7758 Woorden van Jezus aan het kruis: "Ik heb dorst"

28 november 1960: Boek 81

Ik dorst naar uw liefde. En wanneer u aan de woorden denkt die Ik aan het kruis uitsprak: "Ik heb dorst", weet dan dat het niet alleen een lichamelijk verlangen is geweest, maar dat mijn ziel dorstte naar de liefde van mijn schepselen. Dat de Godheid in de mens Jezus van zich liet horen, daar nu het werk was volbracht toen Ik aan het kruis alleen nog op de dood wachtte.

Ik dorstte naar uw liefde die u weer bij Mij moest terugbrengen, nadat Ik voor u de zondeschuld teniet had gedaan. Want u moest tevoren de liefde in u laten opleven, opdat u Mij zelf in Jezus Christus herkende en erkende en nu op de hoogte was van de reden van het verlossingswerk. Want alleen de liefde kon u dit weten ontsluiten. Alleen in de liefde kon u Mij herkennen.

De mens Jezus heeft deze woorden aan het kruis uitgesproken, maar Hij was al verenigd met Mij en dus waren het Gods woorden die uit het gekwelde lichaam opstegen. En deze woorden waren zo te verstaan, zoals Ik het u heb uiteengezet, dat de Godheid vurig verlangde naar de liefde van Haar schepselen.

De mens Jezus wist niet dat Hij deze woorden uitsprak en Ik uitte Me zo, dat de mensen alleen de aardse betekenis van de woorden vatten, omdat zij het niet zouden hebben begrepen dat de Godheid dit bovenmenselijk lijden kon toelaten, dat echter het teniet doen van de oer-schuld was, ter wille waarvan ik naar de aarde ben afgedaald. De mensen bevonden zich in zo’n grote schuld, omdat ze eens mijn liefde hadden afgewezen en zelf liefdeloos zijn geworden.

En Ik verlangde naar de liefde van die wezens, die de kruisdood van Jezus Mij nu terugbracht wanneer de wezens zelf daartoe bereid waren. En die bereidheid stelde juist liefde voorop.

Bezat Ik de liefde van de mensen, dan keerden ze ook vrijwillig naar Mij terug en konden dat omdat het verlossingswerk voor de mensheid was volbracht. En wanneer u zo de woorden van Jezus aan het kruis beschouwt, dan moet de liefde u naar Hem toedrijven, waar Hij verlangen naar had. En dan dus betuigt u Mij de liefde waarnaar Ik vurig verlangde sinds uw afval van Mij.

Want de liefde liet u ontstaan. De liefde plaatste u voor de wilsproef, omdat u nog meer zou moeten worden dan Ik voor Mij kon scheppen, omdat u tot mijn "kinderen" zou moeten worden.

Mijn liefde volgde u na in de diepte om u weer omhoog te helpen. En mijn liefde volbracht voor u het werk van verlossing.

En u zou Mij daarvoor alleen uw liefde moeten schenken. U zou van Mij moeten houden met alle innigheid die alleen een kind voor de Vader kan voelen. Toen Ik voor u aan het kruis mijn leven had gegeven, was ook uw schuld teniet gedaan en werd de terugkeer naar Mij mogelijk. Mijn liefdesoffer kon in u de liefde ontsteken. U zou alles kunnen inzien als zodanig, want u was nu niet meer gekluisterd in de duisternis, omdat Ik u licht had gebracht.

Mijn goddelijke leer van de liefde die u de weg naar Mij aanwees en waarvan het opvolgen ook voor u de ommekeer van uw wezen tot liefde betekent, die u nu weer de definitieve aaneensluiting met Mij oplevert en dus ook de vervulling van mijn vurig verlangen naar uw liefde.

Amen

Vertaald door: Gerard F. Kotte

Deze openbaring is opgenomen in de volgende themaboekjes:
Themaboekje Titel Downloaden
110 Jezus Christus ePub   PDF   Kindle  
152 Jesus Christus ePub   PDF   Kindle  

Downloads

Download-aanbod voor boek _book
 ePub  
 Kindle  
  Meer downloads

Deze openbaring

 als MP3 downloaden  
Afdrukvoorbeeld
 Kladschriften