La transformación de vuestro ser solo podéis lograr vosotros mismos, porque fuisteis vosotros mismos que se equivocaron, porque vosotros mismos transformasteis vuestro ser, antes perfecto en imperfección. Yo os creé perfectos, pues de Mi no puede emanar nada imperfecto. Y, por lo tanto, también os doté con el libre albedrío, del cual hicisteis mal uso, renunciando así a vuestra perfección.
Lo que vosotros mismos perdisteis como resultado, esto debéis ahora tratar de recuperarlo vosotros mismos.... Porque yo no puedo devolveros vuestra antigua perfección en contra de vuestra voluntad; sólo puedo ayudaros siempre al respecto, pero depende libremente de vuestra voluntad si aceptáis esta ayuda.
Entonces sólo la voluntad determina si completáis vuestra transformación y cuándo. Por lo tanto, la transformación de la voluntad de cada ser humano es su asunta personal, algo que ningún otro ser puede realizar en su nombre. La voluntad de cada individuo debe activarse y desprenderse de toda imperfección, lo cual requiere trabajo en uno mismo. Cada ser humano sabe que tiene defectos y debilidades y está lejos de poder ser llamado perfecto....
Cada ser humano sabe que su ser no es “divino”, que no puede exhibir muchas señales divinas, que su ser está más bien caracterizado por elementos anti-divinos, que no está libre de cualidades que podrían poner en duda su origen divino si no supiera nada de su anterior apostasía....
Y debe tratar de transformar todas estas cualidades anti-divinas; debe restaurar todo dentro de sí mismo al orden correcto que una vez le bendecía y del cual él mismo se apartó. Debe intentar convertir cada uno de sus defectos en lo contrario, como lo hizo en su día. Entonces desarrollará todas sus virtudes que lo marcarán de nuevo como un ser divino, y así habrá logrado la transformación y regresará a su estado original, que significa luz, fuerza y libertad.
¿Pero qué hace posible esta transformación? Solo a través del amor. Fue el amor del que el ser se desembarazó y, por lo tanto, cayó. Solo el amor puede ayudarlo a elevarse de nuevo a sus alturas anteriores; El amor transforma todo lo que está mal y hace posible que el ser vuelva a acercarse a Mí. El amor es el signo de lo divino, y por lo tanto, el ser que desarrolla plenamente el amor en su interior también debe recuperar su antiguo estado divino.
Una vida de amor, sin embargo, requiere la voluntad humana.... el amor tiene que encenderse en el corazón de cada ser humano, y entonces ese ser humano también encontrará la fuerza para trabajar en sí mismo y transformar su ser; entonces luchará contra todas las faltas y debilidades. El amor transformará el orgullo en humildad, la intolerancia en paciencia, la dureza del corazón en misericordia, la pendenciera en amor a la paz, el egoísmo en justicia, la ira en dulzura....
Todo mal en el ser humano tendrá que ceder ante el amor, pues el amor es divino y Me devuelve a todas Mis criaturas que voluntariamente se separaron de Mí. Pero una vez rechazasteis este amor, y por eso, vosotros mismos ahora debéis esforzaros por dejar que Yo irradie sobre vosotros, para lo cual solo se necesita vuestra voluntad, es decir, una apertura del corazón. Porque Mi amor siempre ha sido para vosotros, aunque os alejasteis de Mí y, por lo tanto, rechazasteis Mi amor.
Pero ahora también quiere ser correspondido por vosotros, y por eso primero debéis estar dispuestos a encender la chispa de amor dentro de vosotros.... que es Mi regalo a cada ser encarnado como ser humano en la Tierra.... solo entonces puedo nutrir la pequeña llama del amor con el fuego de Mi Amor Eterno, porque entonces vuestra resistencia hacia Mí habrá sido abandonada y estaréis listos para comenzar vuestro regreso hacia Mí.
Yo siempre os derramaré con Mis gracias, siempre os ayudaré a alcanzar las alturas, pero solo vuestro libre albedrío hará efectivas las gracias, sólo vuestro libre albedrío aceptará Mi ayuda y por eso también vuestro libre albedrío tendrá que emprender el trabajo sobre el alma que es necesario para la transformación del ser.
Considerad esto, para que no dejéis que vuestro breve tiempo en la Tierra transcurra en la inactividad de vuestra voluntad, porque nadie puede hacer este trabajo por vosotros, ni un ser humano, ni un ser de luz, por mucho que os amen. Solo la intercesión amorosa de otros puede otorgaros la fuerza que necesitáis, la cual siempre tenéis que aceptar y usar correctamente en el libre albedrío.
Por eso no debéis ir allí con tanta indiferencia; debéis tomar conciencia de vuestra tarea y permanecer consciente de ella y ayudar al alma a alcanzar la perfección que podéis alcanzar en la Tierra si tan solo hacéis que vuestra voluntad se active diligentemente y la dirigís hacia Mí en primer lugar....
Entonces Yo os agarraré y verdaderamente nunca más os dejaré caer.... entonces mi brazo fuerte os sostendrá, porque la voluntad dirigida hacia Mí también significa rendir la resistencia, y entonces Mi irradiación de amor volverá a tener su efecto y podrá encender el amor dentro del ser humano, y entonces el ser humano también hará el trabajo en su alma.... Se transformará nuevamente, y el regreso a Mí seguramente ocurrirá....
amén
TraductorDe verandering van uw wezen zult u alleen zelf tot stand kunnen brengen, omdat u het zelf was die zich misvormde, omdat u zelf uw eens volmaakte wezen tot onvolmaaktheid hebt gevormd. Ik schiep u volmaakt, want uit Mij kan niets voortkomen wat onvolmaakt is. Ik voorzag u daarom van een vrije wil, die u echter hebt misbruikt en waarom u ook uw volmaaktheid weggaf. Wat u zelf nu daardoor verloor, zult u nu ook zelf weer terug moeten proberen te verkrijgen.
Want ik kan u niet tegen uw wil de vroegere volmaaktheid teruggeven. Ik kan u er steeds alleen maar bij helpen, laat het echter aan uw wil over of u deze hulp aanneemt. De wil alleen bepaalt dus of en wanneer u de verandering - terug naar uw vroegere wezen - voltrekt. En daarom is de omvorming van de wil helemaal een persoonlijke aangelegenheid van ieder mens, die geen wezen in zijn plaats voor hem kan verrichten. De wil van ieder afzonderlijk moet actief worden en alle tekenen van onvolmaaktheid afleggen en dat vraagt arbeid van de mens aan zichzelf. Ieder mens weet dat hem fouten en zwakheden aankleven, dat hij er ver van verwijderd is volmaakt genoemd te kunnen worden.
Ieder mens weet dat zijn wezen niet goddelijk is, dat hij niet veel goddelijke tekenen kan laten zien, dat veel meer iets tegen-goddelijks zijn wezen kenmerkt. Dat hij niet vrij is van eigenschappen die aan een goddelijke oorsprong zouden kunnen doen twijfelen, wanneer hij geen weet heeft van zijn voormalige afval.
En al deze tegen-goddelijke eigenschappen moet hij proberen te veranderen. Hij moet in zich alles weer in de juiste ordening brengen, die hem eens gelukkig stemde en waar hijzelf is uitgestapt. Hij moet elke aanklevende eigenschap proberen te veranderen in het tegendeel, zoals hij dit eertijds heeft gedaan.
Dan zal hij alle deugden ontplooien, die hem weer tot een goddelijk wezen bestempelen en hij heeft dan dus de omvorming tot stand gebracht en keert terug in zijn oerstaat, die licht en kracht en vrijheid betekent. Maar waardoor is deze omvorming mogelijk?
Alleen maar door de liefde.
Het was de liefde waarvan het wezen zich ontdeed en daardoor viel. Alleen de liefde kan hem weer helpen opwaarts te gaan. De liefde vormt al het verkeerde weer om en maakt het voor het wezen weer mogelijk in mijn nabijheid te komen. De liefde is het kenmerk van het goddelijke en dus moet ook het wezen dat de liefde in zich tot ontplooiing brengt, zijn vroegere goddelijke staat weer bereiken. Maar voor een leven in liefde is de wil van de mens nodig. De liefde moet in het hart van ieder mens worden ontstoken en dan zal de mens ook de kracht opbrengen om aan zichzelf te werken en zijn wezen om te vormen, dan zal hij tegen alle fouten en zwakheden vechten. De liefde zal hoogmoed veranderen in deemoed, onverdraagzaamheid in geduld, hardvochtigheid in barmhartigheid, twistzucht in vredelievendheid, zelfzucht in rechtvaardigheid, toorn in zachtmoedigheid.
Elk kwaad in de mens zal moeten wijken voor de liefde, want deze is goddelijk en ze brengt al mijn schepselen die zich eens van Mij scheidden, weer bij Mij terug. Maar deze liefde wees u eens af. Daarom zult u nu weer zelf uw best moeten doen dat ze u bestraalt, waartoe alleen uw wil nodig is, dus een openen van het hart.
Want mijn liefde is voortdurend naar u uitgegaan ofschoon u zich van Mij afkeerde en mijn liefde daarmee afwees.
Maar ze wil nu ook door u beantwoord worden en daarom zult u vooreerst bereid moeten zijn de liefdesvonk in u - die mijn geschenk is aan ieder op aarde als mens belichaamd wezen - te doen ontbranden. Dan pas kan Ik het kleine vlammetje van liefde voeden met het vuur van mijn eeuwige liefde, omdat dan de weerstand tegen Mij van uw kant is opgeheven en u bereid bent de terugweg naar Mij te aanvaarden. Steeds zal ik u genade laten toestromen, steeds zal Ik u helpen opwaarts te gaan. Maar pas uw vrije wil zal de genade werkzaam laten worden, pas uw vrije wil zal mijn hulp aannemen en dus zal uw vrije wil ook moeten beginnen met de arbeid aan uw ziel, die voor de omvorming van het wezen nodig is. Overweeg dit, dat u niet de korte tijd op aarde voorbij laat gaan in het onwerkzaam zijn van de wil, want niemand kan deze arbeid voor u verrichten, noch een mens, noch een lichtwezen, al zou hun liefde voor u nog zo groot zijn. Alleen liefdevolle voorbede van mensen kan u helpen voor het toesturen van kracht, die u echter steeds in vrije wil zult moeten aannemen en juist benutten. Daarom zou u niet zo onverschillig moeten voortleven. U zou u van uw opgave bewust moeten worden en blijven en de ziel helpen volmaakt te worden, wat u op aarde wel kunt bereiken, wanneer u maar uw wil ijverig werkzaam laat worden en hem dus vooreerst op Mij richt.
Dan zal Ik u vastpakken en waarlijk niet meer laten vallen. Dan zal mijn sterke arm u vasthouden, want de op Mij gerichte wil betekent ook het opgeven van de weerstand en dan heeft de bestraling door mijn liefde ook weer effect en is in staat in de mens de liefde te ontsteken en dan zal ook de mens de arbeid aan zijn ziel verrichten.
Hij zal weer veranderen en de terugkeer naar Mij zal er ook met zekerheid op volgen.
Amen
Traductor