Vergelijk Kundgabe met vertaling

Meer vertalingen:

De verantwoordelijkheid van de onderwijzers – Liefde voor de waarheid

De mens, die een onderrichtend ambt uitoefent en de aan hem toevertrouwde zielen op een dwaalspoor brengt, laadt een enorme verantwoordelijkheid op zich. Zodra hij onderrichtend werkzaam is, moet hij ook volledig overtuigd zijn van dat, wat hij onderwijst, omdat hij anders zijn kennis niet op anderen over mag dragen. Dit geldt in het bijzonder voor die onderrichtingen, die op geestelijke zaken betrekking hebben, die de ziel dus moeten vormen.

Als hij overtuigd is van de waarheid van deze leringen, dan heeft hij ook het recht om voor zijn overtuigingen op te komen. Maar om overtuigd te kunnen zijn, moet hij de leringen zelf overdacht en er stelling over genomen hebben en wel met de volle wil om in de waarheid te staan. Dan zal hij ook de verantwoordelijkheid voor zijn onderrichtende taak kunnen nemen voor God, want hij handelt nu naar beste weten, als hij deze taak uitvoert.

Maar zodra hij nu een kennis doorgeeft, die hij zelf precies zo ontvangen heeft, zonder volledig van de waarheid hiervan overtuigt te zijn, maakt hij zich schuldig aan het misvormde denken van de aan hem toevertrouwde mensen, want hij dringt deze mensen in zekere zin een kennis op, die ver van de waarheid verwijderd kan zijn. Want hij heeft de opdracht om over hun kennis te waken. Hij moet hen beschermen tegen dwaling of tegen leringen, die zo onduidelijk zijn, dat deze het denken alleen maar verwarren, want dit is zijn taak, die hij gewetensvol uit moet oefenen.

Maar hij kan gerust zijn taak uitoefenen, als hij zijn toevlucht neemt tot God. Als hij Hem vraagt om inzicht en om Zijn hulp, dus de zielen van de aan hem toevertrouwde mensen God aanbeveelt, zodat Hij hen beschermt tegen dwaling of verkeerd denken. Hij moet zich van zijn verantwoordelijkheid bewust zijn en alleen maar voor de zuivere waarheid op willen komen. Dan zal God ook zijn wil sterker en zijn vermogen tot inzicht groter maken en hij zal alleen maar dat doorgeven, waar hij geheel en al positief tegenover kan staan, wat dus door hem als waarheid gezien wordt.

En daarom is het voor een onderwijzende kracht van bijzonder belang, dat hij zich innig met God verbindt en Hem om Zijn hulp en zegen vraagt, omdat niet alleen maar zijn eigen zielenheil, maar ook dat van de aan hem toevertrouwde leerlingen in gevaar is, als de goddelijke genade zijn werkzaamheid niet tot een gezegende maakt. Als God hem niet de volledige kennis geeft van of en wanneer hij zich in de waarheid bevindt. Want eens moet hij verantwoording afleggen en zal er rekenschap van hem geëist worden over de zielen, die hij de waarheid had moeten verkondigen.

Amen

Vertaler
Vertaald door: Peter Schelling

La responsabilità degli educatori - L’amore per la Verità

L’uomo che esercita una funzione educativa carica su di sé un’immensa responsabilità, se conduce le anime a lui affidate nello smarrimento. Appena è attivo nell’insegnamento, deve essere assolutamente convinto di ciò che insegna, altrimenti non deve trasferire su altri le sue conoscenze. Questo vale soprattutto per gli insegnamenti che si riferiscono a cose spirituali, che quindi devono sviluppare l’anima. Se è convinto della Verità di questi insegnamenti, allora ha anche il diritto di rappresentare questa sua convinzione, ma per poter essere convincente, egli stesso deve aver elaborato questi insegnamenti ed averne preso posizione e cioè, con la piena volontà di stare nella Verità. Allora potrà anche rispondere della sua funzione d’educazione davanti a Dio, perché ora agisce secondo la migliore conoscenza, se esercita questa funzione. Ma appena trasmette soltanto il sapere che egli stesso ha ricevuto così, senza essere pienamente convinto della sua Verità, allora si rende colpevole del pensare deformato degli uomini a lui affidati, perché li obbliga in certo qual modo ad un sapere che può essere molto lontano dalla Verità. Ma lui ha il compito di vegliare sul sapere di costoro, egli deve proteggerli dall’errore e dalle dottrine che sono poco chiare, che confondono soltanto il pensare, perché questa è la sua funzione che lui deve amministrare. Ma lui può svolgere tranquillamente la sua funzione, quando si rifugia in Dio, se Lo prega per avere l’illuminazione e la Sua Assistenza, quindi affida a Dio le anime degli uomini affidati a lui, che Egli li protegga dall’errore e dal falso pensare. Deve essere consapevole della sua responsabilità e voler sostenere soltanto la pura Verità, allora Dio fortificherà anche la sua volontà e la sua forza di conoscenza e darà agli altri soltanto ciò che lui può affermare pienamente, quello che perciò viene riconosciuto da lui come Verità. E perciò per un insegnante è di particolare importanza, perché si unisca intimamente con Dio e chiede a Lui la Sua Assistenza e Benedizione, perché è in pericolo non soltanto il bene della sua anima, ma anche quella dei suoi allievi, se la Grazia divina non benedice la sua attività, se Dio non gli dà la piena conoscenza, se e quando si trova nella Verità. Perché una volta deve rendere conto e verrà pretesa la giustificazione da lui sulle anime, alle quali doveva annunciare la Verità.

Amen

Vertaler
Vertaald door: Ingrid Wunderlich