Mientras vosotros, los seres humanos, todavía os encontráis muy alejados de Mí, tampoco tendréis una paz verdadera, y aunque terrenalmente sois bendecidos abundantemente con bienes. Porque entonces os aferráis con ansiedad a vuestras posesiones en lugar de compartirlas con vuestros semejantes.... que es lo que significa amor, y el amor os uniría a Mí. La gran distancia que os separa de Mí no es otra cosa que la falta de amor.... y si tendríais amor, entonces la distancia que os separa de Mí se hubiera disminuida; entonces creeríais en Mí y os esforzaríais por cumplir Mi voluntad.
Por lo tanto, carecéis de amor, y por eso jamás seréis felices en la Tierra, pues un ser humano sin amor vive en constante conflicto con sus semejantes y carece de la paz interior que solo la unión Conmigo puede garantizar. Estar separado de Mí también significa infelicidad.... Vosotros, los humanos mundanos, probablemente podéis adormeceros con alegrías y placeres terrenales y así no experimentáis la separación de Mí como algo doloroso, pero entonces también son solo adormecimientos temporales, pero que carecen de una dicha duradera que se funda únicamente en el amor.
El amor es la unión Conmigo y, por lo tanto, también bienaventuranza. La falta de amor es distanciamiento, y por consiguiente, el ser humano carece de la verdadera bienaventuranza, aunque no quiera admitirlo. Por lo tanto, un ser humano ricamente bendecido en la Tierra no siempre puede ser considerado feliz, a menos que vea sus riquezas terrenales como prestadas y las use de acuerdo con Mi amor divino. Da donde hay necesidad y busca brindar felicidad a quienes sufren carencias materiales. Entonces, por consiguiente, el amor al prójimo también está profundamente arraigado en él, y demuestra su amor por Dios cuando ayuda a su prójimo en la medida de sus posibilidades.
Entonces, su riqueza terrenal también será bendecida, él mismo podrá disfrutarla y tampoco se le negarán los placeres terrenales que Yo Mismo le preparo, porque puede disfrutarlos sin dañar su alma, pues permanece íntimamente conectado Conmigo en toda situación a través de su amor; él ya ha superado la gran distancia y, por lo tanto, también puede llamar suyos los bienes terrenales, porque los usa correctamente, es decir, al servicio del amor al prójimo.
Una y otra vez, a vosotros, los seres humanos, se os predica el amor: si deseáis uniros a Mí, si deseáis superar la gran distancia que os separa de Mí, si deseáis disfrutar en la Tierra de la paz y la dicha que solo podéis encontrar en la unión Conmigo. Y solo el amor establece este vínculo Conmigo, solo el amor os asegura Mi presencia, y solo a través del amor podéis recuperar vuestro estado original, que consistía en una dicha inconmensurable, que os unía tan firmemente a Mí que Yo podía irradiar Mi amor a través de vosotros.... Pero mientras carezcáis de amor, también estaréis lejos de Mí y, por lo tanto, no podréis ser bendecidos....
amén
TraductorZolang u mensen zich nog op verre afstand van Mij bevindt, zult u ook geen ware vrede hebben, al bent u aards nog zo rijkelijk met goederen gezegend. Want u waakt dan angstvallig over uw bezit, in plaats van ervan uit te delen aan uw medemensen, wat steeds liefde zou betekenen en de liefde u dan al met Mij zou verbinden. De verre afstand van Mij is niets anders dan liefdeloosheid. En zou u de liefde hebben, dan zou ook de verwijdering van Mij geringer zijn geworden, dan zou u in Mij geloven en uw best doen mijn wil te vervullen. Er ontbreekt u dus de liefde en daarom zult u op aarde ook nooit gelukkig kunnen zijn, omdat een liefdeloze mens ook voortdurend in conflict is met zijn medemensen en omdat hem de innerlijke vrede ontbreekt, die hem alleen verzekert van de verbondenheid met Mij.
Van Mij verwijderd te zijn betekent ook ongelukkig te zijn. U wereldse mensen zult u weliswaar kunnen verdoven met aardse vreugden en genoegens en dus de verwijdering van Mij niet zo ellendig voelen, maar het zullen dan ook slechts voorbijgaande verdovingen zijn, doch een blijvend geluksgevoel doen ontberen, dat alleen in de liefde is gefundeerd. Liefde is aaneensluiting met Mij en dus ook gelukzaligheid. Liefdeloosheid is verwijdering en daarom moet de mens ook de ware gelukzaligheid ontberen, zelfs wanneer hij het aan zichzelf niet wil toegeven. De mens die aards rijk is gezegend, is daarom niet altijd gelukkig te noemen, tenzij hij zijn rijkdommen alleen als geleend beschouwt en ze gebruikt in de geest van mijn goddelijke liefde. Hij geeft waar nood is en tracht die mensen gelukkig te maken die gebrek hebben aan stoffelijk goed. Dan is in hem de liefde voor de naaste ook diep en hij bewijst zijn liefde voor God, wanneer hij de naaste bijstaat naar vermogen.
Dan zal ook zijn aardse rijkdom gezegend zijn. Hij zelf zal zich ook daarin kunnen verheugen, er zullen hem ook aardse genoegens niet ontzegd blijven die Ik zelf hem bereid, omdat hij ervan kan genieten zonder daardoor zijn ziel schade toe te brengen, want hij blijft in elke levenssituatie innig met Mij verbonden door zijn liefde. Hij heeft de grote afstand al overwonnen en kan daarom ook aardse goederen zijn eigendom noemen, omdat hij ze juist benut, dat wil zeggen in dienst van de naastenliefde.
Steeds weer wordt u mensen daarom de liefde gepredikt, als u zich met Mij wilt verenigen, als u de verre verwijdering van Mij wilt opheffen, als u op aarde al vrede en gelukzaligheid wilt genieten, die u alleen in de verbinding met Mij zult kunnen vinden. En alleen de liefde brengt deze band met Mij tot stand. Alleen de liefde verzekert u mijn tegenwoordigheid en alleen door de liefde verkrijgt u uw oerstaat terug die in onmetelijke gelukzaligheid bestond, die u zo stevig met Mij verbond dat Ik u kon doorstralen met mijn liefde. Doch zolang de liefde u ontbreekt, bent u ook van Mij verwijderd en zult u daarom ook niet gelukzalig kunnen zijn.
Amen
Traductor