Het geestelijke oog herkent de gebeurtenissen in het geestelijke rijk en het kan dus ook de werkzaamheid van de wezens daaruit opmaken, dus een blik werpen op het werkzaam zijn van deze wezens, die zich zowel over de aarde, alsook over de scheppingen buiten de aarde uitstrekken. Maar slechts zelden heeft de mens op aarde de bekwaamheid om met geestelijke ogen te kunnen schouwen, omdat daarvoor een hogere graad van rijpheid vereist is. En daarom hebben de mensen meestal een geheel verkeerd idee van het hiernamaals. Van het rijk, dat buiten de aarde ligt en die de zielen opneemt, die het aardse leven beëindigd hebben.
En omdat hun kennis gebrekkig is, hebben ze een verkeerde voorstelling, want voor de wetende mens is het duidelijk, dat het geestelijke rijk eveneens eisen aan zijn bewoners stelt. Enkel de werkzaamheid is anders dan op aarde. En als hij in staat zou zijn om geestelijk te zien, zou hij ook de soort werkzaamheid zien en begrijpelijk aan de medemensen door kunnen geven, waarin het werkzaam zijn van de wezens in het hiernamaals bestaat. Maar de goddelijke liefde wil dit de mensen toch bekendmaken. Ze wil hun een kennis geven, die bij moet dragen aan een ijveriger werkzaamheid in liefde op aarde. Want dit werkzaam zijn in het hiernamaals is eveneens een buitengewone activiteit in liefde.
Het geestelijke rijk bevat meer of minder met God verbonden en ver van God afstaande wezens, die in de eeuwigheid een leven vol licht of een leven in de duisternis leiden. Het zijn wezens, die voortdurend gelukzaligheid genieten of in de meest kwellende gebrekkigheid een deerniswekkend leven leiden. En het lichtvolle geestelijke probeert deze laatste toestand te veranderen om de wezens van de duisternis eveneens naar een toestand van gelukzaligheid te leiden.
En dit voornemen vereist een zeer actieve werkzaamheid. Een voortdurend werkzaam zijn in liefde in onvermoeibaar geduld en met doorzettingsvermogen. Van een werkzaamheid zoals op aarde is hierbij geen sprake, want het geestelijke rijk is geen materiële wereld. Het is alleen maar een wereld van gedachten en wensen. Het is een geestelijke wereld, waar niets lichamelijks, zichtbaars of tastbaars bestaat, maar alles alleen maar in de gedachtewereld van de wezens aanwezig is en de gedachte weer de belichaming van de naar het wezen toestromende liefdeskracht uit God is.
Het is een rijke kennis, die de wezens bezitten, waarvan de volheid van licht getuigt van de vereniging met God. En deze kennis vormt ook de gelukstoestand van het wezen, want door de kennis is alles helder, licht en duidelijk. De duistere toestand is dus een toestand van onwetendheid, die het wezen onvoorstelbaar bedrukt, zodat het lichtvolle wezen medelijden heeft en het wezen in de duisternis zou willen helpen.
Op aarde vermindert de in liefde actieve mens de nood van de medemens met aardse geschenken. In het hiernamaals is dit niet meer mogelijk en zodoende kunnen het wezen dat in nood is, dat door een gebrek aan kennis lijdt, alleen maar geestelijke geschenken aangeboden worden. Zodoende kan er alleen maar een overdracht via de gedachten plaatsvinden en dit is de werkzaamheid van de wezens in het hiernamaals. Dat ze het gedachtengoed van de duistere wezens proberen uit te breiden en het in zulke banen leiden, dat dit gedachtengoed met de waarheid overeenkomt.
Dit kan alleen maar door voortdurend onderwijs geschieden. Door een overdracht van dat, wat het gevende wezen zelf vreugde schenkt. Door een doorgeven van goddelijke kracht op de volledig krachteloze wezens, die naar kracht verlangen.
Amen
VertalerL’œil spirituel reconnaît les processus dans le Royaume spirituel et ainsi il peut aussi voir l'activité des êtres, c'est-à-dire conquérir une vue panoramique sur l’action de ces êtres qui s'étend sur la Terre comme aussi sur les Créations en dehors de la Terre. Mais seulement rarement l'homme sur la Terre a la faculté de pouvoir contempler avec des yeux spirituels, parce que pour ceci il est nécessaire un haut degré de maturité. Et donc les hommes se font presque toujours un concept faux de l'au-delà, du Royaume qui est hors de la Terre et qui accueille les âmes qui ont terminé leur vie terrestre. Et vu que leur savoir est imparfait, ils se font une image fausse parce que l'homme savant se rend compte que le Royaume spirituel impose aussi des exigences à ses habitants, seulement leurs facultés sont différentes de celles sur la Terre. Et s'il était en mesure de contempler spirituellement, il verrait aussi de quelle manière se déroule l'activité et il pourrait expliquer au prochain d’une manière compréhensible en quoi consiste l’action des êtres dans l'au-delà. L'Amour divin voudrait donner communication de cela aux hommes, il voudrait leur transmettre un savoir qui doit contribuer à une activité totalement dédiée à l'amour sur la Terre, parce que cette action dans l'au-delà est une pure activité d'amour extrêmement vive. Le Royaume spirituel reçoit des êtres plus ou moins liés avec Dieu et plus ou moins loin de Dieu, qui mèneront dans l'Éternité une vie de Lumière ou bien sans Lumière, ce sont des êtres qui jouissent constamment d’un bonheur bienheureux ou bien sont dans une atroce pénurie, ils mènent une vie qui est à plaindre. Et le spirituel lumineux cherche à changer ce dernier état pour mener les êtres de l'obscurité à l'état de bonheur. Et ce but demande une activité extrêmement vive, une activité constante d'amour, une patience infatigable et de la persévérance. Donc il est exclu une activité comme sur la Terre, parce que le Royaume spirituel n'est pas un monde matériel, il est seulement un monde de pensées et de désirs, c’est un monde spirituel où il n'existe rien de corporel, de visible ou de tangible, mais tout existe seulement dans le monde des pensées des êtres et la pensée est à nouveau le symbole de la Force d'Amour de Dieu qui afflue à l'être. C’est un riche savoir que les êtres possèdent, et la plénitude de Lumière témoigne de l'unification avec Dieu. Et ce savoir détermine aussi l'état de bonheur de l'être, parce qu'à travers le savoir tout est clair, lumineux et limpide. L'état d'obscurité est donc un état d'ignorance qui opprime l'être d’une manière inimaginable, alors l'être lumineux s'attendrit et voudrait assister l’être qui est dans l'obscurité. Sur la Terre l'homme qui s'active dans l'amour adoucit la misère du prochain avec des dons terrestres, dans l'au-delà cela n'est plus possible et donc à l'être qui est dans la misère, qui souffre du manque de savoir, il peut seulement lui être offert des Dons spirituels. Donc seulement une transmission mentale peut avoir lieu et cela est l'activité des êtres dans l'au-delà qui cherchent à augmenter le bien spirituel des êtres sans Lumière et ils les guident sur des voies où ce bien spirituel correspond à la Vérité. Et cela peut se produire seulement au travers d’un constant enseignement, au travers d’une transmission qui prépare la joie aux êtres offrants eux-mêmes, au travers de la transmission de la Force divine sur les êtres totalement sans Force qui la désirent.
Amen
Vertaler