5653 Gebed in geest en in waarheid

16 april 1953: Boek 62

Niemand die in geest en in waarheid zijn smeekbede naar Mij zendt, zal Mij tevergeefs aanroepen om hulp. Maar hoe moet u bidden, zodat uw roep Mij bereikt? U zult geen lippengebed moeten uitspreken, want dit hoor en verhoor Ik niet omdat uw hart daar niet bij betrokken is. Omdat u de verbinding met Mij niet tot stand brengt maar steeds op de aarde blijft, omdat u alleen een formaliteit verricht die geen leven bezit. Maar ook een verstandelijk gebed dringt niet door tot mijn oor, ofschoon de mens Mij verstandelijk erkent als God en Schepper van eeuwigheid en nu in dit geloof in Mij woorden uitspreekt waardoor hij meent de verbinding met Mij tot stand te hebben gebracht.

Ik verlang een ander gebed. Ik verlang het volle vertrouwen in Mij. Ik verlang de smeekbede van een kind dat in Mij de Vader ziet en tot Hem komt in het volle vertrouwen dat Hij hem zal helpen. In het vertrouwen van een kind ligt de geloofskracht. En een gebed dat zo naar Mij wordt gezonden, komt uit het hart en treft mijn oor. Dan spreekt niet de mens met God, maar het kind met de Vader. Pas wanneer een mens in de stilte van zijn hart Mij in gedachten zoekt, wanneer hij samenspraak met Mij houdt, wanneer hij zonder aanstellerij en onverholen alles voor Mij uiteenzet wat hem belast, wanneer hij in deemoed zich aan Mij en mijn zorg aanbeveelt, wanneer hij alle barrières tussen hem en Mij uit de weg heeft geruimd, wanneer hij Mij door innig aanroepen aanwezig laat zijn, bidt hij in geest en in waarheid. Dan verheft zijn geest zich naar Mij, oftewel Ik buig Me over naar mijn kind en diens smeekbede zal niet ongehoord wegsterven. Een kind dat zo gelovig en vol vertrouwen met al zijn verlangens tot Mij komt, zal Ik niet teleurstellen. Aan hem zal Ik Me ook als zorgzame Vader openbaren. Ik zal het niet in nood laten. Ik zal zijn geloof niet beschamen, want het zoekt Mij niet in de verte. Het durft bij Mij te komen en blijft toch vol deemoed, daar hij anders niet zou bidden, maar eisen. Een verstandelijk gebed echter is een eis die de mens aan Mij stelt omdat hij meent daartoe gerechtigd te zijn door zijn erkennen van Mij zelf. Zo’n verstandelijk gebed ontbeert de diepe deemoed, want waar de deemoed is, daar zwijgt het verstand, maar het hart spreekt des te luider.

In geest en in waarheid moet u bidden. En u zult dat alleen kunnen als u de kinderlijke verhouding tot Mij tot stand brengt. Dan is de weg van u naar Mij niet ver. Dan zult u te allen tijde in gedachten bij Mij kunnen zijn. Dan trekt u Mij ook steeds naar u toe, want dan zal uw denken steeds in liefde op Mij gericht zijn en Ik zie en voel uw liefde en kan dus al door mijn geest op u inwerken. En dan zult u nooit een vergeefs verzoek doen, want de Vader luistert steeds wanneer Zijn kind Hem roept.

Amen

Vertaald door: Gerard F. Kotte

Deze openbaring is opgenomen in het volgende themaboekje:
Themaboekje Titel Downloaden
119 Innige verbinding met Jezus Christus ePub   PDF   Kindle  

Downloads

Download-aanbod voor boek _book
 ePub  
 Kindle  
  Meer downloads

Deze openbaring

 als MP3 downloaden  
Afdrukvoorbeeld
 Kladschriften

Translations