1358 Verlossingswerk – Geestelijke wedergeboorte

28 maart 1940: Boek 23

Er vertoeft een hemelse vriend in jouw nabijheid en hij probeert geestelijk met je te communiceren. Alle gaven van de geest moeten in liefde aangeboden en ook in liefde ontvangen worden en hij streeft er nu naar om een goed, innig contact tot stand te brengen, opdat hij onbelemmerd kan communiceren. Hij is jou door de Vader gegeven als jouw begeleider voor de tijd op aarde en hij verzorgt jou alsmaar door. Aan zijn zorg heb je het te danken, dat jouw wil zich naar deze taak toekeerde. En nu probeert hij onvermoeibaar om jou er toe te brengen om te accepteren, wat jouw hart nog niet helemaal opgenomen heeft.

Je hebt weliswaar de wil, maar het ontbreekt je nog aan begrip voor één van de belangrijkste geloofsleringen, die slechts tot nu toe een vage indruk op je gemaakt heeft, maar die in alle diepte beseft moet worden. De Heer laat je nu een bericht toekomen van de met jou innig verbonden leermeester in het hiernamaals.

De toestand van een wezen dat niet bevrijd is, is duister. Want verlossing is bevrijding uit de duisternis. Verlossing is bevrijding van de geest uit de boeien en verlossing is geestelijke wedergeboorte. Alle schuld op aarde drukt de mens neer tot een belast wezen. Elke zonde kluistert de mens steeds meer aan de aarde, aan hetgeen verbannen is. Maar Jezus Christus heeft de mensheid van de zondenschuld verlost. Dat wil zeggen, Hij hief de staat van de verbanning van de mensen op, Hij nam als het ware de verbanning op Zich en gaf Zichzelf daar als zoenoffer voor op door Zijn dood aan het kruis.

Het verlossingswerk is dus het grootste werk van barmhartigheid. Het werd de mens daardoor mogelijk gemaakt om de staat van verbanning door zijn wil te kunnen verlaten. Het werd aan hem overgelaten om zich hieruit te bevrijden of om eeuwig onder de druk van de zondenlast te leven. Zijn wil alleen was al voldoende om zich te verlossen uit elke boei en in lichtsferen binnen te kunnen gaan, terwijl de mens voorheen onmachtig was en de onmetelijke schuld, die op hem drukte, verder dragen moest, tot de goddelijke Verlosser Zich ook over deze zielen erbarmde en door Zijn dood hen ook de vrijheid gaf.

Maar nu verlangt de Christelijke leer een volledige bekentenis van de eigen schuld, voordat de genade van het verlossingswerk deze schuld kan delgen. De mens moet van tevoren zijn zondigheid beseft hebben. Hij moet zijn troosteloze toestand kennen om ook de goddelijke erbarming, die zich nu bereid verklaart elke zondenschuld te delgen, waard te kunnen worden. De mens moet in het besef van zijn zondenschuld om de genade van het verlossingswerk vragen en zich dus bewust in de kring plaatsen van degenen, voor wie de Heer aan het kruis gestorven is. Zijn ziel moet willen, dat ze vrij wordt en ze moet de hemelse Verlosser vragen om ook haar te aanvaarden. Ze moet in de toekomst in het besef van haar schuld met al het boze breken en een leven op een God welgevallige manier leiden. Ze moet om genade vragen en dus bewust aanspraak maken op het verlossingswerk van de Heer.

Amen

Vertaald door: Peter Schelling

Deze openbaring is niet opgenomen in de themaboekjes.

Downloads

Download-aanbod voor boek _book
 ePub  
 Kindle  
  Meer downloads

Deze openbaring

 als MP3 downloaden  
Afdrukvoorbeeld
 Kladschriften

Translations