B.D.-Nr. 2436

Verlichting van de geest – Het onderzoeken van de leringen

Elke geestelijke vraag zal voor u opgelost worden, als u zich vol vertrouwen tot de hemelse Vader wendt en u van Hem een antwoord verlangt. U leeft in een tijd van dwalingen. Uw denken wordt verkeerd geleid en u bent niet meer in staat om de waarheid van de leugen te onderscheiden, want u wendt zich niet tot Degene, Die de Enige is Die u opheldering kan geven. Maar God komt u in Zijn liefde tegemoet. Zijn geest wil u verlichten. Hij wil u naar het juiste denken leiden.

Het basisprincipe van uw leven moet zijn dat u de wil van God vervult. Als u door deze wens bezield bent, dan moet u Hem ook uw oor lenen, opdat u Zijn wil hoort. U moet uw hart bereidwillig openen, opdat u Zijn stem hoort. “Zie, Ik sta voor de deur en klop aan. Bij wie voor Mij opendoet, zal Ik binnengaan”. Open uw hart, laat Hem binnen en leg nu uw vragen voor en Hij zal u niet zonder antwoord laten. Hij zal u vertellen, waar u zich vergist en wat u op moet geven of moet behouden.

Maar u schenkt te veel aandacht aan wat de mensen u onderwijzen. U hebt geen eigen oordeel meer. U laat u geestelijke kost aanbieden door degenen, die dit zelf nodig hebben. U laat u onderwijzen door mensen, die daar niet door God toe geroepen zijn en u neemt hun woorden zonder bezwaar aan. Maar u erkent de goddelijke geschenken daarentegen niet.

U moet wel opkomen voor dat, waar u volkomen van overtuigd bent, maar die overtuiging moet u zelf verworven hebben. U moet alles grondig overwegen en onderzoeken. En als het een ernstig onderzoek doorstaat, mag u daarvoor opkomen. U moet alle voor- en tegens van elke leer overdenken. U moet er stelling over nemen en kiezen voor dat, waar u in het diepste van het hart positief tegenover kunt staan. Pas dan komt elke leer in u tot leven, terwijl deze eerst slechts iets aangeleerds blijft, dat voor het uitrijpen van de ziel zonder waarde is.

De ernstige wil om te onderzoeken moet in u ontwaken, want God eist nooit van u, dat u zonder te onderzoeken, iets aanneemt, ook wanneer Hij het u Zelf aanbiedt. Hij gaf u het verstand en dit moet u ook gebruiken. Hij eist dit van u, opdat u niet in de strikken van de tegenstander geraakt, die u in zijn dwaalleren wil verstrikken. Want u verkeert in dit gevaar, als u onbekommerd alles aanneemt, wat van u geëist wordt om te geloven.

God stelt u werkelijk van Zijn wil in kennis en als uw wil op Hem gericht is, zult u Hem geen verzet bieden. Dat wil zeggen dat u vanuit een innerlijke drijfveer het juiste besluit zult nemen en u zult niet hoeven te vrezen om in strijd met Zijn goddelijke wil te handelen. Maar daarom moet u zelf denken, dus uw geest in u actief laten worden.

U moet u afsluiten voor de wereld en de geest in u de vrijheid geven, zodat deze op kan stijgen naar lichte hoogten. Het verlangen naar de waarheid moet zo sterk in u zijn, dat u deze de geestelijke wereld zou willen ontworstelen. U moet hier vanuit het diepste van het hart naar verlangen. En uw verlangen zal werkelijk vervuld worden. De waarheid, die de geest in u vanuit het geestelijke rijk aangeboden wordt, zal naar u stromen, omdat het Gods wil is, dat de waarheid aan diegenen gegeven wordt, die hiernaar verlangen.

Maar als u zonder bedenkingen en zonder te beoordelen alles aanvaardt, wat u van menselijke zijde aangeboden wordt, is uw kennis niet veel waard, want u praat dan alleen maar na, wat u onderwezen werd. Maar het is niet uw geestelijk eigendom, want dat wordt het pas dan, als u er zelf stelling over genomen hebt en hier dan vol overtuiging voor op kunt komen. Dan bezit u een rijkdom, die onvergankelijk is en die u werkelijk gelukkig zal maken.

Maar wat je je aan vergissingen eigen gemaakt hebt, dat kan niet duurzaam zijn. U zult het eens op moeten geven en uw kennis zal dan nog maar heel gering zijn. Vermeerder het daarom, zolang u nog op aarde verblijft. Vraag aan God, dat Hij u Zelf onderwijst en luister naar de stem in u, die u overeenkomstig de waarheid onderwijst. Want God is de waarheid en Hij wil dat deze over de aarde verspreid wordt. Dat het licht wordt, waar nu nog de diepste duisternis heerst.

Amen

Vertaald door: Peter Schelling

Deze openbaring is niet opgenomen in de themaboekjes.