Vergelijk Kundgabe met vertaling

Meer vertalingen:

Wetmatigheid – Door God gewilde ordening – Volmaaktheid

Wat voor de mens zichtbaar is, laat een bepaalde wetmatigheid zien, wat door hem echter als vanzelfsprekend beschouwd wordt, omdat hij niets anders kent. Het ontstaan en vergaan van alle dingen kan dus al in zijn verschillende fasen doorgrond worden. Dat wil zeggen dat de mens elke gebeurtenis van de ontwikkeling en het wordingsproces van alle dingen die zichtbaar voor hem zijn kent, zodra hij er aandacht aan schenkt. Deze wetmatigheid maakt het onderzoeken voor de mensen dus makkelijker, want daaruit kunnen ze conclusies trekken en hierop hun kennis weer voortbouwen.

Maar de mensen dringen alleen maar de natuurwetten binnen. Ze zien alleen maar dat het zo is, maar niet waarom het zo is, zoals het is. Ze beschouwen de natuurlijke gevolgen weliswaar als doel of zin van de oorzaak, maar weten niet dat zowel de oorzaak alsook het doel van elke wetmatigheid alleen maar geestelijk te zoeken en te vinden is, dat de geestelijke ontwikkeling van al het natuurlijke zijn wetmatigheid met zich meebrengt. En ook het geestelijke leven verloopt volgens een bepaalde wetmatigheid. Dat wil zeggen dat er slechts één wil geldt in het geestelijke rijk en overeenkomstig deze wil voltrekt zich het geestelijke werkzaam zijn in het totale universum, in het aardse en het geestelijke rijk.

En omdat deze wil met een niet te overtreffen wijsheid gepaard gaat, moet deze ook constant zijn. Dat wil zeggen dat deze niet voortdurend kan wisselen, omdat dit niet met de niet te overtreffen wijsheid van God in overeenstemming zou zijn. En daarom is ook in het geestelijke rijk de voortdurende opwaartse ontwikkeling aan een bepaalde wetmatigheid onderworpen en dat het puur geestelijk begrepen moet worden, dat alles zich in een door God gewilde ordening voltrekt en het geestelijk rijk dus het toppunt van volmaaktheid is, zodra het geestelijke zich aan deze orde onderwerpt, zich zodoende de wil van God eigen gemaakt heeft.

De aardse schepping is een tot vorm geworden idee van God, dat het onvolmaakt geestelijke de goddelijke ordening binnen moet leiden. Het moet de gang door al de scheppingswerken gaan, om zich dus gedwongen te schikken in de goddelijke ordening, omdat het de wetmatigheid van de natuur niet ongedaan kan maken, zoals de mens zulks ook niet tot stand brengt, zelfs wanneer hij werken van vernietiging verricht, die een overtreding zijn tegen de goddelijke ordening. Tegen de wil van God. Maar hij is niet in staat om natuurwetten ongedaan te maken of op te heffen.

In het geestelijke rijk kan het geestelijke eveneens door zijn weerspannigheid zichzelf van de goddelijke ordening buitensluiten, dus ook ver van God af staand binnen de eigen wil blijven. Maar het zal dan nooit volmaakt worden, dus bij het geestelijke rijk kunnen horen, dat gelukzaligheid en volmaakte harmonie betekent, omdat de goddelijke wil en de goddelijke ordening dit geestelijke rijk regeren, maar het zal zichzelf afzonderen en toch weer door de goddelijke wil gedwongen worden om in een bepaalde wetmatigheid een verdere ontwikkelingsgang af te leggen, totdat het zich uiteindelijke vrijwillig in de goddelijke orde schikt.

De scheppingen in de natuur op aarde geven er het beste bewijs van, dat alles moet vergaan, wat zich tegen de goddelijke natuurwet verzet. De wetten van de natuur zijn onverbiddelijk en waar er geen acht op geslagen wordt, zijn meestal dood en ontbinding het gevolg. En het is daarom, dat de mens zich ook bewust wordt, dat niets willekeurig is, maar dat er een wil boven alles staat, die in elk scheppingswerk, dat wil zeggen in zijn wetmatigheid, tot uiting komt en gerespecteerd moet worden. En dat deze wetmatigheid in de diepste wijsheid en liefde van God zijn grondslag heeft, omdat deze in zekere zin de voorwaarde tot volmaaktheid is.

Amen

Vertaler
Vertaald door: Peter Schelling

Legalidade.... Ordem ordenada por Deus.... Perfeição....

O que é visível ao homem atesta uma certa regularidade, mas que é por ele tomado como certo porque não o sabe de outra forma. O surgimento e o desaparecimento de todas as coisas já podem, portanto, ser sondados em suas diversas fases, ou seja, o homem conhece cada processo, o desenvolvimento e o curso de todas as coisas que lhe são visíveis, assim que presta atenção a elas. Esta regularidade, portanto, facilita a pesquisa para as pessoas, porque elas podem tirar conclusões a partir dela e construir novamente o seu conhecimento sobre ela. Mas os homens só penetram nas leis da natureza, eles só investigam que assim seja, mas não por que é assim. Eles sustentam que o resultado natural é o fim ou meta da causa, mas não sabem que tanto a causa como o fim de toda regularidade só podem ser buscados e encontrados espiritualmente, que o desenvolvimento espiritual condiciona tudo o que é natural na sua regularidade. E a vida espiritual também se desenvolve numa certa regularidade, ou seja, apenas uma vontade se aplica no reino espiritual e, de acordo com essa vontade, a atividade espiritual ocorre em todo o universo, no reino terreno e no reino espiritual. E como essa vontade está ligada à insuperável sabedoria, ela também tem de ser constante, ou seja, não pode mudar constantemente, porque isso não estaria de acordo com a insuperável sabedoria de Deus. E é por isso que o constante desenvolvimento superior também está sujeito a uma certa regularidade no reino espiritual, e que isso deve ser entendido puramente espiritualmente, que tudo acontece numa ordem ordenada por Deus e que o reino espiritual é, portanto, o epítome da perfeição, assim que o espiritual se subordina a essa ordem, assim fez sua a vontade de Deus. A criação terrena é uma idéia de Deus que se tornou forma e que é introduzir o espiritual imperfeito na ordem divina; ela tem de percorrer o caminho através de todas as obras da criação, sendo assim obrigada a inserir-se na ordem divina, porque não pode subverter a legalidade da natureza, assim como o homem, enquanto tal, também não pode conseguir isso, mesmo que realize obras de destruição que são uma violação da ordem divina, da vontade de Deus. Mas ele não é capaz de derrubar ou abolir as leis naturais. No reino espiritual, o espiritual pode igualmente excluir-se da ordem divina através da sua rebeldia, permanecendo assim também afastado de Deus, por sua própria vontade. Mas então nunca será perfeito, portanto nunca poderá pertencer ao reino espiritual, o que significa beatitude e plena harmonia, porque a vontade divina e a ordem divina governam esse reino espiritual, ao invés disso se separarão e ainda assim serão forçados novamente pela vontade divina a percorrer um caminho de desenvolvimento ulterior com certa regularidade até que, afinal de contas, se juntem voluntariamente à ordem divina. As criações da natureza na terra dão a melhor prova de que tudo deve perecer que se rebelar contra a lei divina da natureza. As leis da natureza são inexoráveis, e onde não são observadas, a morte e a dissolução são geralmente o resultado..... E é por isso que o ser humano também se torna consciente de que nada é arbitrário, mas que uma vontade está acima de tudo, que se expressa em cada obra de criação, ou seja, na sua legalidade, e que deve ser respeitada.... E que esta legalidade se fundamenta na mais profunda sabedoria e amor de Deus, porque é, por assim dizer, a condição prévia para a perfeição...._>Amém

(O Livro 33 termina com a Anunciação 2576,

O Livro 34 contém os anúncios 2733 - 2746,

O livro 35/36 contém os anúncios 2747 - 2776,

O Livro 37 começa com a Anunciação 2777.

Os anúncios não listados também estão faltando nos manuscritos de Bertha Dudde).

Vertaler
Vertaald door: DeepL