De kern van de leer van Christus is de goddelijke leer van de liefde. Het geestelijke is gebonden, omdat het zich van de eeuwige liefde verwijderd heeft en dus liefdeloos geworden was. Het is zijn aardse weg volgens de goddelijke wil gegaan. Dat wil zeggen dat het diende, zij het ook in een gedwongen staat. Want dienen is een gevolg van liefde, zodra het vrijwillig gebeurt.
Zodoende moest het geestelijke, dat God weer wilde naderen, ook de gelegenheid gegeven worden om vrijwillig dienend bezig te zijn. Dat wil zeggen de liefde tot ontplooiing te brengen, wat in het stadium als mens mogelijk is. Dit dienen in liefde moet zonder enige dwang uitgevoerd worden, om welke reden het dit wezen ook de kennis van de voormalige gebonden toestand ontbreekt, om niet door deze kennis beïnvloed te worden.
Maar in het stadium als mens moet hem toch kennis van zijn taak toegestuurd worden en wel op een manier, die zijn wil om te geloven de vrijheid laat. Zodoende kan hem deze kennis, die dus niet bewezen, maar enkel geloofd kan worden, alleen maar in de vorm van leringen bezorgd worden, die hij nu al naar gelang zijn wil aannemen of ook verwerpen kan.
Het belangrijkste wat hij herkennen moet, is de liefde, haar effecten en haar zegeningen, opdat hij deze zelf beoefent en de effecten in zichzelf kan voelen. Zijn verdere geestelijke ontwikkeling is alleen van de liefde afhankelijk en daarom moet voor de mensen de kennis daarvan ontsloten worden. Hun moet de liefde onderwezen worden, wat Jezus Christus gedaan heeft, doordat Hij hun met woord en daad de liefde predikte en hen het leven in liefde voorgeleefd heeft.
Enkel de liefde kan het wezen uit de gebondenheid verlossen en het kan de mensen niet voldoende voorgehouden worden. Ze kunnen niet voldoende gemaand worden om een leven in liefde te leiden en daarom heeft Jezus Christus zijn discipelen de opdracht gegeven om de wereld in te gaan en de volkeren de leer van de liefde te brengen. Ze moeten de mensen de juiste weg wijzen, de weg van de liefde, die allen moeten gaan, als het aardse leven hen het geestelijke succes op moet leveren, dat het doel van al het geestelijke is: het volledige vrij komen uit de vorm.
De leer nu, die de liefde predikt, is van goddelijke oorsprong. Het is de leer, die Jezus Christus Zelf aan de mensen op aarde verkondigd heeft. Die God dus door Jezus Christus aan Zijn schepselen gegeven heeft. En deze leer kan nooit en te nimmer totaal vernietigd worden. Alleen wordt het opvolgen van de leer van Christus door de mensen uit het oog verloren en daarom hebben ze er ook geen moeite mee, dat de leer van de liefde geheel vernietigd moet worden, omdat de eisen en geboden hiervan lastig en voor de aardse verlangens hinderlijk zijn. De goddelijke leer van de liefde predikt het losmaken van de materie. De mens moet bereidwillig zijn om van zijn bezit aan de naaste af te staan. Hij moet dus het eigen verlangen overwinnen en er ten gunste van de naaste afstand van doen. Dit vereist ware liefde voor de naasten en de mens moet zich tot deze liefde opvoeden.
Maar de mensheid streeft het vermeerderen van aardse goederen na en in zekere zin handelt ze nu tegen de wet van de liefde, doordat ze aardse goederen aan de naasten onttrekt en het zichzelf toe-eigenen wil. Dit is wettelijk toegestaan. Dat wil zeggen dat de mens niet altijd een onrechtvaardigheid begaat, als hij zijn bezit vergroot. Maar het gevoel van de liefde in hem wordt daardoor gedood, de eigenliefde daarentegen versterkt en dus de geestelijke ontwikkeling onmogelijk gemaakt.
Maar de liefde voor de medemensen zou het streven naar aardse goederen verminderen. En omdat de mensheid een groter bezit en lichamelijk welbehagen als het enige nastrevenswaardige beschouwt en alleen dit vooruitgang voor haar betekent, wil ze de goddelijke leer van de liefde verdringen. Ze wil niet, dat de mensen in hun wereldse streven geremd worden. Ze ziet in deze goddelijke leer van de liefde een beperking van de aardse levenskracht en strijdt nu met alle middelen tegen de zogenaamde vermindering van de levenskracht, die de goddelijke leer van de liefde voor haar betekent.
En zo verkeert de mensheid in het enorme geestelijk gevaar om zich steeds meer aan een leven in liefde te onttrekken en in des te hardere geestelijke boeien terecht te komen, waaruit ze zich niet meer losmaken kan, want het middel om hiervan vrij te komen is alleen de liefde. Waar deze verdrongen wordt, is een vrij komen geheel onmogelijk.
De wereld zal tegen de goddelijke leer van de liefde strijden en de grootste geestelijke schade aanrichten onder degenen, die tot de wereld behoren. Maar ze zal de leer van Christus nooit en te nimmer verdringen, want alles, wat mensenwerk is, zal vergaan, maar de goddelijke leer van de liefde, het woord van God, dat Christus Zelf naar de aarde gebracht heeft en het door Zijn discipelen onder alle volken uit liet dragen, zal blijven bestaan, want het is van God gekomen, door God in Jezus Christus op aarde onderwezen en geleefd en het zal steeds weer door God in alle zuiverheid naar de aarde geleid worden. En wat van God komt, is onvergankelijk. Zodoende zal ook de goddelijke leer van de liefde tot in alle eeuwigheid niet kunnen vergaan.
Amen
VertalerThe core of Christ's teaching is the divine doctrine of love.... The spiritual was bound because it had distanced itself from eternal love and had therefore become unloving. It travelled its earthly path in accordance with divine will, i.e. it served, albeit in a state of compulsion. For service is a consequence of love as soon as it happens voluntarily.... Thus the spiritual, which wanted to approach God again, also had to be given the opportunity to serve voluntarily, i.e. to develop love, which is now possible in the human stage. This serving must be carried out in love without any compulsion, which is why the being also lacks the knowledge of the bound state beforehand in order not to be influenced by this knowledge. But in the stage as man he must nevertheless receive knowledge about his task, and that in a way that leaves his will of faith free. Thus this knowledge can only be conveyed to him in the form of teachings which he can now accept or reject depending on his will, which therefore cannot be proven but only have to be believed. The most important thing he must recognize is love, its effects and its blessings, so that he can practice it himself and feel the effects on himself. His further spiritual development is solely dependent on love and therefore the knowledge of it must be made accessible to people, they must be taught love, which Jesus Christ did by preaching love to them in word and deed and setting an example of a life of love. Only love can redeem the being from bondage, and this cannot be sufficiently held up to people, they cannot be sufficiently admonished to live a life of love, and that is why Jesus Christ commissioned His disciples to go into the world and bring the teaching of love to the nations.... They were to show people the right path, the path of love, which everyone must take if life on earth is to bring them spiritual success, which is the goal of all spiritual.... complete liberation from the form. The teaching which preaches love is of divine origin, it is the teaching which Jesus Christ Himself proclaimed to people on earth, which God therefore conveyed to His living creations through Jesus Christ. And this teaching can never ever be eradicated, only the observance of Christ's teaching is disregarded by people, and therefore they also have no objection to the teaching of love being completely eradicated because its requirements and commandments are inconvenient and obstruct earthly desires. The divine doctrine of love preaches detachment from matter, man should willingly give up his possessions to his neighbour, he should therefore overcome his own desires and divest himself in favour of his neighbour. This requires true love for one's neighbour, and man should educate himself to this love.... Humanity, however, strives to increase earthly goods, and to a certain extent it now acts contrary to the law of love by wanting to take earthly goods from its neighbour and acquire them for itself. This is legally permissible, i.e. the human being does not always commit injustice when he increases his possessions, but the feeling of love in him is thereby killed, whereas self-love is strengthened and thus spiritual higher development is made impossible. Love for one's fellow human being, however, would diminish the striving for earthly good, and since humanity sees the only thing worth striving for in increased possessions and physical well-being and this alone means progress for it, it wants to suppress the divine teaching of love. It does not want people to be hindered in their worldly endeavours, it sees in this divine teaching of love a restriction of earthly vitality and now fights with all means against the alleged reduction of vitality, which for it means the divine teaching of love. And so humanity is in a tremendous spiritual danger.... to withdraw more and more from the life of love and to fall into ever tougher spiritual fetters from which it can no longer free itself, for love alone is the solvent.... where this is suppressed, it is quite impossible to become free. The world will fight against the divine teaching of love and cause the greatest spiritual damage among those who belong to the world, but it will never ever displace the teaching of Christ, for everything will pass away that is the work of man, but the divine teaching of love.... the word of God, which Christ Himself conveyed to earth and sent out through His disciples to all nations.... will remain, for it came from God, was taught and lived on earth through God in Jesus Christ and is repeatedly conveyed to earth by God in all purity.... And that which is of God is imperishable, therefore the divine teaching of love will not be able to pass away for all eternity....
amen
Vertaler