou lijken, dat God Zijn woord naar de aarde stuurt door openbaringen, die een mens van boven toegestuurd worden.
De goddelijke liefde weet waar het de mensen aan ontbreekt en wil hen geen gebrek laten lijden. En zodoende zal de bron van het leven nooit opdrogen. Steeds zullen de mensen zich aan zijn water kunnen laven en de mens zal zelf een nooit opdrogende bron kunnen worden, als hij er ernstig naar streeft en een diep geloof het zijne noemt.
Want dit heeft Jezus beloofd met de woorden: “Wie in Mij gelooft, uit diens lendenen zullen stromen levend water vloeien”. Hij kondigde daarmee het geestelijke werkzaam zijn aan. Het horen van het goddelijke woord in het hart, dat tot het eeuwige leven opwekt. Elk menselijk hart kan tot een bron van het eeuwige leven worden en de bron van goddelijke wijsheid, die uit een gelovig hart stroomt, is onuitputtelijk. Het water, dat tot leven opwekt, is het levende woord van God, want het kan alleen maar uit een in liefde levend mens stromen. Dus uit een actief geworden, dat wil zeggen levend hart.
Het woord van God heeft leven en wekt tot leven op. Want als het in het hart ontvangen wordt, is het geen dood woord. Het zijn geen lege letters, maar door de geest in de mens ontvangen en door de ziel in het hart van de mens geboren. En zodoende moet het ook tot leven opwekkend werkzaam zijn. Dat wil zeggen weer aansporen tot activiteit, hetgeen leven betekent. Het woord van God is de rechtstreekse liefdesuitstraling van God, die daarom ook weer in die mens, naar wie het goddelijke woord stroomt, als liefde tot uiting moet komen. Het moet dus weer liefde voortbrengen.
Het goddelijke woord is niet begrensd. Het stroomt uit een onuitputtelijke bron, net als water, dat geen begin en geen einde kent, dat uit de bron stroomt, zolang deze niet moedwillig tot opdrogen gebracht wordt. En zo zal ook het woord van God stromen uit het hart van degene, die in het diepe geloof een leven in zuiverheid en liefde leidt. En de mens zal nu voortdurend kunnen putten van het levende water. Hij zal het goddelijke woord voortdurend in zich horen. Uit zijn lendenen zullen stromen van het levende water vloeien, zoals God het beloofd heeft.
Amen