Elke smeekbede dringt het oor van de hemelse Vader binnen, als deze in geest en in waarheid naar Hem gestuurd wordt. Dat wil zeggen dat elke gedachte in het hart gevoeld moet worden. De geest moet tot de geest spreken. De geestvonk in de mens moet zich tot God opheffen. Tot de Vader, tot Degene, van waar zijn oorsprong ligt. Het gebed mag niet enkel een gemompel met de lippen zijn. Het moet in alle waarachtigheid, oprecht en zonder schijn, eenvoudig en deemoedig, uit het hart tot God opstijgen. Dat is een gebed in geest en in waarheid, dat God altijd zal verhoren.
Een gebed kan uit mooie woorden bestaan en toch kan het onverhoord langs het oor van de Vader in de hemel wegsterven, omdat het dit gebed aan elke vurigheid ontbreekt, omdat het slechts een lege vorm is zonder het diepe gevoel van het hart. En zo’n gebed is waardeloos voor God, zoals toch al alles voor God zonder waarde is, wat slechts vorm is zonder innerlijk leven.
Zolang het hart er niet aan deelneemt, weet de geest in de mens er niets van, zoekt het ook geen contact met de goddelijke geest, voor wie het gebed geldt, ofschoon het door woorden de verbinding met God probeert voor te wenden. Hij denkt anders, dan hij spreekt en handelt anders, dan hij denkt. En daarom is zijn gebed niet echt. Het is niet dat, wat het voor God moet zijn: een eenvoudige, diepgevoelde, vurige smeekbede, waarvan het zeker is, dat het verhoord zal worden. En daarom verlangt God, dat de mens zich in zijn kamertje terug zal trekken, als hij bidden wil. Dat hij alles om zich heen zal vergeten en alleen maar met de Vader in de hemel een dialoog wil hebben.
Als de mens niet afgeleid wordt door indrukken van buitenaf, zal het mogelijk voor hem zijn om zich ten diepste te verbinden met God en dan zal hij Hem zijn verzoek zonder geremdheid en toch in alle deemoed en vertrouwen voorleggen. Hij zal Hem op een eenvoudige manier vragen. Hij zal eerbiedig en toch vol vertrouwen met Hem spreken. Hij zal in geest en waarheid zo tot Hem bidden, als de hemelse Vader aanbeden wil worden om de verzoeken van Zijn kinderen te kunnen vervullen, zoals Hij het beloofd heeft.
Amen
VertalerSvaki molbeni zov dopire do uha nebeskog Oca, ako je k Njemu odaslan u Duhu i u Istini. To znači da svaka misao mora biti odaslana u srcu, duh mora govoriti Duhu.... duhovna iskra u čovjeku mora se uzdići k Bogu, k Ocu, od Kojega je on proizašao. Molitva ne smije biti samo mrmljanje usnama, ona se mora u svoj istinitosti, bez lažnosti i bez obmane, jednostavno i ponizno, izdizati iz srca k Bogu.... To je molitva u Duhu i u Istini, koju će Bog uvijek uslišiti.
Molitva se može sastojati iz lijepih riječi, pa opet može neuslišeno proći pored uha Oca u nebu, pošto joj nedostaje srdačnost, pošto je samo prazna forma bez dubljeg osjećanja iz srca. A takva jedna molitva bezvrijedna je pred Bogom, kao što je uopće pred Bogom bez vrijednosti sve što je samo forma bez unutarnjeg života. Ako srce ne sudjeluje, duh u čovjeku o tome ne zna ništa pa onda ni ne traži priključak na Božanski Duh, kojemu bi molitva trebala biti usmjerena, čak i ako on putem riječi pokušava simulirati povezanost s Bogom. On misli drugačije nego što govori, i postupa drugačije nego što misli.... Pa zato njegova molitva nije istinska, ona nije ono što bi pred Bogom trebala biti.... jedan jednostavan, duboko doživljeni, intimni molbeni poziv, kojem je uslišenje zajamčeno.
A zato Bog traži da se čovjek povuče u svoju sobicu kad želi moliti.... da sve oko sebe zaboravi, da bi samo s Ocem u nebu vodio razgovor. Ako vanjski utisci čovjeka ne skreću, biti će mu moguće s Bogom se sjediniti krajnje duboko, pa će on tada svoju molbu bez ustezanja a opet u svoj poniznosti i svom povjerenju predstavljati Ocu u nebu, i Njega će moliti na jednostavan način, s Njim će govoriti pun strahopoštovanja a opet pun povjerenja, molit će Ga u Duhu i u Istini, onako, kako nebeski Otac želi biti moljen, da bi Svojoj djeci mogao ispuniti sve njihove molbe, kao što je obećao....
AMEN
Vertaler