Vergelijk Kundgabe met vertaling

Meer vertalingen:

Het doorgeven van geestelijke kost – Naastenliefde

Geestelijke kost geeft de mensen de benodigde kracht om weerstand te bieden tegen het kwaad en voor de arbeid aan de ziel. En hij hoeft daarom niet te vrezen, dat het hem aan kracht zou kunnen ontbreken als hij deze nodig heeft. Dat wil zeggen als hij de wil heeft om geestelijk opwaarts te gaan. De wil zal hem ook steeds de kracht geven, die door het in ontvangst nemen van het goddelijke woord de mens bezorgd kan worden.

Zijn geestelijke honger zal altijd gestild worden en hij zal het voedsel voor de ziel niet meer willen missen, als hij daar eenmaal mee gevoed werd. Want het is een goddelijk geschenk. Het is de uiting van Zijn liefde. Het is de toevoer van kracht en versterking. Als de mens deze eenmaal ontvangen heeft, betekent het voor de mens een gebrek, als de mens dit geschenk ontbeert. En God ontneemt hem dit goddelijke geschenk niet willekeurig en dus blijft de voeding van de ziel een voortdurende, zolang de mens zelf het genadegeschenk niet veronachtzaamt.

Maar nu gebiedt de liefde om ook de medemens geestelijk voedsel aan te bieden. Hem in zekere zin eveneens te voeden, opdat hij de weg over de aarde zo af kan leggen, zoals het Gods wil is. Pas dan bewijst de mens het waardig te zijn om door God met Zijn liefde bedacht te worden.

De liefde moet de mensen aansporen om de medemensen hetzelfde te geven, als wat voor hen onontbeerlijk geworden is. Het moet de kracht en de genade doorgeven in het besef, dat zonder deze geestelijke kost de medemensen gebrek moeten lijden en dat God het genadegeschenk aan alle mensen op aarde toe laat komen. Want de mensen moeten voortdurend strijden tegen de boze krachten en hebben versterking nodig om met hun strijd door te kunnen gaan.

De geestelijke kost wordt door God uit liefde aan de mensen aangeboden en deze moet met dezelfde liefde aan de medemensen doorgegeven worden. Pas dan maakt de ontvanger van het goddelijke genadegeschenk zich waardig voor God en vervult het eerste gebod door de naaste lief te hebben als zichzelf.

Amen

Vertaler
Vertaald door: Peter Schelling

Il condurre oltre il Cibo spirituale - L’amore per il prossimo

Il Cibo spirituale dà all’uomo la necessaria Forza per la resistenza contro il male e per il lavoro sulla sua anima. E perciò non deve temere che gli possa mai mancare la Forza se ne ha bisogno, cioè se ha la volontà per la risalita. La volontà gli procurerà anche sempre la Forza che può essere guidata all’uomo attraverso la ricezione della Parola divina. Gli verrà calmata sempre la fame spirituale e non vorrà più fare a meno del Nutrimento dell’anima quando ne è stato una volta nutrito. Perché è il Dono divino, è la manifestazione del Suo Amore, è l’apporto della Forza e fortificazione che per l’uomo significa penuria dell’anima, quando l’ha una volta ricevuto. Ma Dio non gli sottrae arbitrariamente questo Dono divino e così rimane costantemente la Nutrizione animica finché l’uomo stesso non disprezza il Dono di Grazia. Ma ora l’amore obbliga di offrire anche al prossimo il Cibo spirituale, di nutrire pure lui in certo qual modo, affinché possa percorrere la via terrena così com’è la Volontà di Dio. Solo allora l’uomo è degno di essere provveduto da Dio con la Sua Forza. L’amore deve spingere l’uomo di rivolgere al prossimo lo stesso che per lui è diventato indispensabile; deve condurre oltre la Forza e la Grazia nella conoscenza che senza il Cibo spirituale l’uomo deve languire e che Dio lascia giungere sulla Terra il Dono di Grazia per tutti gli uomini, perché devono costantemente lottare con le forze maligne e necessitano di una fortificazione per poter combattere la loro battaglia. Il Cibo spirituale è stato offerto agli uomini dall’Amore di Dio e dev’essere condotto oltre nello stesso amore a tutti i prossimi, solo allora il ricevente del divino Dono di Grazia di Dio lo rende degno ed adempie il primo Comandamento, di amare il prossimo come sé stesso.

Amen

Vertaler
Vertaald door: Ingrid Wunderlich