B.D.-Nr. 2467

Het werkzaam zijn van de geest – De uitstorting van de Heilige Geest

U hoort de stem van de Heer op verschillende manieren. Neem alles dankbaar in ontvangst, wat u aangeboden wordt en schenk alleen maar aandacht aan de liefdesgeest in u. Want u zult overeenkomstig zijn sterkte bedacht worden. En twijfel daarom niet, als de verschillende vormen van ontvangen u aan het denken zetten. Want de liefdesgraad in u bepaalt deze vorm. Dat wil zeggen dat de uiting van de goddelijke geest des te duidelijker aan de dag komt, naarmate de mens dieper van de liefde doordrongen is.

Maar een zwakker werkzaam zijn in liefde kan ook een goddelijk geestelijk werkzaam zijn tot gevolg hebben, enkel op een minder overtuigende manier, zodat het niet direct als een geestelijk werkzaam zijn herkend wordt, ofschoon het resultaat, de activiteit in de gedachten, met de rechtstreekse openbaringen overeenkomt, die een diep in de liefde staand mens in ontvangst mag nemen.

De zuivere leer van Christus zal altijd aan alle openbaringen ten grondslag liggen. Zodra dus het rechtstreeks ontvangen woord en ook de werkzaamheid van de gedachten van de naar de waarheid zoekende mens met de zuivere leer van Christus overeenstemt, kan ook van het werkzaam zijn van de goddelijke geest gesproken worden. Want het rechtstreeks ontvangen woord zal steeds alleen maar de zuivere leer van Christus uit de hemelen genoemd kunnen worden en elke verandering, dus elke leer die van dit zuivere woord van God afwijkt, kan als menselijk opsmuk gezien en daarom afgewezen worden.

De geest van God zal de mensen steeds goed leiden, zowel in hun denken, alsook in hun handelen en spreken. Het zal ook die mensen samenbrengen, die het ernstig om de waarheid te doen is. Die het goede nastreven en God willen dienen. Want hun meest innerlijke gezindheid, die in de dialoog met God tot uitdrukking komt, is doorslaggevend. Deze mensen zullen ook waardig bevonden worden voor de openbaringen van God en ze zullen er volledig van overtuigd zijn juist te denken en de waarheid te kennen.

Het werkzaam zijn van de geest zal daarom overal te herkennen zijn, waar de mensen zich er ernstig mee bezighouden om geestelijke gebieden binnen te dringen. Waar de ernstige wil aanwezig is om de waarheid te doorgronden en waar God door het gebed om raad gevraagd wordt. Want daar zal steeds de activiteit van de gedachten onder controle van wetende geestelijke wezens staan. Zodoende worden deze zoekende mensen erin gehinderd om verkeerd te denken en de juiste, met de waarheid overeenkomende gedachten worden hun voortdurend door deze wezens overgedragen.

Want het is het werkzaam zijn van de geest in de mens, dat de werkzaamheid van de gedachten geordend is. Dat de mens logisch en helder moet denken en geen verkeerde mening hoeft te vrezen. Hij zal steeds in staat zijn om de waarheid van de vergissing weten te onderscheiden en hij zal daar geen mens voor nodig hebben, maar als het ware door zichzelf wetend worden, omdat hij zijn gedachtengoed als door zichzelf verworven beschouwt. Maar steeds is het de kracht van de geest, die hem doordringt. Die de geestvonk in hem aanspoort om zich te uiten, zich dus aan de ziel bekend te maken, zodat de mens als zodanig nu de geschenken van de geest in ontvangst neemt, hij dus van binnenuit in de zuivere waarheid onderwezen wordt.

Maar steeds is het de voorwaarde, dat de mens zich in de liefde oefent, omdat de geest uit God anders niet in hem werkzaam kan zijn. Waar echter een leven in liefde geleid wordt, daar moet ook de geestelijke kennis hetzelfde zijn. Daar moeten de gedachten en opvattingen overeenstemmen en zodoende moeten alle gedachten van hen als een geestelijk werkzaam zijn erkend en gewaardeerd worden.

En daarom zullen mensen, die in liefde werkzaam zijn en tot liefde in staat zijn, steeds van dezelfde geest zijn, want God zal Zich steeds door zulke mensen uiten. Maar Zijn werkzaam zijn wordt vaak niet herkend als dat wat het is, als de uitstorting van de Heilige Geest. Want de mensen weten niet meer, wat ze daaronder moeten verstaan. Ze zijn zelf zo ver van de liefde verwijderd, dat het werkzaam zijn van God in hen onmogelijk geworden is. En zonder dit werkzaam zijn van God in de mensen kennen ze de waarheid niet, ofschoon ze geloven kennis te hebben. En wat met de waarheid overeenkomt, kennen ze niet als zodanig, zolang ze niet eveneens door de Heilige Geest verlicht worden. Totdat God dus Zelf door Zijn geest in hen werkzaam wordt. Want God heeft wel grenzen gesteld aan de mensen, die niet overeenkomstig Zijn wil leven, maar Hij onthoudt degenen, die alle voorwaarden vervullen om door Zijn geest verlicht te worden, de kennis niet.

Amen

Vertaald door: Peter Schelling

Deze openbaring is niet opgenomen in de themaboekjes.