E’ un’opinione assolutamente errata, di considerare conclusa la Parola scritta di Dio e di respingere tutte le Rivelazioni divine come opera da mestierante, di forze cattive. Esistono delle Forze buone e forze cattive, che cercano di far valere la loro influenza sugli uomini. Tutte le buone Forze eseguono la Volontà divina, le forze cattive lavorano contro la Volontà divina. Delle forze ignare non vorranno e non potranno mai trasmettere dei pensieri buoni, dato che nel loro stato d’oscurità stanno ancora sotto il potere dell’avversario di Dio, quindi sono più accessibili alla sua influenza che a quella degli esseri di Luce. Ma appena hanno riconosciuto, si affidano agli esseri di Luce e si subordinano alla Volontà divina, riconoscono il loro pensare imperfetto ed ora danno oltre solamente ciò che hanno ricevuto tramite gli esseri di Luce. Questo deve dapprima essere reso chiaro, per confutare la supposizione errata, che delle forze arbitrarie dell’aldilà si manifestino, dove tali Rivelazioni vengono donate all’umanità. Il Signore ha insegnato sulla Terra ed ha portato vicino agli uomini la Sua Parola. Era la Sua Volontà che questa Parola venisse scritta, per rimanere conservata per il mondo postumo. Tramite questa Parola Egli ha annunciato agli uomini l’Agire del Suo Spirito. Egli ha dato loro contemporaneamente l’Assicurazione di rimanere con loro nella Parola in tutta l’Eternità. “Vi manderò il Consolatore, lo Spirito della Verità.... “ Non esiste però nessuna espressione del Signore, da cui sarebbe da cogliere che la Sua Parola dovesse essere considerata come conclusa. Essa doveva rimanere esistente invariata, e quindi al Vangelo, che il Signore ha portato agli uomini, non doveva essere aggiunta né tolta nessuna Parola che potesse cambiare il senso delle Parole divine. Ma la sapienza umana ha cercato di cambiare e di migliorare. Nella Volontà di rendere comprensibile la Parola di Dio all’umanità, il suo senso è stato sovente deturpato oppure velato, cosa che ha portato al fatto, che persino l’Agire dello Spirito annunciato da Lui non viene più giustamente compreso e perciò nemmeno riconosciuto. All’umanità è andato perduto totalmente il sapere, che Dio parla sempre e sempre di nuovo agli uomini e lo vorrebbe fare, perché l’ascolto della Parola di Dio in questo collegamento diretto è appunto ciò a cui gli uomini sulla Terra devono ambire. Invece gli uomini si spaventano della Manifestazione della Volontà divina in questa forma. Dio Si avvicina a loro nella Sua Parola, ma loro non Lo riconoscono più. La Parola di Dio non è più viva negli uomini, loro leggono la parola morta, non ne afferrano il senso della stessa. E’ subentrata una magra siccità, la fonte si sta esaurendo. E Dio fa di nuovo irrompere nuovamente un Raggio dell’Acqua viva dalla roccia nel mezzo al deserto. Lui fa scorrere delle Correnti di Acqua viva dai fianchi di coloro che aprono desiderosi il cuore e l’orecchio al delizioso sorso di ristorazione ed accolgono la Sua Parola divina. Con ciò si adempie la Sacra Scrittura. Le Parole del Signore del Suo Cammino terreno verrebbero a mancare, se Dio non Si rivelasse e non Fosse con gli uomini nella Parola. L’uomo non ha nessuna autorizzazione, di considerare il Suo Agire come concluso; se lo fa, allora dimostra solamente la sua ignoranza della Parola scritta e la sua non comprensione di ciò. Perché allora egli vorrebbe rendere non valide le innumerevoli indicazioni sull’Agire dello Spirito divino, quindi non afferrerebbe lui stesso la Parola divina nel suo senso. Di conseguenza fa parte di coloro che loro stessi errano e che vogliono dare agli uomini l’errore, mentre non riconoscono la pura Verità e perciò ne tengono lontano il prossimo. L’Amore di Dio è illimitato e non Si esaurisce mai. Questo Amore Si manifesterà sempre ed eternamente, quindi vorrà dare, e potrà sempre essere ricevuto, da chi sta nell’amore lui stesso e desidera l’Amore divino. Dio E’ l’Amore, Dio E’ la Parola. Chi desidera la Parola di Dio e la riceve, riceve la Sua Parola e la potrà ricevere in tutta l’Eternità.
Amen
TraduttoreHet is volkomen fout het Woord van GOD voor afgesloten te houden en elke goddelijke openbaring af te wijzen als maaksel van slechte krachten. Wel bestaan er goede en kwade krachten die hun invloed op de mensen proberen uit te oefenen, maar alleen de goede krachten voeren de Wil uit van GOD, de slechte krachten werken GOD's Wil tegen.
Onwetende krachten, wezens uit het tussenrijk, kunnen u dus geen goede gedachten doen toekomen. Zij zijn in hun donkere geestelijke toestand nog in de ban van GOD's tegenstander en staan dus meer onder zijn invloed dan onder die van de lichtwezens, maar zodra zij hun blindheid ingezien hebben, geven zij zich aan de lichtwezens over en voegen zich dan naar de goddelijke Wil. En vanaf dat moment zullen zij alleen nog doorgeven wat zij door lichtwezens ontvangen hebben.
Dit moest eerst verklaard worden om de verkeerde mening te weerleggen dat de machten van gene zijde zich willekeurig uiten, indien goddelijke openbaringen aan de mensen worden gegeven. De HEER heeft Zelf op aarde onderwezen en Zijn Woord nader tot de mensen gebracht, het was Zijn Wil dat dit Woord neergeschreven werd om voor het nageslacht te worden bewaard. HIJ heeft echter ook door Zijn Woord de mensen steeds het werken van Zijn GEEST beloofd. HIJ heeft hun de zekerheid gegeven door het Woord bij hen te blijven tot in alle eeuwigheid, want HIJ heeft toch Zelf gezegd: "IK zal u de TROOSTER zenden, de GEEST der waarheid!".
U kunt op vele plaatsen in de bijbel lezen dat GOD steeds weer tot de mensen spreken wil, er is echter geen enkele uitspraak van de HEER te vinden waaruit op te maken is dat Zijn Woord voor afgesloten moet worden beschouwd. Wel moet Zijn Woord onveranderd bestaan blijven, d.w.z. er mag aan het evangelie dat HIJZelf tot de mensen gebracht heeft geen woord worden toegevoegd noch mag er een woord uit worden weggelaten wat de betekenis of zin van Zijn Woord zou kunnen veranderen. Dat betekent echter niet dat Zijn Woord of ZIJN boodschappen afgesloten zijn.
Er mag niets worden veranderd en geen woord worden toegevoegd aan de Woorden die de HEER destijds sprak op aarde. Maar de menselijke wijsheid probeerde te veranderen en te verbeteren. En vanuit ’n goede wil de mensheid GOD's Woord duidelijker te maken, is heel vaak de zin van Zijn Woorden misvormd of versluierd, wat er toe geleid heeft dat zelfs het door HEM verkondigde werkzaam Zijn van Zijn GEEST niet meer juist begrepen - en daarom ook niet meer erkend wordt. Voor de mensheid weten volledig verloren gegaan dat GOD steeds en steeds weer tot de mensen spreken wil, dat het vernemen van Zijn Woord in een rechtstreekse verbinding datgene is wat ieder mens reeds op aarde zou moeten nastreven. Maar inplaats daarvan schrikken de mensen er voor terug te luisteren naar de boodschappen van de goddelijke Wil. GOD benadert de mensen door Zijn Woord, maar zij herkennen het niet meer, Zijn Woord is in hen niet meer levend. Het Woord (meestal in vorm van de bijbel = opm.v.d. uitg.) wordt wel nog gelezen, maar de betekenis wordt niet begrepen. Er is een geestelijke verstarring opgetreden omdat de "Bron van het levende water" door de mensen zelf is verstopt.
GOD erbarmt Zich echter over de mensheid en laat een straal van het "levende water" ontspringen uit de rotsen.(van het geloof) HIJ laat stralen van het levende water uit de lenden vloeien van hen die, verlangend naar Zijn verkwikkende drank, hart en oor openen om Zijn goddelijk Woord in ontvangst te nemen. Daarmee wordt ook de belofte in de Heilige Schrift vervuld, anders zou ook het Woord van de HEER tijdens Zijn verblijf op aarde ongegrond zijn wanneer HIJ Zich niet meer zou openbaren en HIJ niet telkens weer in het Woord bij de mensen zou zijn en onder hen verbleef.
De mens heeft dus niet het recht om GOD's werken voor afgesloten te houden want doet hij dat, dan openbaart hij daarmee zijn onwetendheid en onbegrip over de inhoud van het geschreven Woord. Want de talrijke verwijzingen naar het werkzaam zijn van de goddelijke GEEST zou hij daardoor tenietdoen en zodoende bevestigen dat hij GOD's Woord niet naar zijn betekenis begrijpt. En bijgevolg behoort hij dan tot diegenen die dwalen maar die hun dwaling nog aan hun medemensen willen doorgeven. Hij zal dan de.zuivere waarheid niet inzien en deze dan ook zijn medemensen onthouden.
De Liefde van GOD is echter onbegrensd en wil zich steeds wegschenken, maar zal nooit minder worden. De Liefde van GOD is onuitputtelijk en GOD zal Zich door Zijn Liefde steeds weer openbaren, dus willen geven. Daarom zal ieder ook Zijn Liefde mogen ontvangen dat zeif in de liefde leeft. GOD is de LIEFDE en GOD is het WOORD. Wie naar de Liefde van GOD verlangt, ontvangt ook Zijn Woord, en hij zal het mogen ontvangen tot in alle eeuwigheid.
Amen
Traduttore