Vergelijk Kundgabe met vertaling

Meer vertalingen:

Openbaringen van God door de schepping en rechtstreeks

Zoals de natuur zich in de wil van de schepper openbaart, zo wordt ook de geest van God zichtbaar voor die mensen, die Zijn wil om te scheppen in het leven geroepen heeft. Wat uit Hem en uit Zijn kracht voortgekomen is, is alleen maar dan iets volmaakts, wanneer het zich van zijn oorsprong bewust is. Wanneer het de scheppende macht en Diens volmaaktheid kent. Het moet als het ware Diens kracht in zichzelf voelen en het moet van de oorsprong van deze kracht en van haar effecten weten. Zodoende moet hetgeen uit God voortgekomen is de gave van het inzicht gegeven worden. Het moet in staat zijn om zich iets voor te kunnen stellen wat met de waarheid overeenkomt en hij moet nader met deze denkbeelden vertrouwd gemaakt worden.

Het geschapen wezen bezit deze bekwaamheid in zijn stadium als mens. Het kan denken, handelen, willen en voelen. Het kan beseffen en zodoende ook volmaakt worden, als het zijn bekwaamheden goed gebruikt en het kan door het goed gebruiken hiervan de openbaringen van God in zichzelf gewaarworden. Het kan door Zijn geest verlicht worden, zodat elke kennis hem toegestuurd wordt en de mens nu wetend wordt.

God openbaart Zichzelf aan de mensen door Zijn geest. Het is de diepte van de liefde, die Hem daartoe beweegt. Dit valt niet te begrijpen door de mens, want hem ontbreekt iedere maatstaf voor de grootte van de schepping, voor de talloze levende wezens, die de grote schepping bewonen. En hem ontbreekt ook het begrip voor de nietigheid van het individuele wezen, afgezet tegen de oneindige schepping.

Maar niets in deze eindeloze schepping is voor de eeuwige Liefde te klein, te gering, om door Hem gegrepen te worden. Elk wezen wordt door de goddelijke wil geregeerd, door Zijn liefde verzorgd en door Zijn kracht doorstroomt. En God openbaart Zich aan elk wezen, als dit wezen in een bepaalde staat van rijpheid Zijn openbaringen in ontvangst wil nemen. Maar niet altijd op dezelfde manier.

Hij spreekt tot alle mensen door de schepping. Hij liet alles rondom de mens ontstaan en gaf hem de gave van het denken: het verstand. Zodoende kan de taal van de schepping heel goed door ieder mens begrepen worden en God kan in haar door alle mensen herkend worden. En als de mens nu de gave van het denken goed gebruikt, dat wil zeggen de door de schepping verworven kennis de basis van zijn verstandsmatige denken maakt en om nog meer kennis worstelt in het gevoel van de saamhorigheid met de macht, welke de schepping liet ontstaan, wanneer hij zich dus bewust met deze macht verbindt in het verlangen om zijn kennis te vergroten, dan vervult hij nu onbewust de voorwaarden, die voor de verdere openbaringen door de scheppende kracht geëist worden.

Het verlangen naar de waarheid wordt alleen maar bij een bepaalde rijpheidsgraad door een mens gevoeld en daarom wordt hier overeenkomstig dit verlangen aan voldaan op een voor de mens begrijpelijke manier. De rechtstreekse openbaringen van de goddelijke geest vereisen bijzondere voorwaarden en zijn meestal met een opdracht aan de medemensen verbonden. Deze openbaringen getuigen weliswaar duidelijk van een goddelijke werkzaam zijn, maar worden toch in zo’n vorm aangeboden, dat ze door de niet naar de waarheid verlangende mens ook afgewezen kunnen worden, want het aannemen van de goddelijke openbaringen heeft deze bereidwilligheid als voorwaarde.

Daarom zal ook de schepping als zodanig de mensen niet dwingen tot de erkenning van een machtige en krachtige Godheid, maar ook alleen maar die mens, die het zou willen erkennen, wordt in de schepping de taal van God gewaar, want de talloze wonderen van de schepping hoeven ook geen indruk te maken, als hij hier geen aandacht aan schenkt en deze alleen maar als voor het menselijke leven bevorderlijk beschouwt.

Aan hem kan God Zich dus nooit openbaren, want als Hij dit op een duidelijke manier zou doen, zonder dat de mens door zijn levenswandel en zijn verlangen naar de waarheid daarnaar dingt, dan zou zo ook de geloofsvrijheid in twijfel getrokken kunnen worden, wat absoluut niet de wil van God is. Juist de geestelijke ontwikkeling moet volkomen vrij vanuit zichzelf nagestreefd worden. Maar de geestelijke ontwikkeling is in ieder geval gegarandeerd, als de mens zich voor de openbaringen van God waardig maakt, want dit is het in Zijn liefde tot de mensen gesproken woord, dat hij de mens toe laat komen.

Door dit woord stelt Hij hen in kennis van alles, wat nuttig is voor de mens om te weten. En wat Hij hun nu ter overweging geeft, laat weer duidelijk zien, hoe eindeloos groot en welwillend de eeuwige Godheid is. Hoe Ze onophoudelijk alleen maar om het welzijn van dat bezorgd is, wat uit Haar voortgekomen is en waarin het werkzaam zijn van God in het universum bestaat. En zodra de mens daar kennis van heeft, streeft hij ook bewust naar de eeuwige Godheid en hij begeert de krachtstroom, die van God naar elk wezen vloeit en door de mens gevoeld wordt. Hij streeft de volmaaktheid na om zich te kunnen verenigen met de Kracht, Die alles wat er is, vanuit een enorme liefde liet ontstaan.

Amen

Vertaler
Vertaald door: Peter Schelling

Le Rivelazioni di Dio attraverso la natura e direttamente

Come si rivela nella natura la divina Volontà di Creatore, così Si rivela anche lo spirito da Dio negli uomini che la Sua Volontà di Creatore ha chiamato in vita. Ciò che è divenuto da Lui e dalla Sua Forza, è qualcosa di perfetto solamente quando si rende conto della sua Origine, quando sà della Potenza creativa e della Sua Perfezione. Deve anche sentire su di sé la Sua Forza e deve sapere dell’Origine di questa Forza e del suo effetto. Quindi a ciò che è sorto da Dio dev’essere dato anche il Dono della conoscenza, dev’essere capace di poter immaginarsi qualcosa che corrisponde alla Verità e queste presentazioni gli devono essere portate vicino. L’essere creato possiede queste facoltà nel suo stadio come uomo. Può pensare, agire, volere e sentire, può riconoscere e quindi anche diventare perfetto, se utilizza bene le sue facoltà ed attraverso il giusto utilizzo può percepire su sé stesso le Rivelazioni di Dio, può essere illuminato dal Suo Spirito in modo che gli giunga ogni conoscenza ed ora l’uomo diventa sapiente. Dio Stesso Si rivela agli uomini attraverso il Suo Spirito. E’ la profondità del Suo Amore che Lo muove, non afferrabile dall’uomo, di vivificare la grande Creazione per gli innumerevoli esseri viventi. E gli manca quindi anche la comprensione per l’esiguità dell’essere singolo misurato alla Creazione infinita. Ma nulla in questa infinita Creazione è troppo piccolo, troppo scarso per l’infinito Amore, per non essere afferrato da Lui. Ogni essere viene governato dalla Volontà divina, assistito dal Suo Amore e compenetrato dalla Sua Forza e ad ogni essere Dio Si rivela, se questi vuole accogliere le Sue Rivelazioni in un certo stato di maturità. Ma questo non sempre nello stesso modo. Egli parla però a tutti gli uomini attraverso la Creazione. Egli ha fatto sorgere tutto intorno all’uomo e gli ha dato il Dono del pensare, l’intelletto. Quindi il linguaggio della Creazione può essere molto ben compreso da ogni uomo ed in essa Dio può essere riconosciuto da tutti gli uomini. E se ora l’uomo utilizza bene il Dono del pensare, cioè attraverso la Creazione rende le conoscenze conquistate la base del suo pensare d’intelletto e lotta per ulteriori conoscenze nella sensazione dell’appartenenza alla Potenza la Quale ha fatto sorgere la Creazione, se quindi si unisce coscientemente con questa Potenza nel desiderio di ampliare le sue conoscenze, allora adempie ora inconsciamente le condizioni che vengono pretese per ulteriori Rivelazioni della Forza di Creatore. Il desiderio per la Verità viene percepito da un uomo solo in un certo stato di maturità e perciò viene corrisposto anche a questo desiderio nel modo più comprensibile all’uomo. Le dirette Rivelazioni dello Spirito divino richiedono particolari condizioni e sono quasi sempre collegate con un compito al prossimo. Queste Rivelazioni testimoniano bensì apertamente un Agire divino, sono comunque offerte in una forma che possono anche essere respinte da un uomo che non desidera la Verità, perché l’accettazione delle Rivelazioni divine hanno per precondizione la sua volontarietà. Perciò la Creazione come tale non costringerà gli uomini alla conoscenza di una Divinità potente e forte, ma solo l’uomo che vorrebbe conoscere, percepisce nella Creazione la Lingua di Dio, perché gli innumerevoli Miracoli della Creazione non devono necessariamente fare una impressione se li lascia inosservati oppure se li considera solo necessari per la vita umana. A lui Dio non Si può quindi mai rivelare, perché se Egli lo facesse nel modo più evidente, senza che l’uomo stesso vi aspiri attraverso il suo cammino di vita ed il suo desiderio per la Verità, allora sarebbe messa in discussione anche la libertà di fede che non è per nulla nella Volontà di Dio. Proprio allo sviluppo spirituale si deve aspirare perfettamente libero da sé, ma lo sviluppo spirituale è assolutamente garantito quando l’uomo si rende degno delle Rivelazioni di Dio, perché queste sono la Sua Parola pronunciata nel Suo Amore agli uomini che Egli fa loro giungere. Con questa Parola Egli dà loro conoscenza di tutto ciò che è utile che l’uomo sappia. E quello che Egli ora offre loro fa di nuovo chiaramente riconoscere quanto infinitamente grande e buona sia l’eterna Divinità, come è continuamente preoccupata per il bene di ciò che è proceduto da Lei e in che cosa consiste l’Agire di Dio nell’Universo. Ed appena l’uomo ne ha preso conoscenza, aspira anche coscientemente all’eterna Divinità e desidera l’afflusso della Forza che defluisce da Dio su ogni essere e viene percepita dall’uomo, aspira alla perfezione per potersi unire con la Forza la Quale ha fatto sorgere tutto ciò che è, che ha fatto sorgere dall’ultragrande Amore.

Amen

Vertaler
Vertaald door: Ingrid Wunderlich