Vergelijk Kundgabe met vertaling

Meer vertalingen:

Zelfkennis – Arrogantie – Deemoed

Het zijn de tekenen van de verwarring van het menselijke denken, dat iedereen gelooft een God welgevallige levenswandel te hebben en daarom geen aanstalten maakt om zich te vervolmaken. De juiste levenswandel moet een bepaalde deemoed laten herkennen en de deemoedige mens zal er steeds naar streven om de liefde en genade van God waardig te worden. Hij zal nooit geloven zo te zijn, zoals het God welgevallig is, omdat de deemoed hem de grote afstand tussen hem en God laat zien.

Maar degene die het aan deemoed ontbreekt, is nog ver van de vroomheid verwijderd, want het ontbreekt hem ook aan genade. De deemoedige mens vraagt om genade en zodoende zal hij deze ook ontvangen. Hij vraagt om de hulp van God op zijn levensweg. Hij vraagt om hulp om de rijpheid van de ziel te bereiken. Hij voelt zich in zijn eentje zwak en onbekwaam en vraagt dus in het gebed om genade. En God schenkt degenen die deemoedig zijn Zijn genade.

Maar wie arrogant van geest is, waant zich verbonden met God, zonder het te zijn. Hij beseft niet de afstand tot Hem en zodoende tracht hij deze afstand niet te verminderen. Hij ziet zijn gebreken en fouten niet en probeert ze daarom ook niet uit de weg te ruimen. En omdat hij zich niet zwak voelt, vraagt hij ook niet om genade. En zo zal hij met lege handen vertrekken, omdat de genade hem pas toegestuurd kan worden, als hij hiernaar verlangt.

En daarom zal er daar geen geestelijke vooruitgang op te tekenen zijn, waar elke zelfkennis ontbreekt, omdat de mensen de ontwikkeling van hun ziel niet serieus nemen. Ze zullen niet iets nastreven, wat ze geloven te bezitten en ze geloven het te bezitten, omdat ze niet waarheidsgetrouw en eerlijk tegenover zichzelf zijn. Want als het verlangen naar de waarheid sterk in hen ontwikkeld is, leggen ze zich rekenschap af over hun doen en denken en ze zullen hun gebreken en fouten beseffen en zo tot deemoed komen. Want de mens, die zichzelf streng aanpakt en aan zijn geestelijke armoede denkt, wordt deemoedig. Maar dan staat God ook klaar met Zijn genade, omdat deze nu bewust door de deemoedige mens gevraagd wordt en pas dan zal hij een God welgevallige levenswandel leiden.

Amen

Vertaler
Vertaald door: Peter Schelling

Connaissance de soi-même – l'arrogance – l'humilité

Le fait que chacun croit être sur un chemin de vie complaisant à Dieu et donc ne fait rien pour se perfectionner est le signe de la confusion de la pensée humaine. Le juste chemin de vie doit faire reconnaître une certaine humilité et l'homme humble tendra toujours à devenir digne de l'Amour et de la Grâce de Dieu, il ne croira jamais être comme il est agréable à Dieu, parce que l'humilité lui montre la grande distance de lui avec Dieu. Mais à celui auquel il manque l'humilité, il est encore très loin de la spiritualité, parce qu'il lui manque aussi la Grâce. L'homme humble demande la Grâce et donc il la recevra, il demande l'Aide de Dieu sur les voies de sa vie, il demande l'Aide pour obtenir la maturité de l'âme, tout seul il se sent faible et incapable et il demande donc dans la prière la Grâce de Dieu. Et Dieu donne à l’humble Sa Grâce. Mais celui qui est d'esprit arrogant, se croit uni avec Dieu sans l'être, il ne reconnaît pas la distance avec Lui et donc il ne cherche pas à la diminuer; il ne voit pas ses défauts et ses erreurs et il ne cherche pas à les suspendre; et vu qu’il ne se sent pas faible, il ne demande même pas la Grâce. Et ainsi il ira les mains vides, parce que la Grâce ne peut lui arriver que seulement s’il la désire. Et donc il ne peut enregistrer aucun progrès spirituel, car il manque de toute connaissance de lui-même, parce que les hommes ne prennent pas au sérieux leur développement animique. Ils ne tendent pas à quelque chose qu’ils croient posséder et ils croient le posséder parce qu'ils ne sont pas sincères et honnêtes envers eux-mêmes. Parce que lorsque le désir pour la Vérité est fortement développé en eux, eux-mêmes doivent rendre compte de leurs actes et de leurs pensées et s’ils reconnaissaient leurs défauts et leurs erreurs ils arriveraient ainsi à l'humilité. Parce que l'homme qui entre sévèrement en jugement sur lui-même et pense à sa pauvreté spirituelle devient humble. Mais alors Dieu est aussi prêt avec Sa Grâce, parce que maintenant elle est demandée consciemment par l'homme humble et seulement alors il mènera un chemin de vie complaisant à Dieu.

Amen

Vertaler
Vertaald door: Jean-Marc Grillet