Het geloof in de kracht en macht van God is voor de mensen een leeg begrip geworden, omdat ze anders wel een ander leven zouden willen leiden. Dus de godsvrucht ontbreekt hen volledig. Voor zover ze nog in een God geloven als scheppende kracht, staat deze Godheid toch heel ver van hen af, omdat ze zichzelf als volledig onafhankelijk van Haar wanen.
Bijgevolg vrezen ze ook niet dat God hen ter verantwoording zou kunnen roepen en ze dus op aarde of in het hiernamaals Zijn macht en kracht te voelen krijgen. Ze ontkennen elke verbinding, zodra ze er ernstig opmerkzaam op gemaakt worden dat God bepaalde eisen aan de mensen stelt, die vervuld moeten worden. Ze geloven noch in de macht, noch in de liefde van God. Dat wil zeggen noch aan een straf, noch aan een beloning voor hun aardse leven. De kracht van God herkennen ze alleen maar als de oorsprong van de natuurlijke schepping.
En hoe minder het geloof in de kracht en macht van God onder de mensheid vertegenwoordigd is, des te minder zal ook de christelijke leer van de liefde nageleefd worden, want iedereen probeert alleen maar zijn eigen macht en kracht te laten gelden, omdat hij zichzelf in de natuurlijke schepping als het hoogste wezen beschouwt en zodoende gebieden wil. Dat wil zeggen dat hij de zwakken aan hem zou willen onderwerpen, met het valse denkbeeld, dat hij heer is, zodra hij zich lichamelijk superieur voelt.
In het geloof in de kracht en de macht van God zou de mens zich klein voelen en zijn medemensen eveneens, wat een reden voor hem is om hen te helpen als broeder en zich niet als een heer boven hen te verheffen. Maar weinig mensen voelen zich afhankelijk van een Wezen, Dat buitengewoon machtig en krachtig is en deze mensen onderwerpen zich ook bewust aan Hem. Ze geven zich aan Zijn leiding over en worden nu ook door Zijn wil geleid, terwijl de ongelovigen steeds hun eigen wil laten heersen, zich dus afzonderen, dat wil zeggen hun verzet tegen God in stand houden, omdat ze Hem niet erkennen.
God openbaart Zich wel aan hen, doordat Hij voortdurend Zijn kracht en macht laat gelden in alles wat de mens omgeeft en ook in de mens zelf. Want zonder Gods kracht zou er niets bestaan. Zonder Zijn macht zou er niets kunnen gebeuren. En de mens zou alleen daaraan al moeten herkennen dat hij deze macht en kracht van een hoger wezen niet kan ontkennen, want hijzelf is niet in staat om vanuit zichzelf iets te scheppen van wat hem omgeeft.
Maar hij negeert dit duidelijke bewijs of hij waant zich als mens volledig geïsoleerd staand van de scheppende kracht. Hij erkent niet dat deze hem ook omvat. Hij erkent geen Wezen, met Wie hij zelf een onlosmakelijke verbinding heeft. En daarom beschouwt God hem ook als ver van Hem af staand en Hij kan hem Zijn uitstraling van liefde niet schenken, maar soms laat Hij hem Zijn macht voelen, opdat hij Hem leert herkennen. Maar dit zal altijd binnen het raamwerk van het natuurlijke plaatsvinden, zodat de mens niet gedwongen wordt om te geloven. Hij zal steeds ook een puur natuurlijke verklaring kunnen vinden, wanneer de macht en kracht van God zo voor hem tot uiting komt, dat zijn eigen macht en kracht aan het wankelen gebracht worden.
En toch is dit geloof absoluut noodzakelijk, als de mens een aards leven wil leiden overeenkomstig de wil van God. Pas dan, wanneer hij een hoog boven zich staand Wezen erkent, Dat in alles volmaakt is en Dat daarom ook buitengewoon machtig en krachtig moet zijn, probeert hij zich door geestelijk streven aan Hem aan te passen. Hij streeft opwaarts, omdat hij beseft dat hij zich in de diepte bevindt. Hij probeert de verbinding met Hem tot stand te brengen om van Hem kracht in ontvangst te kunnen nemen, die dit opstijgen gemakkelijker maakt. Hij heeft dus een levenswandel, die met de wil van God overeenkomt. Want omdat hij gelooft, vreest hij de eeuwige Godheid niet alleen maar, maar hij heeft Haar lief en probeert zich Haar liefde waardig te maken. Zodra hij naar God streeft, wordt hij door Zijn liefde gegrepen en Hij openbaart Zich aan de mensen als de eeuwige liefde, Die naar hen als Haar schepselen verlangt.
Amen
VertalerLa fede nella Forza e nel Potere di Dio è diventata per gli uomini un concetto vuoto, altrimenti vorrebbero condurre una vita diversa. Ma così perdono totalmente il timore di Dio. Finché credono ancora in un Dio come Forza creativa, questa Divinità sta loro totalmente lontana, perché loro stessi si credono totalmente indipendenti da Lei. Di conseguenza non temono nemmeno che Dio potesse loro chiedere la resa dei conti e che quindi vengono a sentire il Suo Potere e Forza, sulla Terra oppure nell'aldilà. Negano ogni collegamento, appena viene loro fatto notare seriamente che Dio pone certe condizioni agli uomini che devono essere adempiute. Non credono né nel Potere né nell'Amore di Dio, cioè né in una punizione né in una ricompensa per la loro vita terrena. Riconoscono la Forza di Dio solamente come Origine della Creazione della natura. E meno è rappresentata fra l'umanità la fede nella Forza e nel Potere di Dio, meno verrà anche seguita la Dottrina dell'amore cristiano, perché ognuno cerca solamente di far valere il suo proprio potere e la propria forza, perché nella Creazione della natura si considera l'essere superiore e quindi vuole comandare, cioè vorrebbe sottomettersi il debole nell' errata immagine di essere il signore, appena si sente superiore corporalmente al prossimo. Nella fede nella Forza e nel Potere di Dio l'uomo si sentirebbe piccolo e pure i suoi prossimi, cosa che lo indurrebbe ad aiutare costui come fratello e non si eleverebbe al di sopra di lui come padrone. Solo la minima parte degli uomini si sente dipendente da un Essere, il Quale E' oltremodo potente e colmo di Forza e si sottomettono a Costui anche consapevolmente. Si danno alla Sua Guida ed ora vengono anche condotti dalla Sua Volontà, mentre coloro che sono senza fede lasciano sempre valere la loro propria volontà, quindi si allontanano, cioè conservano la loro resistenza contro Dio, perché non Lo riconoscono. Dio Si fa bensì riconoscere a loro, mentre fa valere la Sua Forza e la Sua Potenza in tutto ciò che circonda l'uomo ed anche nell'uomo stesso. Nulla sarebbe senza la Forza di Dio, nulla potrebbe accadere senza il Suo Potere e soltanto da ciò l'uomo dovrebbe già riconoscere, che non può negare questa Potenza e Forza ad un Essere superiore, perché lui stesso non può creare nulla da sé di ciò che lo circonda. Ma egli non bada a questa chiara dimostrazione, oppure considera sé stesso come uomo del tutto isolato da questa Forza creativa. Non riconosce che Questa afferra anche lui, non riconosce nessuna Entità, con la Quale lui stesso è in collegamento indissolubile. E perciò anche Dio lo considera come stando lontano da Lui, e non può rivolgergli l'Irradiazione del Suo Amore, ma a volte gli fa sentire il Suo Potere, affinché impari a riconoscerLo. Ma anche questo si svolgerà sempre nella cornice della naturalezza, affinché l'uomo non sia costretto alla fede. Potrà anche sempre trovare una spiegazione puramente naturale, quando la Potenza e Forza di Dio Si manifestano in lui in modo che il suo proprio potere e la sua propria forza vengono sconvolti. Ciononostante questa fede è assolutamente necessaria, se l'uomo vuole condurre una vita terrena corrispondente alla Volontà di Dio; perché solamente quando riconosce un'Entità che sta al di sopra di lui, la Quale E' perfetta in tutto e che perciò dev'anche Essere oltremodo potente e colma di Forza, cerca di adeguarsi a Lei attraverso il tendere spirituale. Così tende verso l'Alto, perché riconosce di stare nell'abisso, cerca di stabilire con Lei il collegamento, per poter cogliere da Lei la Forza che rende facile questa risalita. Quindi conduce un cammino di vita che corrisponde alla Volontà di Dio. Dato che crede, non teme soltanto questa eterna Divinità, ma L'ama e cerca di rendersi degno del Suo Amore. Appena tende verso Dio, viene afferrato dal Suo Amore e Si rivela agli uomini come l'eterno Amore, il Quale desidera le Sue creature.
Amen
Vertaler