Vergelijk Kundgabe met vertaling

Meer vertalingen:

Konnersreuth – Vroomheid

De geest van degene, die in staat is om in het geestelijke rijk te kijken, is ontwaakt en door de verbinding met het geestelijke buiten zichzelf brengt hij dingen tot stand, die de medemens voor wonderen aanziet. Het is echter enkel een geestelijk werkzaam zijn, dat juist voor deze mens, die zich met de zich in hem aanwezige geestvonk verenigt, die zich door een God welgevallige levenswandel de geestelijke krachten ten nutte kan maken, mogelijk is.

Op welke manier deze krachten nu werkzaam zijn, wordt door de mens zelf bepaald, door zijn wil, respectievelijk door zijn verstandsmatige denken. Hij kan zodoende bepaalde dingen ten uitvoer brengen, die hem in gedachten nastrevenswaardig lijken. Hij kan iets willen, wat hij in gedachten voorbereid heeft en hij brengt deze gedachten tot uitvoering. Het is dit geestelijk werkzaam zijn, waarbij de mens zichzelf deze kracht doet toekomen door zijn wil en de geestelijke krachten volgen deze wil, omdat de God welgevallige levenswandel dit werkzaam zijn mogelijk maakt.

Maar er bestaat ook een geestelijk werkzaam zijn, waar de wil van de mens uitgeschakeld wordt. Waar alleen de wil van God tot uiting komt. Waar het menselijke lichaam alleen maar een vorm is, die de goddelijke geest in zich bevat. Deze vormen zijn zodoende alleen maar de omhulsels, die de Godheid voor het menselijke oog verbergt, die de eeuwige Godheid weer gebruikt om Zich aan de mensheid te openbaren, om deze naar de kennis van de eeuwige Godheid te leiden.

Wat deze vorm nu doet, kan niet meer als menselijk beoordeeld worden, maar het moet met de maatstaf van het goddelijke werkzaam zijn gemeten worden. Elke gebeurtenis, elke uiting en elk wonder verraadt een goddelijke kracht, die rechtstreeks werkzaam is. De vorm moet dus volmaakt zijn, zodat deze geschikt is als opnamevat van de goddelijke geest. Als woning van de goddelijke Heer en Heiland.

Deze waardigheid kan alleen maar door de diepste liefde voor de eeuwige Godheid bereikt worden. Door het diepste innerlijke gevoel en het bewust onderwerpen van de wil aan de goddelijke wil. Dit onderwerpen van de wil aan de goddelijke wil moet geëist worden, als God Zelf door een mens werkzaam wil zijn. De zich aan God in eigendom gevende mens moet alles doen, wat hij voor God voor goed houdt. Hij moet zich als het ware Gods wil eigen maken, doordat hij zijn eigen wil volledig opgeeft. In dit stadium van overgave zal hij in staat zijn om alles te doorzien en daarom alles te weten en ook alles te kunnen, want nu is de goddelijke geest zelf werkzaam.

God heeft zulke mensen nodig om door hen werkzaam te zijn. Hij wil de mensheid, die dreigt zwakker te worden, te hulp komen. Hij wil Zichzelf dichter bij haar brengen. Hij wil dat ze op de goddelijke Verlosser gewezen wordt en elke twijfel aan het verlossingswerk van Christus verliest. Een diep, onwankelbaar geloof en een liefde vol overgave voor de Heiland kunnen de ziel van de mens zo vormen, dat God in Zijn gehele volheid in de mens verblijf kan nemen. En dan is elke toestand mogelijk: lijden en pijn, geluk en zaligheid.

En de mens kan de taak vervullen, die God hem voor zijn aardse leven gegeven heeft. Want God voorziet de wil en de diepe liefde en geloofssterkte van zo’n zich aan God wijdend mens en laat zijn levenslot zich in overeenstemming hiermee afspelen, zoals het Zijn wil is. God kiest hem uit om buitengewone dingen te doen, om de aandacht van de mensen op Zich te vestigen. Al het goddelijke wordt daarbij zichtbaar en nu gaat het erom het geloof te bewijzen.

Een mens, die zo innig met God verbonden is dat hij de innerlijke stem hoort, die ziet ook de gebeurtenissen uit het verleden, de tegenwoordige tijd en de toekomst. Zodoende kan er aan zulke gebeurtenissen beslist aandacht geschonken worden. God werkt Zelf door deze mensen en steeds weer zal dit geschikt zijn om de geloofssterkte groter te laten worden.

Aan een buitengewoon werkzaam zijn ligt een bijzondere godsvrucht ten grondslag en deze kan zich weliswaar ook naar uiterlijke formaliteiten uitstrekken, maar altijd zal het hart eraan deelnemen. Zodoende zal de diepste liefde voor de Heiland de mens vullen, die hierdoor tot uitdrukking komt, dat hij alles vervult, wat van hem geëist wordt. Hij handelt steeds uit liefde voor God. Hij brengt God elk offer. En God erkent deze liefde en stelt dit voor de gehele mensheid ten voorbeeld, omdat elke handeling, elk woord en elke gedachte enkel het effect van deze diepe liefde voor God is.

Zodoende richt Gods liefde zich op dit mensenkind. Hij haalt het tot Zich in Zijn rijk, als zijn laatste uur gekomen is. Alles wat de mens doet, denkt en spreekt, heeft altijd de totale vereniging met God tot doel en moet dus ook goed, dat wil zeggen God welgevallig, zijn. Alles wat de vereniging met God bewerkstelligt, moet met de goddelijke wil overeenstemmen en daarom wijst Hij de mensen de weg, die ze moeten gaan om de definitieve vereniging met God te vinden. En Hij daalt Zelf naar de aarde af en is door die mensen werkzaam, van wie het leven een ononderbroken werkzaam zijn in liefde is en die dus door de goddelijke liefde gegrepen worden en grote dingen volbrengen.

Amen

Vertaler
Vertaald door: Peter Schelling

Konnersreuth.... piety....

Anyone who is able to look into the spiritual kingdom has had his spirit awakened, and through the connection with the spiritual beyond he accomplishes things which his fellow human being regards as a miracle. However, it is only spiritual work which is possible for the same person who, through a God-pleasing way of life, can utilize the spiritual forces with which the spiritual spark within him unites. The way in which these powers work is determined by the human being himself through his will or his intellectual thinking. He can therefore carry out certain things that seem worthwhile to him mentally; he can want something that he has mentally planned and he carries out these thoughts. This is spiritual activity, whereby the human being directs these forces to himself through his will and the spiritual forces comply with this will because the God-pleasing way of life makes their activity possible. But there is also a spiritual working where the will of man is excluded, where God's will alone expresses itself, where the human body is only a form which harbours the divine spirit within itself. These forms are therefore only the shells which conceal the deity from the human eye, but which in turn the eternal deity uses to reveal Himself to humanity in order to lead them to recognize the eternal deity. What this form now does can no longer be judged in human terms, but must be measured by the standard of divine activity. Every event, every manifestation and every miracle reveals a divine power that works directly. Therefore, the form must be perfect so that it is suitable as a receptacle for the divine spirit, as the dwelling place of the divine lord and saviour. This worthiness can only be achieved through the deepest love for the eternal divinity, through the deepest inner feeling and conscious subordination of the will to the divine will.... This subordination of the will to the divine will must be demanded if God himself wants to work through a human being. The human being who gives himself to God must therefore do everything he deems right before God, he must, as it were, make God's will his own by completely giving up his own will. At this stage of devotion he will be able to see through everything and therefore know everything and also be able to do everything, for now the divine spirit works itself.... God needs such people in order to work through them. He wants to come to the aid of humanity, which threatens to slacken in faith, He wants to bring Himself close to it, He wants them to be pointed towards the divine saviour and to lose all doubts about Christ's act of salvation. Deep unshakeable faith and devoted love for the saviour can shape a person's soul in such a way that God can take abode in the person in all His fullness. And then every state is possible, suffering and pain, happiness and bliss. And the human being can fulfil the task given to him by God for his life on earth.... For God foresees the will and the deep love and strength of faith of such a person who devotes himself to God and accordingly allows the destiny of life to play out for him as it is His will. God chooses him to do extraordinary things in order to draw people's attention to Himself. Everything divine appears in the process, and now it is a matter of proving faith. A person who is so intimately connected to God that he hears the inner voice also sees the events of the past, present and future. Such experiences are therefore to be believed. God Himself works through these people and this will always be suitable to increase the strength of faith. Extraordinary activity is based on a special piety, and this can certainly also extend to external formalities, yet the heart will always be involved, thus the person will be filled by profound love for the saviour, which is expressed by the fact that he fulfils everything that is demanded of him.... he always acts out of love for God, he makes every sacrifice to God. And God recognizes this love and sets it as an example to the whole of humanity, because every action, every word and every thought is only the effect of this deep love for God. So God's love turns to this earthly child.... He takes it to Himself in His kingdom when its last hour has come. Everything a person does, thinks and speaks is always aimed at complete union with God and must therefore also be good, i.e. pleasing to God. Everything that brings about union with God must correspond to divine will, and therefore He shows people the path they should take in order to find the final union with God. And He Himself descends to earth and works through people whose life is an uninterrupted labour of love and who are therefore seized by divine love and accomplish great things....

Amen

Vertaler
Vertaald door: Doris Boekers