De goddelijke geest stroomt door al het zichtbare en onzichtbare, omdat alles uit God voortgekomen is. Maar de goddelijke geest wordt pas zichtbaar in het menselijke stadium, want voor die tijd ontbreekt het het wezen aan begrip en kennis van God en Zijn werkzaam zijn. Pas de mens heeft de gave om God te herkennen en bijgevolg kan ook pas dan het werkzaam zijn van de goddelijke geest in de mens zichtbaar worden.
De geest van God zit in alles, wat voor de mens zichtbaar is en hij maakt zich ook bekend aan degenen, die al zo ver doorgedrongen zijn in de kennis van God, dat ze ook het goddelijk geestelijke werkzaam zijn kunnen begrijpen. De geest van God daalt zichtbaar op zulke mensen neer. Dat wil zeggen dat ze dingen doen door de geest van God, die voor een mens anders niet mogelijk zijn. Zodoende is de geest van God door deze mensen werkzaam.
Maar het hart van de mens, door wie de geest van God werkzaam is, moet zonder onreinheden zijn. De mens moet zich in zijn gehele zijn veranderd hebben tot liefde. Hij moet zich aan God onderwerpen. Dat wil zeggen enkel Diens wil proberen te vervullen en Hem bewust willen dienen. En de geest van God daalt op deze neer. Hij vermeerdert diens kennis, doordat hij hem door de ziel het heersen en besturen van God bekendmaakt. Het allereerste begin en het einddoel van al het wezenlijke bekendmaakt. De zin en het doel van de schepping en van het aardse leven bekendmaakt.
Als de mens nu door de geest uit God binnengeleid is in de waarheid, wordt hem de goddelijke wijsheid gegeven. Zo is hij nu in staat om in dienst van de mensheid zijn taak te vervullen. Het gaat erom, de mensen als middelaar de wil van God over te brengen. God wil tot de mensen spreken en wel door de mond van een mens. De ontvanger moet tegenover de mensen dat uitspreken, wat hij door de stem in zijn hart vernomen heeft.
God heeft de mens voor deze taak nodig en Hij vult hem daarom met Zijn geest. Alleen een wetende mens kan onderrichtend werkzaam zijn. En zodoende wordt hij door God tot wetend mens opgeleid, opdat hij dan zijn kennis door kan geven. De geestvonk in de mens staat in een voortdurende verbinding met de geest uit God, die de uitstraling van God is en alles doorstroomt, wat zich tot volmaaktheid probeert te ontwikkelen. De goddelijke geestvonk in de mens neemt dus door de toestroom toe. Zijn kracht neemt toe. Maar licht en kracht zijn één en licht is kennis. En zodoende moet de mens wetend worden, zodra hij door de geest van God doorstroomd wordt.
Maar de mens moet zijn kennis benutten. Hij moet het aan zijn medemensen doorgeven, want daarvoor is hij uitgekozen, zodra de geest van God door hem werkzaam is. Want de mensen hebben dringend de geestelijke toestroom nodig, die nu door een middelaar naar hen toegestuurd wordt, omdat ze zichzelf niet zo vormen, om hier rechtstreeks ontvanger van te kunnen zijn.
Het willen vervullen van deze taak is er in zekere zin ook de voorwaarde voor, dat het geestelijke geschenk een mens aangeboden wordt, ofschoon de mens ook zelf serieus werkzaam moet zijn aan de ontwikkeling van zijn ziel en de wil daartoe stelt hem pas in staat om het middelaarsambt op zich te nemen. Want alleen daar kan de geest uit God werkzaam zijn, waar aan alle voorwaarden voldaan wordt, omdat de geschenken, die de geest uit God de mensen aanbiedt, buitengewoon waardevol zijn en ze daarom niet in het wilde weg elk mens toegestuurd kunnen worden, die hiervoor niet waardig zijn.
Amen
VertalerL'Esprit divin coule à travers tout le visible et l’invisible, parce que tout est procédé de Dieu. Mais l'Esprit divin devient évident seulement au stade humain, parce qu’auparavant il manque à l'être la compréhension et la connaissance de Dieu et de Son Action. Seulement l'homme a le Don de reconnaître Dieu et par conséquent seulement sur l'homme l’Action de l'Esprit divin peut devenir évidente. L'Esprit de Dieu est dans tout ce qui est visible à l'homme et Il s'annonce à ceux qui sont dans la connaissance de Dieu et qui sont déjà assez avancés pour pouvoir comprendre l’Action divine de l'Esprit. Sur ceux-ci l'Esprit de Dieu descend avec évidence, c'est-à-dire qu’ils accomplissent au travers de l'Esprit de Dieu des choses qui sont autrement impossibles à un homme, donc l'Esprit de Dieu agit au travers de cette personne. Mais le cœur de l'homme au travers duquel agit l'Esprit de Dieu doit être sans scories, l'homme dans tout son être doit être changé en amour, il doit se soumettre à Dieu, il doit tendre seulement vers Lui, s'acquitter de Sa Volonté et vouloir Le servir consciemment. Et l'Esprit de Dieu descend sur celui-ci, Il augmente son savoir en lui annonçant à travers l'âme le Règne et l’Action de Dieu, depuis la création d’Ur jusqu’au but final de toute la substance animique originelle, du sens et du but de la Création et de la vie terrestre de l'homme. Si maintenant l'homme a été guidé dans la Vérité à travers l'Esprit de Dieu, s’il lui a été transmis la Sagesse divine, alors il est maintenant en mesure de s'acquitter d'une tâche pour le service de l'humanité. Il s’agit de porter en tant que médiateur la Volonté de Dieu aux hommes. Dieu veut parler aux hommes au travers de la bouche d'homme. Le recevant doit transmettre aux hommes ce qu’il a entendu à travers la voix de son cœur. Pour cette tâche Dieu a besoin de l'homme et donc Il en forme avec Son Esprit. Seulement un homme savant peut être actif en tant qu’enseignant, pour qu'il puisse transmettre son savoir. L’étincelle spirituelle dans l'homme est en liaison constante avec l'Esprit de Dieu qui est le Rayonnement de Dieu et qui coule à travers tout ce qui cherche à se former dans la perfection. La divine étincelle spirituelle dans l'homme est donc augmentée et fortifiée à travers l'afflux de sa Force; la Force et la Lumière sont Une, et la Lumière est le savoir. Et donc l'homme doit devenir savant, dès qu’il est compénétré de l'Esprit de Dieu. Mais l'homme doit employer son savoir, il doit le transmettre, parce qu'il a été élu pour cela, dès que l’Esprit de Dieu agit à travers lui. Parce que les hommes ont d'urgence besoin de l'afflux spirituel qui est guidé à eux par un médiateur, parce qu'eux-mêmes ne se forment pas afin de pouvoir être des recevants directs. Vouloir s'acquitter de cette tâche est d’une certaine manière le préalable pour qu’à un homme il soit offert le Don spirituel, bien que l'homme lui-même doive être actif avec ferveur dans la formation de son âme, et seulement la volonté le rend capable d'assumer la fonction de médiateur. Parce que l'Esprit de Dieu peut agir seulement là où ont été réalisées toutes les exigences, parce que les Dons que l'Esprit de Dieu offre aux hommes sont outre mesure précieux et donc ils ne peuvent pas aller aveuglement à un homme qui n'est pas digne de ceux-ci.
Amen
Vertaler