Vergelijk Kundgabe met vertaling

Meer vertalingen:

Een verminderd werkzaam zijn van de geest

De kracht van de geest werkt onophoudelijk, zolang de mens zich naar de eeuwige Godheid toegetrokken voelt. Dat wil zeggen zolang hij het verlangen heeft om zich inning met God te verbinden en Zijn genade te ontvangen. Maar de kracht van de geest is niet altijd even sterk werkzaam, omdat ook het verlangen in de mens verschillend in sterkte tot uitdrukking komt.

Het sterke liefdesverlangen naar God geeft geen ruimte aan andere gedachten in het hart en daarom kan de geest uit God ook het hart vullen, omdat hem ongehinderd hier toegang tot verleend wordt. Maar zodra het verlangen zwakker geworden is, dat wil zeggen zodra de mens naast het verlangen naar God ook wereldse gedachten in het hart draagt, zijn aan het werkzaam zijn van de geest grenzen gesteld. Hij kan dus niet ongehinderd werkzaam zijn en wordt dus ook niet als buitengewoon actief ervaren.

Maar zijn werkzaam zijn blijft bestaan, totdat de mens meer aandacht schenkt aan de wereld dan aan God. Maar waar eerst eenmaal de geest uit God actief is, daar zal het wereldse verlangen het nooit winnen, want de mens wil het goddelijke geschenk niet meer missen en worstelt zich steeds weer naar de onbeperkte overgave aan God. De geestelijke kost bevredigt de mensen veel meer dan de vervulling door de wereld en daarom zal degene, die eenmaal geestelijke kost ontvangen heeft, daarnaar hongeren. Ook als de wereld met haar verleidingen steeds weer de aandacht trekt en de mensen zwak wil maken.

Het contact met de geestelijke wereld, dat door een vurig verlangen naar God tot stand gebracht wordt, is voor de mens de bron van de diepste wijsheid en als hij daar eenmaal uit geput heeft, dan bevredigt iets anders hem niet meer helemaal en daarom zal hij steeds weer naar dit water dorsten en zodra hij dorst heeft, ook gelaafd worden aan de bron van het eeuwige leven.

God verlaat de mensen, die naar Hem verlangen, niet, maar soms laat Hij hun de nood voelen om het verlangen naar Hem te verhogen, opdat de geest zich weer sterker kan uiten, want God kent de toestand van de ziel van elk mens en zodoende herkent Hij ook de zwakte van de zielen en het afnemen van de geestelijke honger. En zodoende laat Hij de mens af en toe gebrek lijden om hem zijn nood voor ogen te houden, als hij de genade van de hemelse Vader geringschat. En in zo’n nood vlucht het kind weer naar de Vader en het brengt de verbinding met Hem des te vuriger tot stand. En Gods kracht en genade stromen hem nu weer toe en aan het werkzaam zijn van de geest worden geen grenzen gesteld.

Amen

Vertaler
Vertaald door: Peter Schelling

Vermindertes Wirken des Geistes....

Die Kraft des Geistes wirkt unentwegt, solange der Mensch sich zur ewigen Gottheit hingezogen fühlt, d.h., solange er das Verlangen hat, sich mit Gott innig zu verbinden und Seine Gnade zu empfangen. Doch nicht immer ist die Kraft des Geistes gleich stark wirksam, weil auch das Verlangen im Menschen verschieden stark zum Ausdruck kommt. Das starke Liebesverlangen nach Gott gibt keinem anderen Gedanken im Herzen Raum, und daher kann der Geist aus Gott auch das Herz erfüllen, weil ihm ungehindert Eingang gewährt wird in dieses. Sowie aber das Verlangen geschwächt ist, d.h. der Mensch außer dem Verlangen nach Gott auch weltliche Gedanken im Herzen trägt, sind dem Wirken des Geistes Schranken gesetzt.... er kann also nicht ungehindert wirken und wird sonach auch nicht außergewöhnlich wirksam empfunden. Doch sein Wirken bleibt bestehen, bis der Mensch der Welt größere Beachtung schenkt als Gott.... Doch wo erst einmal der Geist aus Gott wirksam ist, dort wird weltliches Verlangen niemals überwiegen, denn der Mensch will die göttliche Gabe nicht mehr missen und ringt sich immer wieder durch zur schrankenlosen Hingabe an Gott. Die geistige Kost befriedigt den Menschen weit mehr als die Erfüllung durch die Welt, und deshalb wird, wer einmal geistige Kost empfangen hat, hungern danach, auch wenn die Welt mit ihren Verlockungen sich immer wieder vordrängt und den Menschen schwach machen will. Der Kontakt mit der geistigen Welt, der durch inniges Verlangen nach Gott hergestellt wird, ist für den Menschen die Quelle tiefster Weisheit, und hat er einmal daraus geschöpft, so befriedigt ihn nichts anderes mehr restlos, und daher wird er immer wieder nach diesem Wasser dürsten, und sowie er dürstet, auch gelabt werden aus dem Born des ewigen Lebens.... In geistiger Not belässet Gott die Menschen nicht, die zu Ihm verlangen, doch zuweilen läßt Er sie die Not spüren, um das Verlangen nach Ihm zu erhöhen, auf daß wieder der Geist stärker sich äußern kann, denn Gott weiß um den Seelenzustand jedes einzelnen Menschen, und also erkennt Er auch die Schwäche der Seele und das Nachlassen des geistigen Hungers, und also lässet Er den Menschen zeitweise darben, um ihm seine Not vor Augen zu führen, so er die Gnade des himmlischen Vaters geringachtet. Und in solcher Not flüchtet das Kind wieder zum Vater, und es stellt die Bindung mit Ihm desto inniger her. Und Gottes Kraft und Gnade strömet ihm nun wieder zu, und dem Wirken des Geistes sind keine Schranken gesetzt....

Amen

Vertaler
This is an original publication by Bertha Dudde