Das bewußte Sich-Versenken in einen geistigen Zustand erfordert erhöhte Willenskraft und muß daher stets und ständig geübt werden, weshalb der Mensch nicht davon ablassen soll, um nicht lau und unfähig zu werden für eine Aufgabe, die ein solches Versenken bedingt. Es muß der Mensch sich üben im Ausschalten jeglicher Gedanken, will er die feine Stimme in sich vernehmen; und ferner muß er aufmerksam lauschen nach innen. Der Geist Gottes ist stets bereit, göttliche Gabe darzubieten, doch die Seele nicht immer fähig, das ihr Gebotene aufzunehmen. Und sowie die Seele sich nicht völlig aufschließet, kann ihr der Geist die göttliche Gabe nicht vermitteln, oder aber die Seele vernimmt nur unklar und ihr nicht recht verständlich, was ihr der Geist aus Gott mitteilen will. Es ist aber der Geist gebewillig, und er hat kostbares Gut auszuteilen, weshalb die Seele jede Möglichkeit nützen sollte, um kostbare Gabe zu empfangen. Denn diese bedeutet für die Seele geistigen Reichtum, der unvergänglich ist. Es sind dem empfangenden Erdenkind keine Grenzen gesetzt, wenn nur der Wille des Menschen so stark ist, daß er sich völlig löst von der irdischen Welt. Sowie ihm dies gelingt, kann sich schon der Geist aus Gott äußern und nun den Menschen belehren. Das Horchen nach innen erfordert größte Selbstüberwindung, denn es muß alles Denken ausgeschaltet werden, auf daß nur geistiges Gut vom Herzen zum Gehirn geleitet werden kann. Und diese Gnade ist die Folge von rechtem Lebenswandel vor Gott und von vermehrtem Liebewirken, und darum wird desto leichter der Mensch seine Gedanken ausschalten können, je tätiger er die Nächstenliebe ausübt. Desto klarer und verständlicher werden ihm die Gedanken zuströmen, bis der Mensch ohne Anstrengung den Zustand erreicht, wo ihm die Gedanken unaufhaltsam und ohne Pause zuströmen und ebenso wiedergegeben werden können, denn dann ist des Geistes Wirken so stark, daß es dem Menschen unweigerlich ein reiches Wissen eintragen muß. Zuvor aber muß der Mensch noch sehr ringen und beten, und zwar desto mehr, je schwerer es ihm fällt, in innige Fühlungnahme zu treten mit Gott und Seinen Wesen im Jenseits. Durch inniges Gebet kann er die Kraft aus Gott anfordern, die er benötigt für seine Seele, daß sie die Stimme des Geistes in sich vernimmt und also die göttliche Gabe in Empfang nehmen kann....
Amen
ÜbersetzerEen zich bewust verdiepen in een geestelijke toestand vereist een toegenomen wilskracht en moet daarom voortdurend beoefend worden, om welke reden de mens er niet mee op mag houden om niet slap en ongeschikt te worden voor een taak, waar zo’n zich verdiepen voor nodig is.
De mens moet zich oefenen in het uitschakelen van elke gedachte, als hij de zachte stem in zich wil horen. En verder moet hij aandachtig naar zijn innerlijk luisteren. De geest uit God staat steeds klaar om de goddelijke geschenken aan te bieden, maar de ziel is niet altijd in staat om hetgeen aangeboden wordt, op te nemen. En als de ziel zich niet volledig opent, kan de geest haar het goddelijke geschenk niet geven, of de ziel hoort enkel onduidelijk en voor haar niet goed te begrijpen, wat de geest uit God haar mee wil delen.
Maar de geest is bereidwillig om te geven en heeft kostelijke goederen om uit te delen, om welke reden de ziel elke mogelijkheid moet benutten om het kostelijke geschenk te ontvangen. Want dit betekent geestelijke rijkdom voor de ziel, die onvergankelijk is. Er zijn voor het ontvangende mensenkind geen grenzen gesteld, als de wil van de mens maar zo sterk is, dat hij zich gewillig van de aardse wereld losmaakt. Zodra hem dit lukt, kan de geest uit God zich al uiten en de mens nu onderwijzen.
Het naar het innerlijk luisteren vereist de grootste zelfoverwinning, want al het denken moet uitgeschakeld worden, opdat alleen maar geestelijke goederen van het hart naar de hersenen geleid kunnen worden. En deze genade is het gevolg van een juiste levenswandel voor God en door een toegenomen werkzaam zijn in liefde en daarom zal de mens des te gemakkelijker zijn gedachten uit kunnen schakelen, des te actiever hij de naastenliefde beoefent. Des te helderder en begrijpelijker zullen de gedachten hem toestromen, tot de mens zonder inspanning de toestand bereikt, waar de gedachten hem onstuitbaar en zonder pauze toestromen en net zo weergegeven kunnen worden, want dan is het geestelijke werkzaam zijn zo sterk, dat het de mens onvermijdelijk een rijke kennis op moet leveren.
Maar eerst moet de mens nog erg strijden en bidden en wel des te meer, naarmate het hem zwaarder valt om in nauw contact te komen met God en Zijn wezens in het hiernamaals. Hij kan door een vurig gebed om de kracht uit God verzoeken, die hij nodig heeft voor zijn ziel, opdat ze de stem van de geest in zich hoort en dus het goddelijke geschenk in ontvangst kan nemen.
Amen
Übersetzer